Voor wie meer wil lezen over mij, ik schrijf ook onder een andere naam, en publiceer die schrijfsels als artikelen. Ik ben begonnen aan een feuilleton-voorbeschouwing van het WK2026. Onder de titel "Echo's van de 19e eeuw" maak ik een virtuele rondreis door Noord-Amerika, langs de speelsteden. Francesco Bryuzga neemt de stand van het continent waar en vindt daar iets van.
een kijkje op de wereld vanuit het perspectief van een senior duinkonijn met pensioen
woensdag
maandag
Riders on the Pollenstorm

Gisteren een dagje Gelderland. Zussendag. Elly, haar twee zussen, mijn zwager Arnold en ik op camping De Rimboe in Lunteren. De Veluwe. Dennen, zandgrond, zonlicht tussen hoge bomen, kortom: Nederland zoals de Randstad zich Nederland voorstelt. Ik had er zin in. Autoritje, koffie, heerlijke lunch, wat wandelen, wat praten, afsluitend diner in een restaurant in Ede. Mooie dag.
Dacht ik.
Rond half twee sloeg de Veluwe toe.
Niet een beetje hooikoorts. Neen, een complete aanval op mijn slijmvliezen. Alsof ergens diep in het Lunterse bos een alarm afging: “Fries gedetecteerd!” Eerst mijn ogen. Vooral links. Stekende pijn alsof iemand er met een Gelderse dennennaald in stond te roeren. Daarna niezen. Snotteren. Tranen. Rillen. Ik slik dagelijks mijn hooikoortstabletten, het hele jaar door. In Friesland functioneer ik daar redelijk op. Maar de Veluwe bleek een andere divisie. Hier geen vriendelijke Gaasterlandse bermbloemen in vochtige zeelucht. Integendeel, hier heerst de droge zandgrond. Hier hebben ze pollen met een missie. Bossen die blijkbaar al eeuwen wachten op argeloze toeristen uit het Gaasterland.
Het gekke is dat je dan toch probeert normaal te blijven. Gesprekken voeren. Fanta drinken. Alsof er niet ondertussen biologisch oorlogsmateriaal door je neusholtes jaagt.
Het afsluitende diner in Ede bij ’t Zusje heb ik overleefd. Met veel zakdoekjes weliswaar, overleefd. En toen kwam de terugreis. Dat werd een aflevering van The Twilight Zone.
Met samengeknepen ogen reden we door het donkere Veluwse bos langs de Ginkelse Heide. Af en toe kneep ik mijn ogen noodgedwongen helemaal dicht. Niet ideaal op de A12 bij Arnhem, kan ik melden. Daarna de A50 langs Apeldoorn tot Hattem. Toen de N50 langs Kampen. Vervolgens Emmeloord. En eindelijk de A6 richting Lemmer, Balk, thuis.
Ik reed, El sliep. Ik voelde ons als Riders on the Storm.
Niet vanwege regen of onweer. Maar vanwege dat gevoel van onderweg zijn in een vijandig landschap. Koplampen. Donkere bomen. Een lichaam dat niet meer meewerkt. Alsof de natuur langzaam bezit van je neemt.
“Into this house we’re born…”
Alleen was dit geen storm.
Dit waren pollen.
Half twaalf thuis.
Glaasje cognac hielp.
zaterdag
Talking Heads – Speaking in Tongues – 2026
Sommige platen horen niet alleen bij een periode in je leven, maar ook bij een vast moment in het jaar. Net zoals ik op 1 november automatisch naar Bowie’s All Saints grijp, en op 7 juli Two Sevens Clash van Culture draai, zo hoort rond Pinksteren nog altijd Speaking in Tongues van Talking Heads.
Negentien jaar geleden schreef ik daar al eens over op dit blog. Toen was het nog een cd die in de speler ging. Inmiddels is de muziek digitaal geworden, de wereld veranderd, zijn weblogs bijna een nostalgisch verschijnsel geworden en is David Byrne een keurige zeventiger. Maar zodra de eerste ritmes van Burning Down the House klinken, valt de tijd even weg.
Wat me nu vooral opvalt, is hoe tijdloos deze plaat eigenlijk gebleven is. Veel muziek uit de jaren tachtig is gevangen geraakt in de productie van die tijd: de galm, de synthesizers, de modieuze effecten. Speaking in Tongues heeft dat ook wel, maar op de een of andere manier blijft het overeind. Misschien door de ritmes. Misschien door de speelsheid. Misschien doordat de Talking Heads altijd net iets eigens hadden.
In 2007 schreef ik dat dit nog vóór Stop Making Sense was, de legendarische concertfilm die de band definitief wereldberoemd maakte. Inmiddels is die film zelf ook weer cultureel erfgoed geworden. Jongere generaties ontdekken hem alsof hij gisteren gemaakt is. En terecht. Wie Tina Weymouth ziet spelen, Chris Frantz ziet drummen en David Byrne met die hoekige energie over het podium ziet bewegen, begrijpt meteen waarom.
Toch zit de kracht van Speaking in Tongues voor mij niet alleen in de muziek. Het is ook het ritueel geworden. Pinksteren, een vrije dag, mooi weer, ramen open, met de laptop op het terras achter het huis, en dan deze muziek, tegenwoordig op de SONOS Roam. Muziek als ankerpunt in de tijd.
En vreemd genoeg roept zo’n album niet alleen herinneringen op aan de jaren tachtig, maar ook aan eerdere momenten waarop ik ernaar luisterde. Ik herinner me niet alleen de muziek, maar ook mezelf. De huizen waar ik woonde. De apparatuur waarop ik luisterde. De bloglezers die erop reageerden, de collega's waarmee ik muziek maakte. Misschien is dat uiteindelijk wat favoriete platen doen: ze bewaren stukjes van mijn verleden.
De Talking Heads bestaan al lang niet meer. Maar This Must Be the Place (Naive Melody) blijft nog altijd een van de warmste, menselijkste nummers die ooit uit de postpunk is voortgekomen. En als die baslijn begint, klinkt het nog steeds alsof ik thuiskom. Niet meer thuis in Haarlem, maar thuis in Fryslân.
Tracklist:
Burning Down the House / Making Flippy Floppy / Girlfriend Is Better / Slippery People / I Get Wild/Wild Gravity / Swamp / Moon Rocks / Pull Up the Roots / This Must Be the Place (Naive Melody)
zondag
Ontregelende zuivel
Bij het openen van de vleeswarentrommel zag ik het onmiddellijk; mijn oog viel op het etiket van de kaas en ik was verloren. Wankelend stond ik bij het aanrecht, kaasschaaf trillend in de hand, bevangen door existentiële twijfel: daar lag een blok Noord-Hollandse Gouda. Echt waar.
Ik besefte na enkele ogenblikken dat “Gouda” hier als productnaam wordt gebruikt, en niet als de naam van die prachtige stad in Zuid-Holland. Maar het kwaad was al geschied. Mijn wereldbeeld, eigenlijk mijn PLUS-kaasbeeld, is nooit meer hetzelfde.
Mijn gedachten dwaalden af naar 1840, toen Holland bestuurlijk werd gesplitst in Noord- en Zuid-Holland. Grenzen werden getrokken. Aan de westzijde van de toen nog niet drooggelegde Haarlemmermeer liep die grens langs de Hillegommer Beek — tegenwoordig een vriendelijk meanderend stroompje waar eenden met pensioen lijken te zijn gegaan. Toch bepaalde dat slootje mede het lot van Haarlem, Hillegom, Bennebroek en uiteindelijk zelfs van de bollenteelt.
Want waar een “Noord-” bestaat, verwacht men automatisch een “Zuid-”. Noord-Korea, Zuid-Korea. North Carolina, South Carolina. Zulke namen ontstaan zelden zonder strijd, conflict of minstens bestuurlijke ruzie.
En nu dus: Noord-Hollandse Gouda.
Ik vermoed dat de kaasmakers van PLUS bij dit alles vooral dachten: “lekker belegen”. Maar voor mij blijft het een ontregelend product. Alsof iemand Friese Limburgse vlaai verkoopt.
De kaas smaakt overigens uitstekend. Dat maakt het misschien nog verontrustender.
Verhuisbericht
Wie de afgelopen maanden op Franz' Golden Years heeft rondgekeken, zal gemerkt hebben dat ik onregelmatig publiceer. Maar wees gerust, i...
-
"Jij hebt zeker tijd te veel, nu je met pensioen bent." Ik weet het niet, de dagen lijken soms niet lang genoeg om alles te doen w...
-
Tien jaar geleden overleed David Bowie. Dat klinkt als een herdenking, maar zo voelt het niet. Het is meer een meetpunt. Een moment waarop...
-
Best wel een spannende boektitel, de vrouwen aan wie ik ’s nachts denk. Maar dit is niet wat je wellicht zou denken. Dit is een reisboek ove...