woensdag

Het weer is weer weer

Over verijzen, verrijzen en verreizen

Na het voor Nederlandse begrippen tamelijk extreme winterweer van vorige week is het weer weer rustig. Twee keer weer achter elkaar: het mag. De taal kijkt niet streng, ze knikt hooguit even.

Hier en daar ligt nog een brok verijsde sneeuw. Dat woord blijft hangen: verijzen. En meteen melden zich zijn klankgenoten. Verrijzen, verreizen. Drie woorden die hetzelfde klinken en toch iets totaal anders doen. IJs dat blijft liggen. Iets dat opstaat. Iemand die vertrekt. Het oor hoort één woord, het hoofd sorteert.

Ik blijf even staan bij die laatste resten sneeuw en merk hoe gedachten zich verplaatsen zonder dat ik een stap zet. Van kou naar beweging, van blijven naar gaan. Het kost geen moeite.

Misschien is dat wel de echte kracht van taal: ze laat je reizen zonder bagage, verrijzen zonder reden en verijzen zonder winter. En dat allemaal terwijl het weer gewoon weer is.

dinsdag

Een zwak voor Friese kerktorens met een zadeldak

Een onverklaarbare bakstenen fascinatie voor zevenenzestig torens tussen elf steden.

De eerste keer dat ik in Fryslân kwam, jaren geleden, viel me een zeer karakteristiek aspect van de Friese cultuurgeschiedenis op. Niet een echt spectaculair aspect, geen seks, geen drugs, geen rock ’n roll, maar kerktorens met een zadeldak. Middeleeuwse kerktorens in romaanse stijl gebouwd met een zadeldak. Geen torenspits, geen koepeltje, geen plat dak, neen, een kerk met een middeleeuwse toren met een zadeldak. Buiten Fryslân zie je ze nauwelijks. Ja, een enkele in Groningen, hier en daar een in Drenthe, in Limburg heb je er een paar, maar dat is het dan. Ik heb via desktop-research een inventarisatie gemaakt en ik kwam tot het indrukwekkende aantal van zevenenzestig zulke torens in Friesland. Regelmatig trek ik eropuit om deze te bezoeken en te fotograferen. Als een project, met als doel: de samenstelling van een fotoalbum met daarin alle Friese torens met een zadeldak, voorzien van een korte beschrijving. Van deze zevenenzestig zijn er twee in een stad: één in Sloten, en één in Bolsward. De andere vijfenzestig staan in dorpen verdeeld over de provincie. Ik heb er nu zestig in mijn work-in-progress album en heb er dus nog zeven te gaan: Hollum, Ingwierum, Foudgum, Nes, Waaksens, Hegebeintum en Wyns. Ja, begin aan een project en je komt nog eens ergens!

Misschien is dat wel wat deze torens me leren: dat sommige dingen niet bedoeld zijn om af te ronden, alleen om steeds opnieuw te bekijken.

maandag

Nachtboek na vijftig jaar

Er zijn boeken die onlosmakelijk verbonden raken met een levensfase. Met school, met onzekerheid, met ambitie. En soms krijg je de kans om zo’n boek opnieuw te ontmoeten.

In het schooljaar 1974/75 deed ik eindexamen vwo, met Nederlands natuurlijk als verplicht vak. In dat laatste schooljaar moest ik een uitgebreide boekanalyse maken voor het eerste schoolonderzoek. We schrijven oktober 74, voor wie mijn Wortels en vleugels las begrijpt het: ik maakte een moeilijke periode door. Ik was gewend alles te lezen wat er te lezen viel; ik bracht vrijwel al mijn tijd door in de openbare bibliotheek. Jan Wolkers, Harry Mulisch, W.F. Hermans, Gerard Reve, allemaal geweldig. Maar de roman die de meeste indruk op me maakte, was een vertaling. Ik vroeg mijn docent toestemming om een ​​boek te analyseren dat uit het Fries was vertaald, en hij vond het prima. De titel: De verwoesting van Leeuwarden. Ik had niets met Leeuwarden, ik verkeerde in full puber mode en een beetje verwoesting van die verweggelegen stad was eigenlijk wel een aantrekkelijk perspectief voor de ambitieuze maar timide jongeman die ik was, de jongen die naam wilde maken.

Riemersma schreef een experimentele roman, waarin hij een zeer spannend verhaal vertelt. Het ritme van het verhaal wordt bepaald door voortdurende onderbrekingen waarin de auteur reflecteert op zijn schrijfproces, zijn drijfveren en zijn eerdere romans. De ondertitel is Nachtboek, omdat hij het voornamelijk 's nachts schreef; overdag moest hij gewoon werken. Het verhaal over die stadsverwoesting is een dystopisch verhaal, waarin levensgrote ratten de macht in Leeuwarden overnemen. Het loopt niet goed af voor de mensen. Eigen schuld, volgens de auteur. Zo'n complexe roman analyseren (plot, perspectief, karakterontwikkeling, tijdsverloop, enzovoort), dat was precies wat ik zocht. En ik kreeg een goed cijfer voor mijn analyse.

Dat was dus ruim vijftig jaar geleden.

En onlangs zag ik het in een tweedehands boekhandel in Bolsward liggen: het Friese origineel in de originele druk uit 1966. Ik heb het meegenomen. Ik heb immers de cursussen Lear mar Frysk en Praat mar Frysk gevolgd. Ik zou dit nu dus moeten kunnen lezen. En dat lukt! Het is geschreven volgens de Friese spellingsregels van vóór 1980, maar dat levert geen problemen op, slechts af en toe een taalpuzzeltje. Nostalgisch leesplezier op 160 pagina's, heerlijk.

zondag

Muziek die me ouder zag worden

Tien jaar geleden overleed David Bowie. Dat klinkt als een herdenking, maar zo voelt het niet. Het is meer een meetpunt. Een moment waarop ik even stilsta en merk: ik sta ergens anders dan toen.

Toen Bowie stierf woonde ik in Haarlem. Stadsgeluiden, agenda’s, werk dat de dagen ordende. Ik weet nog waar ik was toen het nieuws binnenkwam. Ik zat in de auto, onderweg naar Capelle a/d IJssel, 7.25 uur, NPO Nieuwsradio, bij de verkeerslichten op Europaweg in Schalkwijk. Mijn herinnering aan dat moment is nog steeds scherp: verrassing, ongeloof, en daarna de behoefte om te luisteren. Alsof muziek iets kon doen wat woorden niet konden. Bowie hoorde bij mijn leven, hij was er altijd. Tussen afspraken, deadlines, het gewone gedoe.

Nu woon ik in Balk. Fries platteland. Ruimte, lucht, stilte die geen leegte is maar aanwezigheid. De weg van Haarlem naar Balk was geen rechte lijn, maar wel een duidelijke overgang. En ergens onderweg ben ik ook met werken gestopt. Gepensioneerd — een woord dat nog steeds wat vreemd in de mond ligt. Tijd kreeg een andere vorm. Minder blokken, meer uitgestrektheid. Minder wekker, meer vrienden.

Ik merk dat muziek zich daar moeiteloos aan heeft aangepast. Of misschien: ik heb geleerd anders te luisteren.

Als ik Bowie nu opzet, gebeurt er iets anders dan tien jaar geleden. Niet beter, niet slechter — anders. In de stad was muziek vaak begeleiding. Nu is het vaker bestemming. Ik luister niet meer “even”, maar gewoon. Zonder haast. Zonder dat er iets moet volgen. Soms terwijl ik uit het raam kijk, soms tijdens een wandeling die nergens heen hoeft.

Van alle nummers die Bowie heeft gemaakt, is Where Are We Now? in de loop van die tien jaar steeds belangrijker geworden. Niet omdat het zo’n groot statement is, maar juist omdat het dat niet wil zijn. Het nummer kijkt terug zonder te verklaren. Het vraagt, zonder een antwoord te eisen.

Where are we now?
Het is een simpele vraag. Maar hij blijft hangen.

Toen ik dit nummer voor het eerst hoorde, dacht ik vooral aan Bowie zelf. Aan Berlijn, aan herinneringen, aan ouder worden als onderwerp. Nu hoor ik er ook mijn eigen leven in. Haarlem, Balk. Werken, niet meer werken. Dingen die verdwenen zijn zonder echt afscheid te nemen. Dingen die zijn gekomen zonder dat ik ze gepland had.

Wat me raakt, is hoe mild het nummer is. Geen dramatiek, geen grote conclusies. Alleen observatie. Alsof Bowie wist dat ouder worden niet bestaat uit grote momenten, maar uit kleine verschuivingen. Dat je op een dag merkt dat je ergens anders staat — letterlijk of figuurlijk — en dat dat oké is.

Blackstar heb ik de afgelopen dagen ook weer gedraaid. Tien jaar later klinkt het nog steeds intens, maar minder schokkend. Misschien omdat ik zelf rustiger ben geworden. Of omdat afscheid nemen in de tussentijd een andere betekenis heeft gekregen. Het album voelt nu minder als een afscheid van Bowie, en meer als een oefening in loslaten. Iets afronden zonder het dicht te timmeren.

Wat Bowie voor mij nooit is geweest, is een idool dat stilstaat. Zijn muziek is meeveranderd, niet omdat zij veranderde, maar omdat ik dat deed. Sommige platen zijn even naar de achtergrond verdwenen. Andere zijn juist naar voren gekomen. Dat voelt niet als verraad, maar als een natuurlijke beweging. Muziek die blijft, doet dat niet door te blijven klinken zoals vroeger, maar door nieuwe lagen toe te laten.

Misschien is dat wel wat me het meest bezighoudt, nu. Muziek die je niet jong houdt, maar je ouder laat worden. Die niet zegt: kijk eens wie je was, maar vraagt: waar ben je nu?

Tien jaar geleden woonde ik in Haarlem en werkte ik nog. Nu woon ik in Balk en heb ik tijd. Bowie is in die tijd niet veranderd. Zijn muziek wel — voor mij. En dat is misschien precies zoals het hoort.

Ik zet Where Are We Now? nog eens op. Het nummer eindigt zonder antwoord. Buiten is het stil. Binnen ook. En ergens daartussen, denk ik, is het goed zo.

vrijdag

Wortels en vleugels

"Jij hebt zeker tijd te veel, nu je met pensioen bent." Ik weet het niet, de dagen lijken soms niet lang genoeg om alles te doen wat ik zou willen doen. Tussen de vele bedrijven door heb ik iets gedaan waar ik apetrots op ben: ik heb een boek geschreven! Het heet Wortels en vleugels, en het vertelt het verhaal van mij, van mijn ouders en van mijn grootouders. Ik kom uit een rooms-katholiek nest, allemaal geworteld in de Bollenstreek. Aan de hand van gesprekken, brieven en herinneringen heb ik geprobeerd om mijn familie, de mensen om hen heen, om relevante gebeurtenissen weer tot leven te brengen.

Nu ik erop terugkijk realiseer ik me dat Wortels en vleugels een beeld geeft van afkomst, geloof en maatschappelijke veranderingen die elkaar beïnvloeden. In dat beeld zie je hoe ieder zijn weg probeert te vinden binnen de grenzen van zijn tijd.

Het voelt heel bijzonder om je eigen boek in de handen te houden. Er komt zoveel bij kijken! Ik heb zelf de typografie gedaan: het vormgeven, opmaken en rangschikken van tekst om deze leesbaar, begrijpelijk en visueel aantrekkelijk te maken. Dat betekent keuzes over bladformaat, lettertypen, lettergrootte, regelafstand, witruimte en uitlijning. Voor de omslag heb ik de hulp van ChatGPT ingeroepen. En om het uiteindelijk bij de drukker te krijgen, daarvoor heb ik hulp gekregen van StudioFRL. In alle bescheidenheid constateer ik dat het boek er fantastisch uitziet.

Het is niet te koop in de boekwinkel. Wie een exemplaar wil hebben, moet bij mij de vinger opsteken. 

Verhuisbericht

Wie de afgelopen maanden op Franz' Golden Years heeft rondgekeken, zal gemerkt hebben dat ik onregelmatig publiceer. Maar wees gerust, i...