zondag

Kwartfinale


Noren benadeeld bij
Bellinghams gelijkmaker.
Keeper schiet bal tegen
cameradraad.

Coach van de Noren roept:
Videoscheidsrechter!
Niemand grijpt in, dus de
gelijkmaker staat.


zaterdag

Tussen vis en staal

Voor mijn verjaardag kreeg ik een boekenbon, en ik besloot die bon te besteden aan een boek dat op vrijdag 10 juli zou verschijnen: Het mirakel van IJmuiden, geschreven door Willem Vissers en Pieter de Waard. Op de verschijningsdag, gisteren dus, kreeg ik om half twaalf een berichtje van Bruna Balk: het bestelde boek lag voor me klaar. En om zeven uur 's avonds sloeg ik het boek weer dicht. Bijna driehonderd pagina's. Dat gebeurt me niet vaak.

Maar ik ben niet objectief.

Ik ben geboren in Oud-IJmuiden. Letterlijk tussen vis en staal. De visafslag lag een paar honderd meter ten zuiden van ons huis aan de Kanaalstraat. Aan de overkant van het Noordzeekanaal, ongeveer een kilometer noordelijk, lagen de Hoogovens. Alles rook naar vis. 's Avonds kleurde de hemel boven de kooksfabriek oranje. De zuidwestenwind was er bijna altijd. 's Morgens reden mannen in lange jassen op hun brommers via de sluizen naar de Hoogovens, op weg naar de vroege dienst. En als de avond viel, draaiden de beide vuurtorens onverstoorbaar hun licht over de pieren.

Dat was mijn IJmuiden.

Het bestaat niet meer. De vis is geen vis meer. De haven haalt tegenwoordig het nieuws vanwege de cocaïne. Het staal is geen staal meer. Tata Steel staat vaker in de krant vanwege CO₂ en fijnstof dan vanwege de kwaliteit van het staal. Het is tegenwoordig tussen coke en kooks. Maar één ding is gebleven: Telstar.

Ik was een jaar of acht toen mijn vader me voor het eerst meenam naar Schoonenberg. Lopend door Oud-IJmuiden. Een zakje chips in de rust. Ik herinner me de uitslagen allang niet meer, maar de wandeling wel, de staanplaats achter het doel, de muziek uit de luidsprekers. The Tornados met "Telstar".

Toen ik gisteren Het mirakel van IJmuiden opensloeg, wist ik eigenlijk al dat dit geen gewone leeservaring zou worden. Ik verliet IJmuiden als jongetje van tien. Bijna zestig jaar later bracht dit boek me voor een paar uur terug.

De titel van het boek is goed gekozen. We kennen allemaal het Mirakel van Bern. Een mirakel is een woord dat in het voetbal vooral voor de underdog wordt bewaard. Toch beschrijft dit boek niet alleen een mirakel, maar eigenlijk een annus mirabilis: het wonderjaar van Telstar. Van de gewonnen nacompetitie in mei 2025 tot de handhaving in de Eredivisie, precies een jaar later. Achteraf bezien was die handhaving misschien nog wel een groter mirakel dan de promotie.

Beide auteurs kende ik natuurlijk al. Willem Vissers schrijft al jaren over sport in de Volkskrant. Sinds 1999 woont hij in Velsen en is hij een regelmatige bezoeker van het stadion. En Pieter de Waard? Die was zeventien jaar voorzitter van Telstar. Hij trad in 2023 terug en beleefde het wonderjaar als supporter.

Een mooi koppel: een journalist die van Telstar houdt, en een Telstar-supporter in hart en nieren die kan schrijven.

Het boek bestaat uit 58 (waarom eigenlijk geen 63?) korte stukjes, afwisselend geschreven door Willem Vissers en Pieter de Waard. Het voorwoord is van succestrainer Anthony Correia. Nergens staat vermeld wie welk stukje schreef. Dat hoeft ook niet. Al snel hoor je de twee stemmen. Verschillende invalshoeken, verschillende stijlen. Juist daardoor vullen ze elkaar uitstekend aan.

De rode draad door het boek is presteren met minimale middelen. Tegen de economische logica van het betaalde voetbal in. Voetbal kent af en toe van die verhalen die bijna te mooi zijn om waar te zijn. Leicester City werd kampioen van Engeland. Bodø/Glimt schreef Europese voetbalgeschiedenis. En nu Telstar, dat met de kleinste begroting van de Eredivisie niet alleen promoveert, maar zich ook handhaaft. Pieter de Waard schrijft ergens dat geluk niet voortvloeit uit beleid. Dat is waar. Maar dit boek laat ook zien dat goed beleid de kans vergroot dat je af en toe een zes gooit. En soms vallen er in één seizoen verrassend veel zessen achter elkaar. Twee keer winnen van PSV bijvoorbeeld.

De verzamelde stukjes bieden een frisse inkijk in het hart van de club. Natuurlijk gaat het ook over doelpuntenmakers, over busreizen naar uitwedstrijden en over Louis van Gaal. Dat hoort erbij. Maar ik geniet vooral van de verhalen die laten zien wat Telstar nu eigenlijk Telstar maakt. Dat hun thuiswedstrijden vroeger op zondagmiddag half drie begonnen, en niet al om twee uur zoals bij veel andere clubs. Dat zou zijn omdat de vroege dienst bij Hoogovens pas om twee uur afliep. En zo konden de mannen toch nog op tijd voor de aftrap in het stadion zijn. Zo'n verhaal is bijna te mooi om waar te zijn. Over de eerste Brazilianen in het Nederlandse betaalde voetbal, een Telstar-primeur uit 1965 toen Wilson en Carlos het middenveld vormden. 

De Waard is een realist: geluk is niet het resultaat van management. Geen pech is al geluk genoeg, schrijft hij ergens.

Telstar streeft naar de gunfactor, ze koesteren het beeld van die sympathieke kleine club, waar ze niet gekker doen dan nodig is. Waar ze mandjes aan een paal omhoog hijsen als scorebord. Waar ze nog steeds The Tornados met "Telstar" laten horen voordat de wedstrijd begint. Waar ze geen transfersommen betalen om spelers aan te trekken. Telstar wil van iedereen de favoriete tweede club zijn. 

Bij mij werkt dat. Misschien komt dat omdat ik er ben opgegroeid.

woensdag

bob dylan - biograph

Vanmiddag bracht de postbode een brievenbuspakketje.

Op tafel ligt Biograph, een 3-cd-boxset in de vorm van een hardcover boek.
En meteen dient zich een merkwaardige vraag aan.

Waarom heb ik deze box nooit eerder gekocht?

Ik ben al jaren Dylan-liefhebber. De reguliere albums staan in de kast. Alle Bootleg Series ook. Ik beluister alternatieve takes, studio-outtakes en live-opnamen. Ik lees over Dylan. Ik schrijf over Dylan.

Maar Biograph?

Die ontbrak. Terwijl juist daarmee alles begon.

In 1985 verscheen deze box. Voor het eerst ging de deur van Dylans archief een stukje open. Nu kijken we daar nauwelijks meer van op. We zijn verwend met die Bootleg Series. Complete studiosessies. Meerdere versies van hetzelfde nummer. We weten bijna niet beter.

Maar misschien was dat juist de reden.

Biograph was voor mij geen gemis meer. Ik kende veel van de zeldzame nummers al uit latere uitgaven. De geschiedenis had zichzelf ingehaald.

Tot ik de box een paar dagen geleden tweedehands zag staan.
Toen dacht ik ineens: wacht eens even...
Ik bezit de hele Bootleg Series.
Maar het eerste hoofdstuk ontbreekt.

Vanmiddag bracht de postbode daar verandering in.

Ik leg de box naast de andere Dylan-cd's.

De verzameling is nauwelijks groter geworden.

Maar wel completer.

Time Passes Slowly.

dinsdag

Two Sevens Clash

Lang geleden schreef ik dit over een reggae-album. Twintig jaar later luister ik Two Sevens Clash zonder ook maar een greintje eschatologische spanning. Geen angst meer voor 7-7, geen gesloten winkels, geen naderend einde der tijden. Hoogstens een agenda-melding: oh ja, die plaat weer eens opzetten. De wereld is intussen al zo vaak vergaan dat niemand het nog bijhoudt.

Wat destijds een profetie was, klinkt nu als een waarschuwing zonder houdbaarheidsdatum. Babylon is niet ingestort — het heeft een update gekregen. Nieuwe software, oude bugs. Joseph Hill zingt niet over algoritmes, geopolitiek of klimaattoppen, maar hij had ze moeiteloos kunnen meenemen. Het refrein past zich vanzelf aan de tijd aan. Dat is het voordeel van vaag onheil: het veroudert beter dan concrete beloftes.

Mijn jongere ik hoorde vooral ernst en betekenis. Mijn huidige ik hoort ook de ironie: dat mensen zich ooit massaal voorbereidden op een datum, terwijl de echte chaos zich altijd netjes weigert te plannen. De apocalyps komt nooit op tijd, maar altijd onverwacht — meestal op maandagochtend.

En toch werkt het nog steeds. Niet ondanks, maar dankzij die mislukte voorspelling. Two Sevens Clash is geen gelijk-hebberige plaat, maar een sfeervolle. Muziek voor mensen die denken: het voelt alsof er iets niet klopt, zonder te pretenderen dat ze weten wanneer het klapt.

Ik zet ’m nog steeds op. Niet om de wereld te begrijpen, en zeker niet om haar einde te voorspellen, maar omdat goede reggae hetzelfde doet als goede satire: ze relativeert, zonder haar tanden te verliezen. En dat is, twintig jaar later, misschien wel profetischer dan die hele 7-7 ooit was.

zondag

Verhuisbericht

Wie de afgelopen maanden op Franz' Golden Years heeft rondgekeken, zal gemerkt hebben dat ik onregelmatig publiceer. Maar wees gerust, ik ben niet gestopt met schrijven, ik heb een tweede huis gevonden.

De afgelopen weken verschenen op Substack, onder de naam Francesco Bryuzga, een serie artikelen onder de naam Echo's van de 19e eeuw, een virtuele reis door Amerika, Canada en Mexico.

Je kunt die echo's niet alleen horen, je kunt ze hier ook lezen.

Inmiddels werk ik aan een nieuw project: Van 9 tot 69.

In 1966 was ik negen jaar oud.
Dit jaar word ik negenenzestig.

Daartussen liggen zestig jaar muziek, herinneringen, familiegeschiedenis en maatschappelijke veranderingen. De WK's voetbal dienen als wegwijzers, maar het gaat uiteindelijk over iets anders: de tijd die ertussen ligt.

Wie nieuwsgierig is geworden, vindt hier het overzicht van de reeds verschenen hoofdstukken en de route voor de komende dagen:

Franz' Golden Years blijft gewoon bestaan. Maar nieuwe verhalen verschijnen voorlopig vooral op Substack.

Misschien zie ik jullie daar.

woensdag

een schrijvend alter ego

Voor wie meer wil lezen over mij, ik schrijf ook onder een andere naam, en publiceer die schrijfsels als artikelen. Ik ben begonnen aan een feuilleton-voorbeschouwing van het WK2026. Onder de titel "Echo's van de 19e eeuw" maak ik een virtuele rondreis door Noord-Amerika, langs de speelsteden. Francesco Bryuzga neemt de stand van het continent waar en vindt daar iets van.


maandag

Riders on the Pollenstorm

Gisteren een dagje Gelderland. Zussendag. Elly, haar twee zussen, mijn zwager Arnold en ik op camping De Rimboe in Lunteren. De Veluwe. Dennen, zandgrond, zonlicht tussen hoge bomen, kortom: Nederland zoals de Randstad zich Nederland voorstelt. Ik had er zin in. Autoritje, koffie, heerlijke lunch, wat wandelen, wat praten, afsluitend diner in een restaurant in Ede. Mooie dag.

Dacht ik.

Rond half twee sloeg de Veluwe toe.

Niet een beetje hooikoorts. Neen, een complete aanval op mijn slijmvliezen. Alsof ergens diep in het Lunterse bos een alarm afging: “Fries gedetecteerd!” Eerst mijn ogen. Vooral links. Stekende pijn alsof iemand er met een Gelderse dennennaald in stond te roeren. Daarna niezen. Snotteren. Tranen. Rillen. Ik slik dagelijks mijn hooikoortstabletten, het hele jaar door. In Friesland functioneer ik daar redelijk op. Maar de Veluwe bleek een andere divisie. Hier geen vriendelijke Gaasterlandse bermbloemen in vochtige zeelucht. Integendeel, hier heerst de droge zandgrond. Hier hebben ze pollen met een missie. Bossen die blijkbaar al eeuwen wachten op argeloze toeristen uit het Gaasterland.

Het gekke is dat je dan toch probeert normaal te blijven. Gesprekken voeren. Fanta drinken. Alsof er niet ondertussen biologisch oorlogsmateriaal door je neusholtes jaagt.

Het afsluitende diner in Ede bij ’t Zusje heb ik overleefd. Met veel zakdoekjes weliswaar, overleefd. En toen kwam de terugreis. Dat werd een aflevering van The Twilight Zone.

Met samengeknepen ogen reden we door het donkere Veluwse bos langs de Ginkelse Heide. Af en toe kneep ik mijn ogen noodgedwongen helemaal dicht. Niet ideaal op de A12 bij Arnhem, kan ik melden. Daarna de A50 langs Apeldoorn tot Hattem. Toen de N50 langs Kampen. Vervolgens Emmeloord. En eindelijk de A6 richting Lemmer, Balk, thuis.

Ik reed, El sliep. Ik voelde ons als Riders on the Storm.

Niet vanwege regen of onweer. Maar vanwege dat gevoel van onderweg zijn in een vijandig landschap. Koplampen. Donkere bomen. Een lichaam dat niet meer meewerkt. Alsof de natuur langzaam bezit van je neemt.

“Into this house we’re born…”

Alleen was dit geen storm.

Dit waren pollen.

Half twaalf thuis.

Glaasje cognac hielp.

Kwartfinale

Noren benadeeld bij Bellinghams gelijkmaker. Keeper schiet bal tegen cameradraad. Coach van de Noren roept: Videoscheidsrechter! Niema...