In november begon de viering van tweehonderd jaar Oranjemonarchie. En ter gelegenheid daarvan verschenen biografieën van de drie negentiende-eeuwse Oranjekoningen, Willem I, Willem II en Willem III. Een box-set: drie kloeke ingenaaide boeken in een fraaie "Koningsbiografieën"-doos.Het eerste deel heb ik nu uit. Willem I blijkt een zeer interessante man, waarover het aangenaam lezen is. Tijdgenoot van Napoleon, kind van de Verlichting, speelbal van de Europese mogendheden, man met een enorme hoeveelheid mazzel. Autoritaire, koppige geldwolf. Hoe verder ik kwam in het boek, hoe onsympathieker ik hem ging vinden. Overloper, vreemdganger, couppleger, kortom never a dull moment.
Ik ga nu met veel zin beginnen aan Willem II, ik hoop dat diens biografie net zo goed geschreven is.

En dat is drie! Koning Willem III wel te verstaan. Ook dit bleek weer een geslaagde biografie, een fraaie beschrijving van het leven van een niet zo fraaie man. Als staatshoofd altijd in de contramine met ministers, met een enorme verachting van het parlement, conservatief tot op het bot. Als echtgenoot een gedegenereerde hork, gek op boerinnetjes en operazangeressen, driftig, boosaardig, egoistisch.