Sommige platen horen niet alleen bij een periode in je leven, maar ook bij een vast moment in het jaar. Net zoals ik op 1 november automatisch naar Bowie’s All Saints grijp, en op 7 juli Two Sevens Clash van Culture draai, zo hoort rond Pinksteren nog altijd Speaking in Tongues van Talking Heads.
Negentien jaar geleden schreef ik daar al eens over op dit blog. Toen was het nog een cd die in de speler ging. Inmiddels is de muziek digitaal geworden, de wereld veranderd, zijn weblogs bijna een nostalgisch verschijnsel geworden en is David Byrne een keurige zeventiger. Maar zodra de eerste ritmes van Burning Down the House klinken, valt de tijd even weg.
Wat me nu vooral opvalt, is hoe tijdloos deze plaat eigenlijk gebleven is. Veel muziek uit de jaren tachtig is gevangen geraakt in de productie van die tijd: de galm, de synthesizers, de modieuze effecten. Speaking in Tongues heeft dat ook wel, maar op de een of andere manier blijft het overeind. Misschien door de ritmes. Misschien door de speelsheid. Misschien doordat de Talking Heads altijd net iets eigens hadden.
In 2007 schreef ik dat dit nog vóór Stop Making Sense was, de legendarische concertfilm die de band definitief wereldberoemd maakte. Inmiddels is die film zelf ook weer cultureel erfgoed geworden. Jongere generaties ontdekken hem alsof hij gisteren gemaakt is. En terecht. Wie Tina Weymouth ziet spelen, Chris Frantz ziet drummen en David Byrne met die hoekige energie over het podium ziet bewegen, begrijpt meteen waarom.
Toch zit de kracht van Speaking in Tongues voor mij niet alleen in de muziek. Het is ook het ritueel geworden. Pinksteren, een vrije dag, mooi weer, ramen open, met de laptop op het terras achter het huis, en dan deze muziek, tegenwoordig op de SONOS Roam. Muziek als ankerpunt in de tijd.
En vreemd genoeg roept zo’n album niet alleen herinneringen op aan de jaren tachtig, maar ook aan eerdere momenten waarop ik ernaar luisterde. Ik herinner me niet alleen de muziek, maar ook mezelf. De huizen waar ik woonde. De apparatuur waarop ik luisterde. De bloglezers die erop reageerden, de collega's waarmee ik muziek maakte. Misschien is dat uiteindelijk wat favoriete platen doen: ze bewaren stukjes van mijn verleden.
De Talking Heads bestaan al lang niet meer. Maar This Must Be the Place (Naive Melody) blijft nog altijd een van de warmste, menselijkste nummers die ooit uit de postpunk is voortgekomen. En als die baslijn begint, klinkt het nog steeds alsof ik thuiskom. Niet meer thuis in Haarlem, maar thuis in Fryslân.
Tracklist:
Burning Down the House / Making Flippy Floppy / Girlfriend Is Better / Slippery People / I Get Wild/Wild Gravity / Swamp / Moon Rocks / Pull Up the Roots / This Must Be the Place (Naive Melody)
Bij het openen van de vleeswarentrommel zag ik het onmiddellijk; mijn oog viel op het etiket van de kaas en ik was verloren. Wankelend stond ik bij het aanrecht, kaasschaaf trillend in de hand, bevangen door existentiële twijfel: daar lag een blok Noord-Hollandse Gouda. Echt waar.
Gisteren kocht ik tien blikjes tomatenpuree. Niets bijzonders. Bij de zelfscan scande ik één blikje, stelde het aantal in en drukte op ‘nu betalen’. Steekproef. Een medewerker kwam, pakte drie blikjes uit mijn tas en scande ze. Piep, piep, piep. “Het is goed, u mag door.”
Eros Ramazzotti - Una Storia Importante (2025)
Een alleraardigste roman uit 2014. Twee schrijvers, twee hoofdpersonen, twee verhalen. De ene schrijver een Vlaming, de ander een Fries. Het ene verhaal speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog, het andere verhaal loopt van 1965 tot 1987. Wat de verhalen gemeen hebben is de locatie: het
Melkert in 2002 – wat een val! De architect van Paars leed onherstelbaar gezichtsverlies na een ontluisterende verkiezingsuitslag. Politieke zekerheid verdween sneller dan Andries Noppert op het WK tegenover Messi in de penaltyserie: hartkloppingen, ogen op hem gericht, en toch totaal overrompeld. Het leek alsof Sheldon Cooper zijn hele lab in de fik zag vliegen: ongeloof, paniek én komedie tegelijk.
Na het voor
Nederlandse begrippen tamelijk extreme winterweer van vorige week is het weer
weer rustig. Twee keer weer achter elkaar: het mag. De taal kijkt niet
streng, ze knikt hooguit even.
De eerste keer dat ik in Fryslân kwam, jaren geleden, viel me een zeer karakteristiek aspect van de Friese cultuurgeschiedenis op. Niet een echt spectaculair aspect, geen seks, geen drugs, geen rock ’n roll, maar kerktorens met een zadeldak. Middeleeuwse kerktorens in romaanse stijl gebouwd met een zadeldak. Geen torenspits, geen koepeltje, geen plat dak, neen, een kerk met een middeleeuwse toren met een zadeldak. Buiten Fryslân zie je ze nauwelijks. Ja, een enkele in Groningen, hier en daar een in Drenthe, in Limburg heb je er een paar, maar dat is het dan. Ik heb via desktop-research een inventarisatie gemaakt en ik kwam tot het indrukwekkende aantal van zevenenzestig zulke torens in Friesland. Regelmatig trek ik eropuit om deze te bezoeken en te fotograferen. Als een project, met als doel: de samenstelling van een fotoalbum met daarin alle Friese torens met een zadeldak, voorzien van een korte beschrijving. Van deze zevenenzestig zijn er twee in een stad: één in Sloten, en één in Bolsward. De andere vijfenzestig staan in dorpen verdeeld over de provincie. Ik heb er nu zestig in mijn work-in-progress album en heb er dus nog zeven te gaan: Hollum, Ingwierum, Foudgum, Nes, Waaksens, Hegebeintum en Wyns. Ja, begin aan een project en je komt nog eens ergens!
Tien jaar geleden overleed David
Bowie. Dat klinkt als een herdenking, maar zo voelt het niet. Het is
meer een meetpunt. Een moment waarop ik even stilsta en merk: ik sta
ergens anders dan toen.
"Jij hebt zeker tijd te veel, nu je met pensioen bent." Ik weet het niet, de dagen lijken soms niet lang genoeg om alles te doen wat ik zou willen doen. Tussen de vele bedrijven door heb ik iets gedaan waar ik apetrots op ben: ik heb een boek geschreven! Het heet Wortels en vleugels, en het vertelt het verhaal van mij, van mijn ouders en van mijn grootouders. Ik kom uit een rooms-katholiek nest, allemaal geworteld in de Bollenstreek. Aan de hand van gesprekken, brieven en herinneringen heb ik geprobeerd om mijn familie, de mensen om hen heen, om relevante gebeurtenissen weer tot leven te brengen.



