maandag

Patje Boem Boem (100% rock-'n-roll)

Er is een biografie over Ruud Geels met als titel Altijd raak. Die titel had ook uitstekend gepast bij de biografie van voetballer Patrick Goots. Want bij welke club Patje Boem Boem ook speelde, hij scoorde erop los.

Toch had ik nog nooit van Patrick Goots gehoord. Dat is niet zo vreemd. Hij speelde zijn hele carrière in België, kwam nooit uit voor de Rode Duivels. Hij speelde eerste klasse, maar ook in de tweede klasse. Daardoor bleef hij aan deze kant van de grens voor mij buiten beeld.

Jammer eigenlijk, want Patrick Goots blijkt een zeer interessante verschijning op de voetbalvelden te zijn geweest. Dat ontdek ik bij het lezen van Patje Boem Boem(100% rock-'n-roll), geschreven door Dave Peters.

83 keer raak bij Antwerp

Vooral bij Royal Antwerp FC maakte Patrick Goots furore. Tussen 1999 en 2004 speelde hij vijf seizoenen voor RAFC en scoorde hij maar liefst 83 doelpunten. De supporters dragen hem er nog altijd op handen. Vijf seizoenen en 83 goals: dat zijn cijfers die voor zichzelf spreken. Maar dat zijn naam in Antwerpen nog steeds met zoveel warmte wordt uitgesproken, zegt ook iets over de indruk die hij heeft achtergelaten.

De vergelijking met Ruud Geels dringt zich dan ook vanzelf op. Altijd raak zou een passende titel zijn geweest voor deze biografie. Al heeft Patje Boem Boem natuurlijk een heel eigen geluid.

Een Belgische voetbalwereld

Veel van de namen van zijn medespelers en trainers zeggen mij weinig. Het Belgische voetbal heeft nu eenmaal zijn eigen geschiedenis, die niet altijd samenvalt met de mij vertrouwde Nederlandse voetbalwereld. Maar gelukkig komen er ook bekenden voorbij, zoals Simon Tahamata, Barry Hughes, Hendrie Krüzen en Stanley Menzo. Dat maakt de verhalen af en toe wat herkenbaarder.

Een naam die mij evenmin iets zei, was Davy Oyen, ooit ploeggenoot van Patrick Goots bij Racing Genk. Maar ook hier blijkt de voetbalwereld kleiner dan je denkt. Davy Oyen blijkt de vader van Luca Oyen, de jonge Belg die regelmatig als invaller in actie komt voor mijn SC Heerenveen. Afgelopen vrijdag liet Luca nog van zich spreken door fraai de derde goal tegen Excelsior te scoren. Zo lees je over een voetballer uit een voor jou onbekende generatie en duikt ineens de naam op van een speler die je zelf op de voet volgt. Een aardig detail.

Leo van der Elst ken ik natuurlijk wel. Hij maakte deel uit van de Belgische succesploeg op het WK van 1986. Ook hij duikt op in het verhaal van Patrick Goots. De twee waren ook ploeggenoten bij Genk, maar hun onderlinge geschiedenis ging verder dan het voetbal. De toenmalige echtgenote van Patrick Goots verruilde hem namelijk voor Van der Elst. Dat moet de onderlinge verhoudingen binnen de ploeg een bijzondere dimensie hebben gegeven. Samen trainen en spelen terwijl zich buiten het veld zoiets afspeelde: het is een verhaal dat je niet in iedere voetbalbiografie tegenkomt.

Pinten, doelpunten en hardrock

De ondertitel 100% rock-'n-roll is bepaald niet uit de lucht gegrepen. In het verhaal spelen vrouwen en vooral bier een grote rol. Vrouwen, pinten en doelpunten: het zijn de terugkerende ingrediënten in het voetballeven van Patje.

En dan was er zijn uiterlijk. Lang voordat Erling Haaland zijn haar in een paardestaart droeg, deed Patrick Goots dat al. Met zijn lange haar had hij de uitstraling van een hardrocker. De combinatie van die verschijning, de doelpunten en de pinten maakt hem tot een voetballer die zich niet gemakkelijk laat vergeten.

Een biografie die tot leven komt

De verdienste van Dave Peters is dat hij Patrick Goots op een bijzondere manier tot leven brengt. Hij baseert zich niet alleen op de vele gesprekken die hij één-op-één met Goots heeft gevoerd, maar heeft ook uitgebreid gesproken met mensen uit diens omgeving.

Dat levert een mooi 360-gradenbeeld op. We krijgen niet uitsluitend het verhaal van Patrick Goots zelf, maar leren hem ook kennen door de ogen van anderen. Zo ontstaat een veelzijdiger portret dan wanneer alleen de voetballer zelf aan het woord zou zijn.

Een aardige extra zijn de vele QR-codes in het boek, die doorlinken naar YouTube-filmpjes met wedstrijdbeelden. Zo blijft het niet bij verhalen over doelpunten en bijzondere momenten: je kunt ze ook met eigen ogen bekijken. Voor mij, die Patrick Goots nooit bewust heeft zien voetballen, is dat een welkome aanvulling. De verhalen krijgen er letterlijk bewegend beeld bij.

Een nieuwe naam in mijn voetbalgeheugen

Ik heb het boek met plezier gelezen. Niet omdat ik vooraf al veel over Patrick Goots wist, maar juist omdat hij voor mij een volslagen onbekende was. Het is altijd aardig om een nieuwe naam aan je voetbalgeheugen toe te voegen, zeker wanneer blijkt dat daarachter een verhaal schuilgaat dat de moeite waard is.

Dave Peters heeft mij laten kennismaken met een Belgische spits die jarenlang buiten mijn blikveld bleef, maar die bij zijn clubs en vooral bij Antwerp een blijvende indruk heeft gemaakt. Dankzij de gesprekken, de verhalen uit zijn omgeving en de wedstrijdbeelden wordt Patrick Goots meer dan een naam met indrukwekkende statistieken.

Patje Boem Boem: 83 keer raak bij Antwerp, een hardrocker met een neus voor doelpunten en een voorliefde voor pinten.

En eigenlijk blijft die alternatieve boektitel door mijn hoofd spelen: Altijd raak.

zondag

Kwartfinale


Noren benadeeld bij
Bellinghams gelijkmaker.
Keeper schiet bal tegen
cameradraad.

Coach van de Noren roept:
Videoscheidsrechter!
Niemand grijpt in, dus de
gelijkmaker staat.


zaterdag

Tussen vis en staal

Voor mijn verjaardag kreeg ik een boekenbon, en ik besloot die bon te besteden aan een boek dat op vrijdag 10 juli zou verschijnen: Het mirakel van IJmuiden, geschreven door Willem Vissers en Pieter de Waard. Op de verschijningsdag, gisteren dus, kreeg ik om half twaalf een berichtje van Bruna Balk: het bestelde boek lag voor me klaar. En om zeven uur 's avonds sloeg ik het boek weer dicht. Bijna driehonderd pagina's. Dat gebeurt me niet vaak.

Maar ik ben niet objectief.

Ik ben geboren in Oud-IJmuiden. Letterlijk tussen vis en staal. De visafslag lag een paar honderd meter ten zuiden van ons huis aan de Kanaalstraat. Aan de overkant van het Noordzeekanaal, ongeveer een kilometer noordelijk, lagen de Hoogovens. Alles rook naar vis. 's Avonds kleurde de hemel boven de kooksfabriek oranje. De zuidwestenwind was er bijna altijd. 's Morgens reden mannen in lange jassen op hun brommers via de sluizen naar de Hoogovens, op weg naar de vroege dienst. En als de avond viel, draaiden de beide vuurtorens onverstoorbaar hun licht over de pieren.

Dat was mijn IJmuiden.

Het bestaat niet meer. De vis is geen vis meer. De haven haalt tegenwoordig het nieuws vanwege de cocaïne. Het staal is geen staal meer. Tata Steel staat vaker in de krant vanwege CO₂ en fijnstof dan vanwege de kwaliteit van het staal. Het is tegenwoordig tussen coke en kooks.

Eén ding is gebleven: Telstar.

Ik was een jaar of acht toen mijn vader me voor het eerst meenam naar Schoonenberg. Lopend door IJmuiden. Ik herinner me de uitslagen allang niet meer, maar de wandeling wel, de staanplaats achter het doel, muziek uit de luidsprekers, 
The Tornados speelden "Telstar". Tegen het hek achter Heinz Stuy, Malle Wimpie en een zakje chips in de rust.

Toen ik gisteren Het mirakel van IJmuiden opensloeg, wist ik eigenlijk al dat dit geen gewone leeservaring zou worden. Ik verliet IJmuiden als jongetje van tien. Bijna zestig jaar later bracht dit boek me voor een paar uur terug.

De titel van het boek is goed gekozen. We kennen allemaal het Mirakel van Bern. Een mirakel is een woord dat in het voetbal vooral voor de underdog wordt bewaard. Toch beschrijft dit boek niet alleen een mirakel, maar eigenlijk een annus mirabilis: het wonderjaar van Telstar. Van de gewonnen nacompetitie in mei 2025 tot de handhaving in de Eredivisie, precies een jaar later. Achteraf bezien was die handhaving misschien nog wel een groter mirakel dan de promotie.

Beide auteurs kende ik natuurlijk al. Willem Vissers schrijft al jaren over sport in de Volkskrant. Sinds 1999 woont hij in Velsen en is hij een regelmatige bezoeker van het stadion. En Pieter de Waard? Die was zeventien jaar voorzitter van Telstar. Hij trad in 2023 terug en beleefde het wonderjaar als supporter.

Een mooi koppel: een journalist die van Telstar houdt, en een Telstar-supporter in hart en nieren die kan schrijven.

Het boek bestaat uit 58 (waarom eigenlijk geen 63?) korte stukjes, afwisselend geschreven door Willem Vissers en Pieter de Waard. Het voorwoord is van succestrainer Anthony Correia. Nergens staat vermeld wie welk stukje schreef. Dat hoeft ook niet. Al snel hoor je de twee stemmen. Verschillende invalshoeken, verschillende stijlen. Juist daardoor vullen ze elkaar uitstekend aan.

De rode draad door het boek is presteren met minimale middelen. Tegen de economische logica van het betaalde voetbal in. Voetbal kent af en toe van die verhalen die bijna te mooi zijn om waar te zijn. Leicester City werd kampioen van Engeland. Bodø/Glimt schreef Europese voetbalgeschiedenis. En nu Telstar, dat met de kleinste begroting van de Eredivisie niet alleen promoveert, maar zich ook handhaaft. Pieter de Waard schrijft ergens dat geluk niet voortvloeit uit beleid. Dat is waar. Maar dit boek laat ook zien dat goed beleid de kans vergroot dat je af en toe een zes gooit. En soms vallen er in één seizoen verrassend veel zessen achter elkaar. Twee keer winnen van PSV bijvoorbeeld.

De verzamelde stukjes bieden een frisse inkijk in het hart van de club. Natuurlijk gaat het ook over doelpuntenmakers, over busreizen naar uitwedstrijden en over Louis van Gaal. Dat hoort erbij. Maar ik geniet vooral van de verhalen die laten zien wat Telstar nu eigenlijk Telstar maakt. Dat hun thuiswedstrijden vroeger op zondagmiddag half drie begonnen, en niet al om twee uur zoals bij veel andere clubs. Dat zou zijn omdat de vroege dienst bij Hoogovens pas om twee uur afliep. En zo konden de mannen toch nog op tijd voor de aftrap in het stadion zijn. Zo'n verhaal is bijna te mooi om waar te zijn. Over de eerste Brazilianen in het Nederlandse betaalde voetbal, een Telstar-primeur uit 1965 toen Wilson en Carlos het middenveld vormden. 

De Waard is een realist: geluk is niet het resultaat van management. Geen pech is al geluk genoeg, schrijft hij ergens.

Telstar streeft naar de gunfactor, ze koesteren het beeld van die sympathieke kleine club, waar ze niet gekker doen dan nodig is. Waar ze mandjes aan een paal omhoog hijsen als scorebord. Waar ze nog steeds The Tornados met "Telstar" laten horen voordat de wedstrijd begint. Waar ze geen transfersommen betalen om spelers aan te trekken. Telstar wil van iedereen de favoriete tweede club zijn. 

Bij mij werkt dat. Misschien komt dat omdat ik er ben opgegroeid.

woensdag

bob dylan - biograph

Vanmiddag bracht de postbode een brievenbuspakketje.

Op tafel ligt Biograph, een 3-cd-boxset in de vorm van een hardcover boek.
En meteen dient zich een merkwaardige vraag aan.

Waarom heb ik deze box nooit eerder gekocht?

Ik ben al jaren Dylan-liefhebber. De reguliere albums staan in de kast. Alle Bootleg Series ook. Ik beluister alternatieve takes, studio-outtakes en live-opnamen. Ik lees over Dylan. Ik schrijf over Dylan.

Maar Biograph?

Die ontbrak. Terwijl juist daarmee alles begon.

In 1985 verscheen deze box. Voor het eerst ging de deur van Dylans archief een stukje open. Nu kijken we daar nauwelijks meer van op. We zijn verwend met die Bootleg Series. Complete studiosessies. Meerdere versies van hetzelfde nummer. We weten bijna niet beter.

Maar misschien was dat juist de reden.

Biograph was voor mij geen gemis meer. Ik kende veel van de zeldzame nummers al uit latere uitgaven. De geschiedenis had zichzelf ingehaald.

Tot ik de box een paar dagen geleden tweedehands zag staan.
Toen dacht ik ineens: wacht eens even...
Ik bezit de hele Bootleg Series.
Maar het eerste hoofdstuk ontbreekt.

Vanmiddag bracht de postbode daar verandering in.

Ik leg de box naast de andere Dylan-cd's.

De verzameling is nauwelijks groter geworden.

Maar wel completer.

Time Passes Slowly.

dinsdag

Two Sevens Clash

Lang geleden schreef ik dit over een reggae-album. Twintig jaar later luister ik Two Sevens Clash zonder ook maar een greintje eschatologische spanning. Geen angst meer voor 7-7, geen gesloten winkels, geen naderend einde der tijden. Hoogstens een agenda-melding: oh ja, die plaat weer eens opzetten. De wereld is intussen al zo vaak vergaan dat niemand het nog bijhoudt.

Wat destijds een profetie was, klinkt nu als een waarschuwing zonder houdbaarheidsdatum. Babylon is niet ingestort — het heeft een update gekregen. Nieuwe software, oude bugs. Joseph Hill zingt niet over algoritmes, geopolitiek of klimaattoppen, maar hij had ze moeiteloos kunnen meenemen. Het refrein past zich vanzelf aan de tijd aan. Dat is het voordeel van vaag onheil: het veroudert beter dan concrete beloftes.

Mijn jongere ik hoorde vooral ernst en betekenis. Mijn huidige ik hoort ook de ironie: dat mensen zich ooit massaal voorbereidden op een datum, terwijl de echte chaos zich altijd netjes weigert te plannen. De apocalyps komt nooit op tijd, maar altijd onverwacht — meestal op maandagochtend.

En toch werkt het nog steeds. Niet ondanks, maar dankzij die mislukte voorspelling. Two Sevens Clash is geen gelijk-hebberige plaat, maar een sfeervolle. Muziek voor mensen die denken: het voelt alsof er iets niet klopt, zonder te pretenderen dat ze weten wanneer het klapt.

Ik zet ’m nog steeds op. Niet om de wereld te begrijpen, en zeker niet om haar einde te voorspellen, maar omdat goede reggae hetzelfde doet als goede satire: ze relativeert, zonder haar tanden te verliezen. En dat is, twintig jaar later, misschien wel profetischer dan die hele 7-7 ooit was.

zondag

Verhuisbericht

Wie de afgelopen maanden op Franz' Golden Years heeft rondgekeken, zal gemerkt hebben dat ik onregelmatig publiceer. Maar wees gerust, ik ben niet gestopt met schrijven, ik heb een tweede huis gevonden.

De afgelopen weken verschenen op Substack, onder de naam Francesco Bryuzga, een serie artikelen onder de naam Echo's van de 19e eeuw, een virtuele reis door Amerika, Canada en Mexico.

Je kunt die echo's niet alleen horen, je kunt ze hier ook lezen.

Inmiddels werk ik aan een nieuw project: Van 9 tot 69.

In 1966 was ik negen jaar oud.
Dit jaar word ik negenenzestig.

Daartussen liggen zestig jaar muziek, herinneringen, familiegeschiedenis en maatschappelijke veranderingen. De WK's voetbal dienen als wegwijzers, maar het gaat uiteindelijk over iets anders: de tijd die ertussen ligt.

Wie nieuwsgierig is geworden, vindt hier het overzicht van de reeds verschenen hoofdstukken en de route voor de komende dagen:

Franz' Golden Years blijft gewoon bestaan. Maar nieuwe verhalen verschijnen voorlopig vooral op Substack.

Misschien zie ik jullie daar.

woensdag

een schrijvend alter ego

Voor wie meer wil lezen over mij, ik schrijf ook onder een andere naam, en publiceer die schrijfsels als artikelen. Ik ben begonnen aan een feuilleton-voorbeschouwing van het WK2026. Onder de titel "Echo's van de 19e eeuw" maak ik een virtuele rondreis door Noord-Amerika, langs de speelsteden. Francesco Bryuzga neemt de stand van het continent waar en vindt daar iets van.


Patje Boem Boem (100% rock-'n-roll)

Er is een biografie over Ruud Geels met als titel Altijd raak . Die titel had ook uitstekend gepast bij de biografie van voetballer Patrick...