maandag

David Bowie is floating in a most peculiar way

Na London, Toronto, Sao Paolo, Berlijn, Chicago, Parijs en Melbourne is het rondreizende David Bowie Is-circus neergestreken in …. Groningen. Drie maanden is de tentoonstelling David Bowie Is te bezichtigen in het Groninger Museum. Een bijzondere prestatie van de directeur van dat museum, een bijzonder moment in de Nederlandse popgeschiedenis, een uitgelezen mogelijkheid om van een bijzondere tentoonstelling te kunnen genieten. Honderden persoonlijke attributen van Bowie te zien, te ruiken, te bewonderen. Handgeschreven teksten, foto’s, video’s, kleding, decorontwerpen, mooi gepresenteerd in een multimediale setting: niet alleen vision maar ook sound. Prachtig! Je komt van alles tegen: de saxofoon waarmee een 17-jarige David Jones speelde in dat bandje The Kon-Rads, Major Tom’s ruimtehelm, Starman’s tweedelige gekleurde jumpsuit, Brian Eno’s Berlijnse synthesizer, het driedelige kostuum van de Thin White Duke, het ... en het …, niet te vergeten de ... en de …  Ik kan niet ophouden. Lopend door de tentoonstelling wandel je door vijftig jaar cultuurgeschiedenis, waarvan Bowie zowel exponent als vormgever is geweest. De muziek is hierbij niet eens belangrijk, die muziek was kennelijk geen doel, maar slechts een vehikel voor iets breders: mode, geluid, grafische vormgeving, theater, film, architectuur, van alles.

De objecten waar ik het meeste kijkplezier aan beleefde, de zaken die op mij de grootste indruk maakten: Alexander McQueen’s Union Jack jacket,  en Yamamoto’s Tokyo Pop vinyl body suit. Geweldig!

Meest verrassend vond ik het miniatuur model van de Diamond Dogs stage set. En wat jammer dat er maar enkele flarden van beelden bewaard zijn gebleven van die show.


Het bezoek was een bijzondere ervaring, ik ben blij dat ik geweest ben.

dinsdag

Strange Fascination

David Bowie was de meest invloedrijke muziekmaker van onze tijd, van zijn tijd, van mijn tijd. Ik was twaalf jaar toen ik hem voor het eerst op tv zag. Op zaterdag 30 augustus 1969 zat hij in het AVRO-programma Doebidoe, de voorloper van Toppop. Hij playbackte Space Oddity, dat op dat moment in de tipparade stond. Het was prachtig! Broodmager jongetje, krullenkop, zittend op de grond, op een soort verhoginkje, met zijn akoestische gitaar. En hij keek heel lief in de camera. Zo schattig. Ik was verkocht: vanaf dat moment was er nog maar één ding dat ik echt wilde: gitaar spelen. Er kwam flink wat overredingskracht aan te pas, maar een paar maanden later mocht ik op muziekles, waarvoor ik overigens wel mijn beginnende voetbalcarrière bij Concordia Hillegom moest inruilen; het was het één of het ander. Nooit spijt van gehad.
Ik leerde gitaar spelen, maar Bowie zag of hoorde ik pas weer een paar jaar later. Vanaf de elpee Ziggy Stardust was hij weer bij me, na in de tussentijd volledig van de radar te zijn verdwenen. En dit keer bleef hij heel lang, de rest van de jaren zeventig. Bijna alle elpees kocht ik op de dag dat ze uitkwamen. En aan allemaal heb ik bijzondere persoonlijke herinneringen. Diamond Dogs draaide ik vele malen op die oudejaarsavond van 1974 en hielp me dat inktzwarte jaar een plaatsje te geven, de tonen van Young Americans zetten de toon op het balkon van mijn studentenkamer in de Eerste Van Swindenstraat in Amsterdam-Oost na mijn eindexamen, Station to Station hoort bij de colleges Euclidische meetkunde, Low is Noordwijkerhout, 'Heroes' is Lisse, Lodger is Seedorf, bij allemaal heb ik heel duidelijke directe associaties met de belangrijke momenten in mijn leven. Die albums zijn in feite de soundtrack van mijn formative years, meer dan wat dan ook.
Dat hield op in 1980. Mijn studie was klaar, mijn diensttijd zat erop. In augustus ging ik aan het werk bij KLM, in december trouwde ik, we verhuisden, mijn leven veranderde radicaal en mijn Bowie veranderde niet mee. Ik ging verder, David niet, we raakten elkaar kwijt. Jazeker, de hits kende ik nog wel, maar de nieuwe elpees kwamen niet meer in de kast. Bowie als new romantic was niet mijn new romantic. Let's Dance? Ik dacht het niet. Never Let Me Down? Loving the Alien? Waarom in hemelsnaam. Op 30 mei 1987 zat ik op de tribunes van De Kuip bij de première van de Glass Spider Tour, maar het was het niet. Ik was teleurgesteld, ik zat er te ver vanaf en vond er niets aan. Het begin van mijn Dark Ages, een lange periode waarin alle muziek volledig langs me heen ging. Nirvana, Metallica, Pearl Jam, Pixies, ik wist niet wat het was. Ik was kennelijk met andere dingen bezig en muziek hoorde daar niet bij. Mijn basgitaar lag stof te vergaren in een zwarte koffer, radio luisterde ik niet, cd's kocht ik niet. Ik was Comfortably Numb; Bowie was uit zicht.
Dat duurde vijftien jaar en één maand. Vijftien jaar en één maand verkeerde ik in die Dark Ages, vijftien jaar en één maand had ik geen idee wat er in de muziekwereld gebeurde. Tot 27 juni 2002. Ik was jarig en kreeg als verjaarskado van Jaap de nieuwe cd van David Bowie, Heathen. Hij dacht dat ik dat wel leuk zou vinden. Hij wordt alsnog met terugwerkende kracht bedankt! Die cd tilde het gordijn op, Heathen maakte een abrupt einde aan die Dark Ages, het was alsof iemand het licht aandeed. Van het ene op het andere moment vond ik popmuziek weer leuk. Een zomer lang zat er maar één cd in de speler van mijn autoradio. Mijn basgitaar kwam weer uit de koffer, en ik ging weer naar muziek luisteren en spelen. En wat had Bowie veel fijne cd's gemaakt na Lodger! Black Tie White Noise, Outside, Tin Machine, allemaal super! Op het moment dat ik Heathen kreeg had ik één Bowie-cd in mijn collectie: Ziggy. Maar drie maanden later had ik alle EMI-cd's, van Space Oddity tot Never Let Me Down, en nog eens drie maanden later was ik als een idioot op Markplaats en eBay op zoek naar Bowie-cd-singles en bijzondere uitgaves. En nu, biografieën, dvd's met concerten, docu's, you name it, ik heb het. In de kast staan meer dan tweehonderd cd's en dvd's, tientallen boeken, de kast puilt uit.
Van 1972 tot 1979 en van 2002 tot aan de dag van vandaag was de muziek van David Bowie bij me. Altijd, elke dag. En nu Bowie er zelf niet meer is, zal dat niet veranderen. Er is zoveel muziek van hem. Hij heeft ons, mij, zoveel gegeven, dat ik er voor de rest van mijn leven waarschijnlijk nog dagelijks plezier aan zal beleven. En dat is iets om dankbaar voor te zijn.
David, bedankt. Everyone Says Hi.

zondag

Dapper

David Bowie - ★David Bowie - 

En daar is-tie dan, het achtentwintigste studio-album van David Bowie, de opvolger van 2013's The Next Day. Twee maanden geleden aangekondigd, twee songs al eerder als download beschikbaar gesteld, inclusief bijbehorende video's. Commercieel gezien volledig gescript. Niet zoals bij Ziggy 'at maximum volume', maar nu 'at maximum media exposure'. En dat is gelukt, het zal nagenoeg niemand zijn ontgaan dat Bowie er is, dat Blackstar er is. Want zo spreek je dat ★-symbool uit.

Het is een beetje moeilijk toegankelijk album, het is allemaal wat ingewikkelder dan de vorige cd's. Daarop staan voornamelijk lekker vlotte pop-rockers. Deze keer is dat iets anders.

Wat als eerste opvalt is het aantal tracks: zeven tracks slechts, alleen op Station to Station (1975) stonden er minder. En dan de speelduur, 41:13, relatief kort voor een cd. Maar dat zijn slechts de kwantitatieve kenmerken, belangrijker is natuurlijk wat je als muziek te horen krijgt. En dat is iets bijzonders.

De eerste track is de title-track, Blackstar. Een lang stuk, bijna tien minuten, slechts vijftien seconden korter dan het langste Bowie-nummer ooit (Station to Station). En ik denk dat dit eigenlijk nog langer had moeten zijn, maar omdat iTunes 10 minuten als maximum aanhoudt voor een download is dit het. Het stuk heeft een opbouw vergelijkbaar met Sweet Thing / Candidate / Sweet Thing (reprise). Deel één is ingetogen maar klinkt ingewikkeld vooral vanwege de drums. Dat verandert in deel twee, een deel met andere melodieën en een andere akkoordenstructuur maar ook met rustiger, minder nerveus slagwerk. Daarna komt de melodie en harmonie van deel één weer terug, maar nu zonder die jazzy drums. De bassist voegt hier ook nog allerlei mooie lijntjes toe, zodat je na die tien minuten eigenlijk nog niet eens toe bent aan het slot. Had van mij best nog wel even door mogen gaan.

Daarna wordt het donker. 'Tis a Pity She Was a Whore is gekkenwerk. Uptempo, ritme vergelijkbaar met Jump They Say, waanzinnige saxofoon, af en toe bijna hysterische zang. Na meer dan tien keer beluisteren weet ik het nog niet: is dit nu geniaal of krankzinning? Ze zeggen wel eens dat die twee heel dicht bij elkaar liggen, en hier blijkt dat maar weer.

In Lazarus neemt Bowie gas terug. Geschreven als title-track voor een Broadway-musical. Zeer sfeervol, mooi, bijna ambient. Niet moeilijk of zo. Hier een eerste hoofdrol voor de saxofoon. Dit doet denken aan de instrumentale stukken op Low, Subterraneans of zo. Het schetst in elk geval een dergelijke atmosfeer. Prachtig, rustgevend, een eerste hoogtepunt.

En dan komt Sue (or in a Season of Crime). Het nummer kenden we al van de 2014-compilatie Nothing Has Changed. Maar dat was een opname met een jazz-orkest. Deze keer is het een rock-band die Bowie begeleidt. Dat maakt het iets gemakkelijker, maar niet heel erg. Ik blijf Sue een beetje (te) ingewikkeld vinden, voor mij is dit 'm niet. En ik betwijfel of het 'm ooit zal worden.

Vanaf hier is het een min of meer downhill race. Hier wordt het allemaal iets eenvoudiger. Girl Loves Me is een lekkere pop-rocker. Synth-pop, klinkt heel erg jaren tachtig.

Dollar Days is de meest toegankelijke song. Rustig, piano, akoestische gitaren. Maar ook weer die saxofoon! En de basgitarist doet het ook prachtig.

En dan is daar al weer het laatste nummer, I Can't Give Everything Away. Pakkende song. Zeer poppy. Er zit een nadrukkelijke mondharmonica in, waardoor de associatie met Never Let me Down al snel gemaakt is natuurlijk. Maar de overall sound is meer die van de laatste albums. Heathen meets Never Let Me Down zou je bijna zeggen. En ook hier weer die saxofoon. Het outtro is in één woord indrukwekkend, met een fantastische gitaarsolo.

Ik vind het een dapper album. Tal van stukjes, thema's, geluidjes, die me aan vroeger werk doen denken. Maar het is absoluut geen album waarop Bowie zijn kunstjes uit het verleden herhaalt. Het is allemaal zeer oorspronkelijk en zeker niet risicomijdend. Ik ben blij dat het er is en ik ga dit nog heel vaal beluisteren. Alleen Sue zal vaak gezapt worden.

Tracks
Blackstar - 'Tis a Pity She Was a Whore - Lazarus - Sue (Or in a Season of Crime) - Girl Loves me - Dollar Days - I Can't Give Everything Away

zaterdag

Gewoon lekker

Pink Floyd - The Endless RiverPink Floyd - The Endless River

Sinds gisteren ligt een nieuw Pink Floyd-album in de winkel. Ja, echt, nieuw. Geen heruitgave van een oud album, niet de zoveelste compilatie, nee, echt nieuw werk. Of toch niet?

Het is al twintig jaar sinds het vorige studio-album, The Division Bell. En da's best een lange tijd. Toen waren ze nog met z'n drietjes. Nu niet meer, een paar jaar geleden overleed toetsenman Rick Wright. Gitarist David Gilmour en drummer Nick Mason nemen geen werk meer op. Maar er was nog wel een grote verzameling opnames van vroeger, dus uit begin jaren negentig en nog ouder. Vele uren muziek, opnames die nooit zijn gebruikt voor eerdere projecten. En uit die verzameling hebben ze nu een uur muziek geselecteerd en op deze cd uitgebracht. Korte stukken, lange stukken, op één na allemaal instrumentaal.

Interessant? Jazeker. Spannend? Niet echt.Ik heb hem nu vier keer van top tot teen beluisterd, en ik ben aangenaam verrast. Tevoren had ik me er niet al te veel van voorgesteld, ik verwachtte een onsamenhangende collage van korte, on-affe stukken. Dat blijkt een onderschatting te zijn. Er zit wel degelijk samenhang in.

Het geheel is onderverdeeld in vijf zelfstandige secties van elk zo tussen de twaalf en vijftien minuten. De eerste vier secties passen zodoende allemaal op één kant van de vinyl-uitgave. De vijfde secties bestaat uit drie losse bonustracks. En het geheel kabbelt lekker voort. Op de hoes staat een gondelier in zijn bootje over de wolken, en het is die ambient-sfeer die je een uur lang meevoert. Geen hoogtepunten, geen dieptepunten, gewoon lekker kabbelen. Als in zo'n bootje in de Efteling op het einde van een warme lome dag.

Af en toe een flard waarbij je denkt: Hé, dat ken ik! Thema's uit Shine On You Crazy Diamond, het intro van Us and Them, de gitaarrif van Run Like Hell. Dat zijn van die attentiepuntjes waar je even van opschrikt. Maar dan gaat het weer verder. En verder. En verder. Als een rivier zonder einde.

Gewoon lekker.

Tracks
Sectie 1:  Things Left Unsaid... - It's What We Do - Ebb and Flow
Sectie 2:  Sum - Skins - Unsung - Anisina
Sectie 3: The Lost Art of Conversation - On Noodle Street - Night Light - Allons-y (part 1) - Autumn '68 - Allons-y (part 2) - Talkin' Hawkin'
Sectie 4:  Calling - Eyes to Pearls - Surfacing - Louder than Words
bonustracks: TBS9 - TBS14 - Nervana

donderdag

Brilliant Adventure

Ik heb een alternatieve compilatie 50 jaar David Bowie samengesteld. Uitsluitend non-album-tracks, geen live, en niet op de Nothing Has Changed of op een andere grote compilatie (Best of Bowie, Platinum Collection, changesonebowie, ...) Ook geen covers, geen remixen, geen gastoptredens, nee, het pure originele werk in de categorie outtakes en bonustracks. Dit is volgens mij veel leuker voor fans.



Hiernaast aan de rechterkant, onder 'Archief', zie je alle twintig titels. Wanneer je een titel aanklikt, krijg je een korte uitleg over de betreffende song.

Brilliant Adventure - Like a Rocket Man

Dit is een outtake van Bowie's meest recente album, The Next Day, uit 2013. Ook weer een fijne pop-rocker. En had ook weer prima op het eigenlijke album gepast, maar daar gaat het hier even niet om. Het bijzondere van dit Like a Rocket Man is feitelijk de tekst, die gaat over cocaine en over raketten. Doet dat niet denken aan die eerdere rocket man Major Tom? Is dit het waarom die niet meer terug wilde komen?


Brilliant Adventure - Queen of All the Tarts

Het 2003-album Reality kwam met enkele bonus-tracks, waaronder dit Queen of All the Tarts. Een up tempo lekkere gitaarrocker. Niks mis mee, maar ook niet echt bijzonder. Het bijzondere van deze song zit 'm in de tekst. Dat is de meest typische tekst die ik ken van een Bowie-song:

Queen of
Queen of all the tarts
Queen of
Queen of all the tarts
Queen of
Queen of all the tarts
Queen of
Queen of all the tarts
Queen of
Queen of
Queen of
Queen of

Ik bedoel maar. Wat moeten we hier nou van vinden?

Brilliant Adventure - Wood Jackson

Bowie is door de jaren heen redelijk consequent geweest in zijn keuzes om hele goeie liedjes weg te laten van zijn albums. Ook bij Heathen (2002) was het weer raak. Dit magistrale Wood Jackson haalde de cut niet en werd weggestopt als extra track op de cd-single van Slow Burn. Ook weer een onnavolgbare beslissing. Want dit is een prachtige song, die elk album, ook het al steengoede Heathen, tot een hoger niveau zou brengen.

Mooie ballad over een kunstenaar; de Bowie-exegeten zijn het overigens niet eens over welke kunstenaar het hier betreft. Ingetogen, rustig, intrigerend. Prima song.

Brilliant Adventure - 1917

Dit is een outtake van Bowie's 1999-album Hours.... Duidelijk geïnspireerd door Led Zeppelin's Kashmir. Prima song, waarbij de vocals als een extra instrument worden gebruiken. Geen tekst.

Strakke drums, gierende gitaren, synthesizers, fijne track. Is wellicht zelfs meer in de sfeer van Scary Monsters dan enige andere song die Bowie na 1980 heeft gemaakt.

Verscheen pas op cd in die fraaie 2-cd heruitgave van Hours... in 2005.

Brilliant Adventure - Lucy Can't Dance

En dit is een andere outtake van dat album Black Tie White Noise. In dezelfde stijl als Real Cool World, helemaal in lijn met een groot deel van de rest van dat album. Maar om de een of andere reden wilde Bowie het er niet op hebben. En koos hij voor de benedenmaatse songs Don't Let Me Down & Down, Looking for Lester en I Know It's Gonna Happen Someday. Jammer voor dat album. Dit Lucy Can't Dance zou op single een enorme hit zijn geweest en zou het niveau van dat album nog aanzienlijk verder omhoog hebben gebracht.

Brilliant Adventure - Real Cool World

Dit is ook weer een song van een soundtrack, maar dit keer van een film (Real Cool World) waar Bowie zelf niet aan meedeed. Dit is een opname uit 1992, de eerste post-Tin Machine-opname. Bowie ging weer samen met Nile Rodgers (die van Let's Dance) de studio in voor een groot aantal songs. En dat leidde uiteindelijk tot het 1993-album Black Tie White Noise, maar voordat dat album er was, was er eerst dit Real Cool World, dat daarna geen plekje kreeg op die cd.  Op latere re-issues werd het alsnog als bonus-track toegevoegd. En terecht, dit is een heerlijke song.

Brilliant Adventure - Magic Dance

Bowie's acteercarrière kent hoogtepunten en kent dieptepunten. Een hoogtepunt was zijn bijdrage aan de Jim Henson-film Labyrinth uit 1986. Hij speelde een hoofdrol als Jareth, the Goblin King. En hij zong vijf liedjes voor de soundtrack. Dit Magic Dance is één van die vijf. Up tempo, vrolijk, prima song. Hier word ik blij van.

Brilliant Adventure - Cat People (Putting Out Fire)

Een song uit 1981, geschreven voor de gelijknamige film. Gemaakt samen met Giorgio Moroder, de man achter onder andere Donna Summer's I Feel Love. Het is een donkere, maar ook spectaculaire song; een trage opbouw, langzaam toewerkend naar een majestueuze finale. Zangeressen maken het compleet. Dit is een hoogtepunt in Bowie's carrière, en op zeker een hoogtepunt in de jaren tachtig.

Maar goed, dan heb je dus een geweldige song gemaakt voor een soundtrack. Dan wil je die song ook op je eigen album, toch? Niet dus, voor Bowie's volgende project, Let's Dance, maakten ze een geheel nieuwe opname van Cat People. Met nu Nile Rodgers in plaats van Giorgio Moroder aan de knoppen. Dat resultaat is een flauw aftreksel van dit magnifieke origineel.


Brilliant Adventure - Remembering Marie A.

In 1981 maakte de BBC een tv-bewerking van een toneeelstuk van Bertolt Brecht, Baal. En Bowie deed mee. Als acteur en als zanger. Vijf liedjes. Geen eigen composities, maar teksten van Brecht opnieuw op muziek gezet door Dominic Muldowny, behalve één stuk (The Drowned Girl) van Kurt Weill. Het werd een groot succes. De liedjes kwamen uit op EP en ondanks het bijzondere karakter werd dat een hit in Engeland.

Het is ingetogen muziek, bijna kamermuziek. Vooral strijkers. Dit heeft helemaal niets meer met rock te maken. Het is een buitengebied in Bowie's oeuvre, maar volstrekt geen onaangenaam buitengebied.


Brilliant Adventure - Crystal Japan

Dit is een instrumentaal stuk. Deze opname was gemaakt voor het Scary Monsters-album uit 1980, het zou de laatste track worden. Totdat besloten werd om daarvoor It's no Game [part 2] te gebruiken. Daardoor bleef dit Crystal Japan over.

Het kwam in eerste instantie alleen in Japan als single uit. En het werd daar gebruikt in een tv-commercial. In Europa kwam het pas later op single, als de b-kant van Up the Hill Backwards. Maar dat werd niet echt een hit.

Sfeervolle ambient music, slaapverwekkend in de goede zin van het woord. Hier word ik heel relaxt, heel rustig van.


woensdag

Brilliant Adventure - Some Are

1977. Het album Low was in de maak. Een album met twee kanten, twee gezichten. Nu zul je zeggen dat een elpee altijd twee kanten heeft, maar ik bedoel het niet alleen letterlijk. Low heeft op de a-kant een serie intensieve popsongs en op de b-kant vier trage, sfeervolle ambient stukken. Dit Some Are behoort tot die tweede groep. Traag en sfeervol. Iets met sneeuw, iets met kinderen? Ik vind het prachtig.

Maar het haalde het album niet. Het bleef nog jarenlang ergens in een bureaula.

Brilliant Adventure - After Today

Het is 1974, David is in Philadelphia en hij maakt een style-switch. Plastic Soul in plaats van rock. De songs voor de Young Americans-elpee waren al klaar, project bijna afgerond, toen Bowie John Lennon tegen het lijf liep. Dat was aanleiding voor een last-minute-change. Er kwamen plotseling nog twee songs bij, Lennon's Across the Universe en het gezamenlijke Fame. En dus moesten twee songs wijken van de elpee. Één van die twee was dit After Today. Een niet zo gepolijste soul-song, falsetto gezongen. Prima liedje, had van mij geen plaats hoeven maken voor Across the Universe (Fame is een ander verhaal).

Brilliant Adventure - Dodo

Dit is een opname uit Bowie's afgebroken Nineteen Eighty Four-project uit 1973. Hij zou het verhaal van Orwell als muziektheaterstuk gaan brengen. Maar er bleek iets met rechten en zo en het hele verhaal ging niet door. Dit liedje lag er al wel. Song werd dus niet afgemaakt. Andere liedjes kregen nog een plek op de Diamond Dogs-elpee, maar Dodo paste daar niet bij.

Er kwam nog wel een plan-B, het zou een duet met Lulu kunnen worden. Waarschijnlijk is de opname die we hier horen de versie waarin Bowie het liedje voorzingt aan Lulu. Hij zingt het namelijk niet echt met overtuiging.

Maar anyway, ook plan-B kwam er niet van. Dodo belandde onaf op een plank. Niet helemaal onbegrijpelijk.

Brilliant Adventure - John, I'm Only Dancing [sax version]

Ook deze song werd opgenomen tijdens de Ziggy-sessies. Het zou de follow-up single van Starman moeten worden. Maar dat werd het niet. Als je er nu naar luistert dan begrijp je niet waar ze meer dan veertig jaar geleden zo'n drukte om maakten, maar dit liedje zou te expliciet gay zijn. In de VS wilde de muziekmaatschappij er niet aan, en ook in Engeland vonden ze het maar niks. Ik snap daar helemaal niks van, maar dat zal wel aan mij liggen. En wat dan nog!

Ik moet het toegeven, met dit liedje smokkel ik een beetje. De regels voor mijn Brilliant Adventure stellen dat de liedjes niet op een grote compilatie mogen hebben gestaan. Nu staat er een versie van John, I'm Only Dancing op zowel de Platinum Collection (The Best of Bowie 1969/1974) als op changesonebowie, maar in beide gevallen betreft dat een in mijn ogen inferieure versie. Deze versie met saxofoon is werkelijk superieur. Dit is voor mij het all-time hoogtepunt van de glamrock, er is geen betere.

Brilliant Adventure - Sweet Head [Take 4]

Dit Sweet Head werd opgenomen tijdens de Ziggy-sessies. Maar om onbegrijpelijke redenen kwam het niet op het album. Werkelijk onbegrijpelijk. In de tekst wordt aan Ziggy gerefereerd -dat gebeurt verder alleen in de titelsong- en was ongetwijfeld bestemd voor het album.

Het is een onvervalste rocker, in het tempo van Hang On To Yourself. In de tekst tal van seksueel suggestieve elementen, kortom, dit zou het erg goed gedaan hebben op het album. Het is geen demo of zo, nee, dit is een opname die helemaal klaar is, volledig afgemixt en al.

Maar niet dus. Het bleef twintig jaar verborgen en kwam pas in 1990 als bonustrack bij een heruitgave van Ziggy uit de lucht vallen.

Brilliant Adventure - Conversation Piece

Die opvolger van e single Space Oddity, The Prettiest Star, kreeg als b-kant dit Conversation Piece. Een eerste hoogtepunt in 's mans carrière. Een ingetogen akoestische song met een prachtige melodie. In mijn ogen zijn eerste meesterwerk. Biografische tekst "And my essays lying scattered on the floor fulfill their needs just by being there."

Maar zoals gezegd, The Prettiest Star flopte en Conversation Piece verdween voor dertig jaar uit het collectieve geheugen. Een onwaarschijnlijke misser.

Brilliant Adventure - London Bye, Ta-Ta

We naderen bekend terrein. Het is inmiddels 1970 en dit London Bye Ta-Ta zou de nieuwe single worden, de opvolger van het megasuccesnummer Space Oddity. Een poprock-nummer opgenomen onder leiding van Tony Visconti. We horen stevige elektrische gitaren, lekkere drums, eigenlijk een prima popsong. Zou het goed gedaan hebben op de radio. Maar het kwam er niet van. David koos voor een andere song als single (The Prettiest Star). London Bye Ta-Ta verdween op een plank. The Prettiest Star flopte, gigantisch. Sommige artiesten maken vreemde keuzes.

Bizar om Bowie met een Jamaicaans accent te horen.

Brilliant Adventure - Ching-a-Ling

Het is najaar 1968 en David zit weer in een groep. Een driemansgroep dit keer, met Hermione Farthingale en John Hutchinson. Ze noemen zich Feathers en ze maken gezellige folkmuziek. In dit Ching-a-Ling doen ze om de beurt een coupletje, eerst David, dan Hermione en tot slot John.

Het was bedoeld als single, maar om onduidelijke redenen kwam dat er niet van. Of is dat in retrospectief toch niet zo verwonderlijk?

Brilliant Adventure - The Gospel According to Tony Day

In 1967 mocht David, als David Bowie, een elpee maken. En tijdens de opnamesessies voor die elpee kwam ook dit werk tot stand. We horen vooral hobo en klarinet, niet bepaald de standaard muziekinstrumenten in de popmuziek. En we horen een liedje waarin een aantal waarschijnlijk fictieve "vrienden" uit die periode als tamelijk onsympathieke personages ten tonele wordt gevoerd.

Het kwam niet op de elpee, het werd de b-kant van een singeltje (The Laughing Gnome), dat volkomen terecht geweldig flopte.

Bowie heeft veel vreemde dingen gedaan in zijn carrière, maar zelfs met dat in het achterhoofd blijft dit The Gospel According to Tony Day een buitenbeentje.

Brilliant Adventure - You've Got a Habit of Leaving

Het is 1965 en David Bowie is nog gewoon Davy Jones. Hij is negentien jaar oud en hij heeft al in verscheidene bandjes gespeeld. Hier horen we hem met The Lower Third. Het is een eigen compositie van David, helemaal in de stijl van de band waarbij de Lower Third nog wel eens in het voorprogramma stond, The Who. Pete Townsend hoorde het toendertijd hoofdschuddend aan ("You try to sound like me!") en was niet onder de indruk. Het platenkopende publiek ook niet, het singeltje flopte. Terecht? Luister zelf.

maandag

Geen rock, geen pop

David Bowie - Sue (or in a Season of Crime)

Gisteren had BBC Radio 6 de wereldpremière van de nieuwe single van David Bowie. Volgende maand komt er een nieuw compilatiealbum uit van Bowie, een overzicht met liedjes uit de periode 1964-2014. Vijftig jaar Bowie dus. En de bijdrage van 2014 is deze nieuwe song, Sue (or in a Season of Crime).

Bowie wordt op deze song begeleid door het Maria Schneider Orchestra uit New York. Opgenomen deze zomer, geproduceerd door Tony Visconti..

Het is even wennen. Het is namelijk geen rock of pop. Ook geen alternatieve rock of pop. Het is moderne jazz. Dit had ik niet verwacht. Het is zeer ontoegankelijke muziek, met nerveus slagwerk, improviserende blazers, de bas kan ik niet goed onderscheiden op de speakertjes van mijn laptop. Eigenlijk klinkt alleen de piano een beetje vertrouwd, maar dat is omdat Mike Garson, Bowie's min of meer vaste toetsenman sinds Aladdin Sane, deze jazzy manier van spelen heeft.

Toen Bowie vorig jaar ineens vanuit het niets tevoorschijn kwam met een nieuw album, kreeg dat album (The Next Day) lovende kritieken. Ook ik was onder de indruk. Gevarieerde, kwalitatief hoogstaande poprock. Luistert lekker weg. Enig punt van kritiek op dat album zou kunnen zijn dat het niet vernieuwend is. Het is meer retrospectief dan avant-gardistisch, het is meer volgend dan vernieuwend, het is meer Huntelaar dan Van Persie. Nu, Sue zou Bowie's antwoord op die kritiek kunnen zijn.

Bowie is altijd al een fan van Scott Walker geweest. Die heeft dertig jaar geleden afscheid genomen van de traditionele popmuziek en is gaan experimenteren met nieuwe structuren. En Bowie heeft dat altijd met veel interesse gevolgd. Bowie produceerde/financieerde in 2008 de film 30 Century Man, over Scott Walker.

Sue (or in a Season of Crime) zou niet misstaan op een Scott Walker-album. Dit is avant-garde, dit is vernieuwend, dit is Van Persie. Maar het is ook jazz. Ik word er wel erg nerveus van. Ik denk niet dat we dit vaak op Radio 2 zullen horen. Valt ook buiten het format van 3FM, vrees ik.

Bowie doet met dit liedje weer iets waarmee hij zich in de Champions League-klasse van de westerse cultuur van de twintigste eeuw heeft gespeeld: hij verlaat de main-stream en neemt ons mee tegen de stroom in. Verrassend voor een aow'er, dapper voor een mega-ster, zelfbewust. Oordeel zelf.


dinsdag

Is semi-legaal legaal of illegaal?

Tin Machine - Live in Tokyo 1992

Vorige maand was er een "nieuwe" uitgave van muziek van David Bowie. Op 6 februari 1992 gaf hij met zijn toenmalige band Tin Machine een optreden in Tokio en dat optreden werd uitgezonden door de Japanse televisie. De opnamen van toen zijn nu op dvd verkrijgbaar. En je kunt ook een 2-cd kopen met alleen het geluid.

Dit is geen officiele uitgave van Bowie of van diens muziekuitgever. Dit betreft een uitgave van IMMORTAL, een Nederlandse muziekuitgeverij gevestigd in IJmuiden. Ik heb ze allebei aangeschaft, dus zowel de dvd als de 2-cd, maar hoe legaal is mijn aankoop?

Ik snuffel wat rond in nieuwsgroepen en forums en concludeer dat er feitelijk twee niveaus van oneigenlijke uitgaves bestaan: de bootlegs, stiekem vanuit het publiek gemaakte opnames van een concert, en pirates, georganiseerde opnames die echter niet voor publicatie op cd of dvd bestemd waren. En deze Tin Machine-uitgave zou dus een pirate zijn.

Hier hou ik dus niet van. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de artiesten ook maar iets ontvangen van de omzet. Rechthebbenden zonder rechten. Nou zal Bowie die paar duiten niet missen, want er worden natuurlijk niet veel exemplaren verkocht van deze cd's en dvd, maar toch, het gaat om het principe. En in tegenstelling tot hun baas zullen die andere drie gasten (Reeves Gabrels en Tony en Hunt Sales) toch niet zijn binnengelopen tijdens hun korte turbulente verblijf in de Champions League van de rock?

Maar eigenlijk hou ik er toch wel van. Want wat is dit een prachtig document van een zwaar onderschatte rock-groep. Grunge avant-la-lettre. Geweldig om weer te horen. Prima geluid (stereo, 5.1 Dolby Digital en  5.1 DTS). Mooie beelden. Kwalitatief fijne uitgave.

Ik sta ambivalent tegenover deze uitgave. Commercieel gezien klopt het niet, maar artistiek is er niets mis mee.

Tracklist
Goodbye Mr. Ed - If There is Something - Baby Universal - Crack City - I Can't Read - You Can't Talk - Stateside - Betty Wrong - Go Now - Bus Stop - You Belong in Rock 'n Roll - Heaven's in Here -encores- Shopping For Girls - Sacrifice Yourself

De samenstellers bleken niet in staat om het instrumentaal uitgevoerde You Can't Talk te herkennen, het staat als "Instrumental" op de hoesjes. Go Now kennen we van de Moody Blues. Alle andere songs zijn van Tin Machine I en II.

Brits - Britser - Britst

1969 in muziek, aflevering 17

ArthurThe Kinks - Arthur (or the Decline and Fall of the British Empire)

En dan wordt het tijd voor de hoofdrolspelers op popgebied van de tweede helft van de jaren zestig. Om te beginnen met Ray Davies en diens band The Kinks. Ook zij maakten in 1969 een concept-album, een serie liedje rond één thema. Vergeleken met Tommy, de rock-opera van de Who, is Arthur, want zo heet dit Kinks-album, wat luchtiger. Meer een pop-musical dan een rock-opera. Melodieuze folk-rock, drieminutenliedjes, met teksten waarin het burgerlijke Britse bestaan vlijmscherp wordt geanalyseerd en op de hak genomen.

De hoofdpersoon van het verhaal is Arthur Morgan, tapijtlegger, burgerman. Maakt-ie wel eens wat mee? Nee, hij maakt niets mee. En dat twaalf liedjes lang. Ik beschouw dit album als Ray Davies' finest hour. Het is de zevende elpee van The Kinks en het hoogtepunt in hun werk. Niet dat het ervoor en erna allemaal prut was, integendeel, maar dit is echt top. Mijn favoriete liedjes: Victoria en Shangri-La.

Het album deed het commercieel niet zo goed. En ook de singles die ervan werden uitgebracht werden geen mega-hits. Dit album mag dan het artistieke hoogtepunt van Ray Davies als singer/songwriter zijn, het zette tevens de commerciële neergang van The Kinks in. En wat dat laatste betreft is het nooit meer helemaal goed gekomen met de band.

maandag

Pioniers

1969 in muziek, aflevering 16

In the Court of the Crimson KingKing Crimson - In the Court of the Crimson King

Barok pop bereikte in 1969 een hoogtepunt en maakte de weg vrij voor een volgende evolutie in de popmuziek, de progrock. En de mannen van de Britse band King Crimson beschouwen we maar als de pioniers van dit genre. De mellotron, de voorloper van de synthesizer, speelt een belangrijke rol op het debuutalbum van deze band, In the Court of the Crimson King.

Gitarist Robert Fripp, bassist/zanger Greg Lake, Ian McDonald (toetsen) en Michael Giles (slagwerk) maakten een klassiek album dat helemaal past in de tijd. Zoiets hadden we nog nooit gehoord. Niet langer drieminutenpopliedjes met een couplet en een refrein, maar lang uitgesponnen stukken, met variaties halverwege, met wisselende tempo's. En, het moest niet nog gekker worden, met een fluit!

Prachtig album, dat van grote invloed was op de ontwikkeling van de popmuziek in de jaren zeventig, vooral in Engeland. Moody Blues, Yes, Genesis, Jethro Tull, allemaal schatplichtig aan King Crimson.

Dit was het eerste en tegelijk het laatste album van King Crimson in deze samenstelling. De vele wissels in de jaren zeventig kwam de continuiteit van de band niet ten goede.

Fripp kwamen we later nog tegen als gitarist bij Bowie (onder andere die geweldige gitaarpartij op "Heroes"). Greg Lake ging in een trio spelen met toetsenman Keith Emerson en drummer Carl Palmer. En Ian McDonald zou nog furore maken in Foreigner.

Tracks
21st Century Schizoid Man - I Talk to the Wind - Epitaph - Moonchild - In the Court of the Crimson King

Messcherp

1969 in muziek, aflevering 15

OdessaBee Gees - Odessa

We zagen eerder dat in 1969 de meeste hits op naam van CCR kwamen. De jaren daarvoor waren het de Bee Gees die hit na hit maakten. Vanaf eind 1967 (met Massachusetts) niet uit de hitlijsten weg te denken. Ook in 1969 timmerden ze flink aan de weg. Hun eerste hit van dat jaar was I Started a Joke en er zouden er nog vele volgen. De marketingmannen achter de Bee Gees zagen echter ook nog additionele mogelijkheden, de band zou een albumgroep moeten worden. Aan elpees viel immers meer te verdienen dan aan singeltjes.

Odessa werd het album-project van de broers Gibb. Het werd een dubbelelpee, zeventien nieuwe songs, allemaal door de broers gezamenlijk gecomponeerd en geschreven. En ik vind het het mooiste album dat ze hebben gemaakt.

Dit is dus muziek van vóór de disco; geen Jive Talkin', geen Staying Alive, geen four-on-the-floor. Het is barok pop, die extravagante muziekstijl van het einde van de jaren zestig, op zijn best. Af en toe zwaar georkestreerd, maar de traditionele popliedjesstructuur (intro-couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein-coda) blijft meestal gewoon overeind. En natuurlijk met messcherpe vocals, het handelsmerk van de groep.

De opnames vonden plaats in de tweede helft van 1968, vroeg in 1969 kwam het album uit. Het leidde tot ruzie tussen de broers en die ruzie leidde zelfs tot het tijdelijk uiteen vallen van de groep. Ze werden het niet eens over wat de single zou moeten worden, Lamplight, gezongen door Robin, of First of May, gezongen door Barry. Het werd die laatste, waarop Robin boos zijn biezen pakte en de groep verliet om solo verder te gaan. (Gelukkig kwam het een jaar later allemaal weer goed).

Hoewel duidelijk gedateerd, is het nog steeds een prachtig album, verrassend fris en goed beluisterbaar. Mijn favoriete track: Marley Purt Drive. Beluister dit album samen met één van de vele hitcompilaties van de Bee Gees en je hebt een geweldig overzicht van het topwerk van deze mannen.

Robbie Williams - Swings Both Ways

Gisteravond bij een goed optreden geweest: Robbie Williams' Swings Both Ways-toernee bracht hem in Amsterdam, en wij waren erbij. Goede show.

Zoals de naam al doet vermoeden, dit was geen rock-concert, maar swing. Robbie in jacquet met stropdas, begeleid door een groot orkest met contrabas, koperblazers, vier acrobatische dansers en vier danseressen met vooral zeer korte rokjes. Helemaal in de Amerikaanse stijl van de jaren veertig. De show is erg spectaculair: een decor op drie niveaus dat de suggestie van een oceaancruise wekt, enorme gordijnen die vaak op en neer gaan, een loopplank als een grote halve cirkel door de zaal, vuurwerk, confetti-kanonnen, niets is te dol.

Robbie doet van alles tijdens het optreden. Hij zingt en danst, hij hangt aan een touw, hij treedt in het showbiz-huwelijk, hij zweet, hij kreunt, hij trekt een apenpak aan, hij doet van alles. Hij lijkt het erg naar zijn zin te hebben. Het is nog het begin van de toernee, die hem eerst door Europa voert, daarna door het Verenigd Koninkrijk en tenslotte Down Under. Dat heeft het voordeel dat zijn stem nog helemaal prima is.

Hoogtepunten voor mij: de opener Shine My Shoes en Go Gentle, die prachtige song voor zijn dochtertje. Toch ook enkele minpuntjes. Hij haalt zijn vader erbij op het podium, dat was voor mij niet nodig. Maar erger nog:  bij High Hopes gaat hij tussen een play-backend kinderkoor zitten! Dat kan echt niet.

Setlist: Shine My Shoes - Puttin' on the Ritz - Ain't That a Kick in the Head - Minnie the Moocher - Swing Supreme - No One Likes a Fat Pop Star - That's Amore - Ignition - Mr. Bojangles - I Wanna be Like You - High Hopes - Swings Both Ways -- pauze -- Soda Pop - Trouble/Hit the Road/Reet Petite/Shout - If I Only had a Brain - Go Gentle - Do Nothin' Till You Hear From Me - Empire State of Mind/New York, New York - Let Me Entertain You/Millennium/Come Undone/Old Before I Die/Candy - Angels - Sensational

spotify: Robbie Williams - Swings Both Ways tour 2014

zaterdag

Oranje couppleger

Koning Willem IIn november begon de viering van tweehonderd jaar Oranjemonarchie. En ter gelegenheid daarvan verschenen biografieën van de drie negentiende-eeuwse Oranjekoningen, Willem I, Willem II en Willem III. Een box-set: drie kloeke ingenaaide boeken in een fraaie "Koningsbiografieën"-doos. Tot mijn grote plezier kreeg ik ze van Elly cadeau met de kerst. En ik ben direct begonnen met verslinden.

Het eerste deel heb ik nu uit. Willem I blijkt een zeer interessante man, waarover het aangenaam lezen is. Tijdgenoot van Napoleon, kind van de Verlichting, speelbal van de Europese mogendheden, man met een enorme hoeveelheid mazzel. Autoritaire, koppige geldwolf. Hoe verder ik kwam in het boek, hoe onsympathieker ik hem ging vinden. Overloper, vreemdganger, couppleger, kortom never a dull moment.

Ik ga nu met veel zin beginnen aan Willem II, ik hoop dat diens biografie net zo goed geschreven is.

De held van Waterloo

Koning Willem IIEn de tweede koningsbiografie zit er ook in; smaakte weer lekker. Willem II bleek een zeer interessante man. Groeide op in Berlijn, studeerde in Oxford, vocht met het Engelse leger in Spanje en Portugal tegen de legers van Napoleon. Leest als een spannend jongensboek.

Hij beleeft zijn finest hour in juni 1815 voor en tijdens de Slag bij Waterloo. 'Hero' for one day. Daarna begint het modderen. Foute vrienden, te dure hobby's, verboden verlangens, permanent ruzie met zijn vader, de koning. Als militair succesvol, als Prins van Oranje een onhandige prutser, als koning een onsympathieke populist.

Leuk om te lezen dat ooit een van zijn vele afpersers door de politie in de kraag werd gevat in een hotel in Lisse.


Ik ga nu verder met de derde koningsbiografie, die van koning Willem III, aka Koning Gorilla. Dat zal naar ik verwacht ook weer een kleurrijk verhaal opleveren.

De waterheld van Het Loo

Koning Willem IIIEn dat is drie! Koning Willem III wel te verstaan. Ook dit bleek weer een geslaagde biografie, een fraaie beschrijving van het leven van een niet zo fraaie man. Als staatshoofd altijd in de contramine met ministers, met een enorme verachting van het parlement, conservatief tot op het bot. Als echtgenoot een gedegenereerde hork, gek op boerinnetjes en operazangeressen, driftig, boosaardig, egoistisch.

Erg interessant vond ik de beschrijving van de Europese context waarin Willem opereerde. Zo begrijp ik nu eindelijk waar De Krimoorlog over ging. En ook de ontwikkelingen in de Duitse Bond, voorafgaand aan de Frans-Pruisische oorlog, hoe Limburg een Nederlandse provincie werd, het komt allemaal erg duidelijk aan bod.

Er zitten ook saaie stukken in. Die ellenlange verhalen over ministers met ellenlange namen verveelden me al snel. In de 41 jaar van Willem's koningschap heeft hij heel wat ministers aangesteld en weer ontslagen. Taaie kost.

Ik heb erg veel plezier beleefd aan de drie koningsbiografieën; ik ga nu doorpakken met Wilhelmina, over wie C.Fasseur een biografie schreef die goed staat aangeschreven. Twee kloeke delen, ruim 1200 bladzijden, ik heb nog wat te doen.

dinsdag

Can't Get Enough of those Doomsday Songs

David Bowie - The Next DayDavid Bowie - The Next Day (2013)

Bijna tien jaar was David Bowie buiten beeld. Geen optredens, geen nieuw werk, geen interviews, niks. Hij was met pensioen, na zijn hartproblemen in 2004. Ik rekende nergens meer op. En plotseling was daar in januari van dit jaar dus de aankondiging van een nieuw album. Sinds afgelopen vrijdag is het te koop. En heb ik 'm dus. Inmiddels heb ik hem een aantal keren goed beluisterd en heb ik er een mening over.

Ik ben blij dat dit album er is; die blijheid voelde ik al vanaf de aankondiging. En ik word nu ook blij van het beluisteren van wat erop staat. Prima cd!

The Next Day begint met de titelsong, The Next Day. Strakke rocker, opent met een harde klap op de snaredrum, zoals Like a Rollin' Stone. Ritme en sound doet direct denken aan Repetition, van Lodger (1979). Geen toetsen, veel gitaren. Dit zet gelijk de toon, directe en indirecte verwijzingen naar klassieke popsongs, herinneringen aan eigen liedjes, daar staat het album vol mee. Prima opener.

Daarna Dirty Boys, alweer een steengoede song. Opnieuw een hoofdrol voor de drummer (Zachary Alford), die in de jazzy coupletten het tempo naar beneden lijkt te trekken, maar dan in de refreins de boel vlot trekt. Een waanzinnige saxofoonsolo aan het eind.

En dan is het tijd voor The Stars (Are Out Tonight), het eerste hoogtepunt. Een van de twee singles. Elk nadeel heeft een voordeel, en het voordeel van het zo lang hebben moeten wachten is dat Bowie erg veel aandacht heeft kunnen schenken aan zijn composities. En dat komt hier tot zijn recht. Wat een prachtige melodielijnen, wat een fraaie akkoordstructuur, wat een ontzettend goed liedje! Halverwege zit weer zo'n verwijzing naar een klassiek popliedje, ik weet nog niet precies naar welk liedje het is, maar het is er een van de Moody Blues. Dit is een instant Bowie-klassieker.

Daarna Love is Lost, ook weer citerend uit een klassieke song, deze keer uit Led Zeppelin's Kashmir. Het ritme is onmiskenbaar. Niks mis mee.

Vervolgens die andere song de we al kenden omdat het een single was: Where are we now? Een melancholisch stemmende ballad, waarin hij herinneringen ophaalt aan Berlijn, waar hij in de jaren zeventig woonde. Mooi.

Maar hoe mooi dat liedje ook is, ik kan nooit wachten totdat het volgende aan de beurt is: Valentine's Day. Het tweede hoogtepunt, mijn favoriete track van de cd. Citerend uit Waterloo Sunset van de Kinks. Met weer een buitengewoon fraaie melodie, pakkend. Een oorwurm van het zuiverste water: het liedje blijft de hele dag in mijn hoofd hangen.

Dit niveau is niet vol te houden.

If You Can See Me is dan ook niet van dit niveau. Beetje nerveuze jazz-rock, weer veel gitaren. Voor het eerst ook nadrukkelijke keyboards, die we hiervoor niet of nauwelijks hebben gehoord. Zeker niet slecht, maar ook niet top.

En dan zijn we op de helft. I'd Rather be High is een goede popsong, maar niet buitengewoon. Net als Boss of Me en Dancing out in Space, die oké zijn, maar niet top.

Hier zijn we een beetje ingezakt, maar denk niet dat de man zijn kruit al heeft verschoten: er staat je nog wel wat te wachten. How Does the Grass Grow is weer een hele bijzondere song. Met een la-la-la-refrein op de melodie van Apache van de Shadows. Drummer en gitarist laten horen wat ze in huis hebben, en dat is heel wat.

Dan volgt (You Will) Set the World on Fire, dat ondanks een indrukwekkend gitaar-intro mijn minst favoriete track is. Ik hoor te veel de sound van die mislukte albums uit de jaren tachtig, van Tonight en van Never Let me Down. Dit is iets te veel Dancing with the Big Boys, te veel New York's in Love.

De voorlaatste track is weer geweldig. You Feel so Lonely You Could Die is Drive-in Saturday all over again. Bowie zingt een prachtige melodie over een 6/8-ritme, zijn stem met een drama-falsetto, een echt glam-levenslied. Aan het slot drumt Alford het intro/outtro van Five Years.

En dan het sluitstuk. Heat. Bowie is al sinds de jaren zestig fan van Scott Walker, en hier doet-ie de grote Scott Walker-verdwijntruc van eind jaren zeventig begin jaren tachtig ("This is how you dissappear"). Prachtige contrabas!

Dan zijn er nog drie serieuze bonustracks: So She, het instrumentale Plan en het rockende I'll Take You There. Ook prima songs. Producer Tony Visconti vertelde in een interview dat ze 29 songs hadden en daaruit deze 17 hebben gekozen. Er is dus nog wat blijven liggen.

Zeventien songs, op een na allemaal van hoog niveau. En met drie absolute top songs. Dit is een erg goed album.

woensdag

Terug van weggeweest

David Bowie - The Next DayDavid Bowie - The Next Day (2013)

Dat was nog eens verrassing gisteren: de aankondiging dat er een nieuw Bowie-album aankomt en de release van alvast een van de songs: Where are we now? Leuk, iets om naar uit te kijken. Tweede week maart kunnen we de cd verwachten, nog negen weekjes. Aftellen dus.

Where are we now?
Tot die tijd hebben we dus de single-release. Ik heb hem inmiddels meer dan twintig keer beluisterd en ik vind 'm wel oké. Het is een langzaam, ingetogen lied, een beetje in de ambient stijl die we nog kennen van Low en "Heroes". Qua songstructuur erg eenvoudig: intro - verse - verse - chorus - verse - chorus - coda - outtro. Alleen het intro en outtro zijn instrumentaal.
De begeleiding is drums, bas, akoestische gitaar, elektrische gitaar, keyboards. Ik heb nergens kunnen vinden wie de muzikanten zijn, maar ik meen duidelijk het karakteristieke gitaarspel van Gerry Leonard te herkennen. En waar keyboards te horen zijn bij Bowie is Mick Garson nooit ver weg, en qua spel heb ik geen reden om te denken dat dit Mick niet zou zijn. Van de andere musici durf ik niks te zeggen, maar het zou goed kunnen dat Bowie dezelfde mensen om zich heen heeft verzameld als waarmee hij de 2003/2004 A Reality Tour wereldtoernee deed. Dat zou prima zijn.

Bowie's zang is sterk, sterker dan de laatste keren dat we hem hoorden zingen. Dat was onder andere bij Kashmir (The Cynic, 2005) en David Gilmour (Comfortably Numb en Arnold Layne, 2006). Dat klonk toen niet echt overtuigend. Maar dit is andere koek. Bowie's stem blijkt het nog prima te doen! Vooral in het refrein en in de coda haalt-ie flink uit. Zijn stem is afwisselend fragiel, kwetsbaar en dan weer overtuigend en sterk. Indrukwekkend.

De tekst is niet bepaald een literair hoogstandje. In de verses flarden van zinnen waarin Berlijnse straatnamen de revue passeren. Dat roept een soort zwart-wit-beeld op van een troosteloze stad. het refrein is feitelijk nog simpeler: "Where are we now? The moment you know, you know you know." Dat is het. De klap komt in de laatste zin van de coda: "As long as there's you, as long as there's me." Voor mij werkt dit niet.

De melodieën zijn elegant en rustgevend. Introspectief.

Het geheel vormt een lied waarin Berlijnse beelden van vroeger (jaren zeventig? van van de muur?) centraal staan. Bowie kijkt kennelijk terug en dan komen er herinneringen boven uit de tijd dat hij in Berlijn woonde, brak met een serieuze cocaine-gewoonte en een geweldig album maakte: "Heroes". Ik verwacht dat we op het nieuwe album nog meer van 's mans herinneringen gaan horen.


The Next Day
Van dat nieuwe album kennen we dus alleen nog maar de cover. Dat is een bijzondere. Toen ik hem voor het eerst zag dacht ik dat dit een voorlopig plaatje was, in afwachting van de echte. Maar dit ís dus die echte. We zien de ikonische, klassieke hoes van "Heroes", maar waar Bowie's gezicht nu schuil gaat achter een wit blok, met daarin de naam van het album. "Heroes" is doorgestreept.

Het ontwerp is van Jonathan Barnbrook, die ook de covers van Heathen en Reality maakte. Net als voor Heathen gebruikt hij een speciaal nieuw font, Doctrine.

Ik beschouw dit als een vooraankondiging van een album in een soort zwart-wit minimalistische stijl.   Terug naar existentialistische levensvragen. En ook dat maakt benieuwd. De productie is verzorgd door Tony Visconti, de man waar Bowie al zoveel mooi werk mee maakte, onder andere in Berlijn.

Dus heel veel van wat we nu weten van The Next Day heeft iets met "Heroes" van doen. Ik vermoed dat we straks een trip down memory lane gaan maken. Laat maar komen!

vrijdag

Walker's deel drie

Scott Walker - Bish BoschScott Walker - Bish Bosch (2012)

Gisteren reisde ik per Fyra van Schiphol naar Brussel en weer terug. En onderweg had ik Scott Walker's nieuwste album op de oortjes: Bish Bosch. Een bijzondere ervaring. Ik merkte dat ik telkens bezorgd om me heen keek om te zien of niemand anders in de coupé last had van mij of mijn muziek.

Dit is een soort deel drie uit een trilogie, na Tilt (1995) en The Drift (2006). Slechts zes jaar voor dit volgende deel, eigenlijk nog snel, voor Scott Walkermaatstaven.

En het is weer bijzonder. Walker heeft de relatie met wat wij 'normale' popmuziek noemen al jaren geleden losgelaten en als beluisteraar van dit album moet je dat eigenlijk ook doen, want anders kom je er niet doorheen. Verwacht geen maatvoering, geen riffs, geen liedstructuren met coupletten, refreinen of zo. Reken niet op dansmuziek, pop, rock 'n roll of zo. Je kunt het eigenlijk nergens mee vergelijken, je moet het beluisteren om een indruk te krijgen wat het is.

Het beviel me prima.

Ter illustratie, het album besluit met "The Day the 'Conducator' Died".  Die 'conducator' refereert aan Nicolae Ceaușescu, de Roemeense dictator die samen met zijn vrouw met kerst 1989 werd geëxecuteerd door een enthousiast vuurpeloton. "They didn't even wait for 'Fire!'", herhaalt Walker keer op keer. En de belletjes spelen Jingle Bells... Het was per slot kerst. Walker lijkt iets te hebben met de dood van dictators; op zijn vorige album The Drift kwamen Mussolini en diens echtgenote Clara al roemloos aan hun einde.

Hoogtepunt: Epizootics!

Dit is dus een album waarbij je van begin tot eind buitengewoon goed moet opletten. Mijn advies: alleen beluisteren wanneer je de tijd (ruim een uur!) en ruimte (alleen!) daarvoor hebt.

zaterdag

uit de Serie A

Eros Ramazzotti - NoiEros Ramazzotti - NOI (2012)


Sinds vorig weekend ligt het twaalfde studio-album van het Italiaanse voormalige wonderkind Eros Ramazzotti in de schappen. Het heet NOI. En Franz is fan. Er zijn er die dat vreemd vinden, die vinden dat Eros niet past in een rijtje met Bowie, Bob Dylan, The Boss, Neil Young, Paul McCartney en Scott Walker, die van mening zijn dat er uit Italië slechts maffia en bagger komt, maar daar trek ik me niet veel van aan. Ik vind de muziek van Eros heerlijk, en dat vind ik niet alleen op vakantie.

En Eros stelt niet teleur; ook dit is weer een prima album. Veertien songs, zonder geëxperimenteer, geen vernieuwingen, geen verbeteringen, gewoon de kwaliteit die we gewend waren van zijn vorige albums. Strakke melodieuze poprock, goed gezongen, prima geproduceerd, met gastoptredens van bekende collega's.

Het album begint met de titelsong, Noi. Zet direct de toon: verrassend intro, uptempo ritme, piano, distorted gitaren, het is dat je ineens Eros in het Italiaans hoort zingen, anders zou je kunnen denken dat je naar Coldplay luistert. Uitstekende opener.

Daarna de single, Un Angelo Disteso al Sole, binnen twee weken in veel Europese landen al aan de top van de hitlijst. Prima liedje, helemaal in de stijl van Eros' succesvolle liedjes van de laatste jaren.

Questa Nostra Stagione is een geslaagde piano-powerballad, die een beetje aarzelend op gang komt, maar dan lekker opbouwt. En aan het slot zelfs een -korte- gitaarsolo.

En dan Io sono te (I am you). Een beetje vreemde song. Doet me qua sound denken aan dat Superheavy-album van vorig jaar, van Mick Jagger en zijn vriendjes. Op het hoesje van de cd staat erbij: feat Andy Garcia. Je moet even wachten tot je Andy's bijdrage kan horen, maar aan het slot komt-i zijn tekst voordragen; hij zingt niet, het is meer toespreken.

Nicole Scherzinger is te gast op het volgende liedje, Fino all'Estasi. Deze Pussycat Doll past in de Eros-traditie uitstekend in het rijtje met Tina Turner, Cher, Anastacia.

Abbraciami is een lekker trage lovesong. Pakkend melodielijn, eenvoudige akkoorden onder de coupletten, meezingen in het refrein, met alleen een iets te ingewikkelde brug. Maar let vooral op de geweldige baspartij!

En ook de volgende song klinkt zoals we Eros willen horen. Balla Solo la tua Musica is een uptempo song, met in de coupletten weer een Coldplay-gitaarsound. Ook hierin na de brug een gitaarsolo. Hoogtepuntje.

Maar dan is het zover, dan is het tijd voor de inkakker. Op elk Eros-album staat er wel minimaal één, en ook hier ontbreekt-i niet. Infinitamente is een traditionele Eros-draak. Piano, strijkers, aanstekers in de lucht. Na het eerste refrein hoop je, tegen beter weten in, dat het misschien nog wat wordt, dat dan de knallende drums en de bas er nog wat van komen maken, maar nee. Aan Franz niet besteed, een zap-momentje.

In Polaroid (bestaan die eigenlijk nog?) pakt-i gelukkig de draad weer op. Uptempo, gitaren, strak ritme, terug waar we waren. En aan het slot een nieuwigheidje: een spectaculaire trompetsolo in de stijl van Bowie's Black Tie White Noise-sound. Song doet me denken aan Jump They Say.

Dan het absolute hoogtepunt van het album, Sotto lo Stesso Cielo. Behoort qua compositie, qua arrangement en qua zang tot het beste dat Eros ooit heeft gemaakt, voor mij een instant-klassieker. Opvallende drumpartij en gitaren. Geweldig!

Tijdens het intro van Una Tempesta di Stelle hoor je een baby en dan weet je het al, dat wordt sentimenteel. Een sentimenteel liedje met en over zijn dochtertje Rafaella, over hoe veel hij van haar houdt en dat ze nog helemaal van niks weet en zo. Op het randje, net niet erover. Misschien dat alleen Eros hiermee weg kan komen.

In Testa o Cuore horen we niet alleen Eros, maar ook Club Dogo. Italiaanse rappers. De trompet uit Polaroid doet hier ook weer mee. Maar rappen, daar moet je van houden, ik ben niet enthousiast. Mijn Italiaans is niet goed genoeg om helemaal te begrijpen waar de rappers het over hebben.

In Cosí gaat het weer serieus mis. Feat. Il Volo, en dan weet ik genoeg: dit is weer een draak. En wat voor één. Hier hou ik écht niet van, overslaan. Niet denken van laat ik nou nog maar even luisteren of ik het echt niks vind, nee, weg ermee. Het wordt niet beter, het wordt met elke regel alleen maar erger.

De laatste song maakt het gelukkig weer goed. In Solamente Uno horen we Eros samen met de Vlaamse groep Hooverphonic. Weer een van de geslaagde samenwerkingen. Een prima uptempo, vrolijke popsong, met een Beatles-achtige sound. Hier word ik weer helemaal blij van.

Veertien songs waarvan er twaalf de cut overleven, een buitengewoon hoge score, hoger dan ooit eerder een Eros-album scoorde. Deze blijft de komende weken veel in de cd-speler. Ik kijk met verlangen uit naar zijn optreden op 20 april in de Ziggo Dome.