zaterdag

uit de Serie A

Eros Ramazzotti - NoiEros Ramazzotti - NOI (2012)


Sinds vorig weekend ligt het twaalfde studio-album van het Italiaanse voormalige wonderkind Eros Ramazzotti in de schappen. Het heet NOI. En Franz is fan. Er zijn er die dat vreemd vinden, die vinden dat Eros niet past in een rijtje met Bowie, Bob Dylan, The Boss, Neil Young, Paul McCartney en Scott Walker, die van mening zijn dat er uit Italië slechts maffia en bagger komt, maar daar trek ik me niet veel van aan. Ik vind de muziek van Eros heerlijk, en dat vind ik niet alleen op vakantie.

En Eros stelt niet teleur; ook dit is weer een prima album. Veertien songs, zonder geëxperimenteer, geen vernieuwingen, geen verbeteringen, gewoon de kwaliteit die we gewend waren van zijn vorige albums. Strakke melodieuze poprock, goed gezongen, prima geproduceerd, met gastoptredens van bekende collega's.

Het album begint met de titelsong, Noi. Zet direct de toon: verrassend intro, uptempo ritme, piano, distorted gitaren, het is dat je ineens Eros in het Italiaans hoort zingen, anders zou je kunnen denken dat je naar Coldplay luistert. Uitstekende opener.

Daarna de single, Un Angelo Disteso al Sole, binnen twee weken in veel Europese landen al aan de top van de hitlijst. Prima liedje, helemaal in de stijl van Eros' succesvolle liedjes van de laatste jaren.

Questa Nostra Stagione is een geslaagde piano-powerballad, die een beetje aarzelend op gang komt, maar dan lekker opbouwt. En aan het slot zelfs een -korte- gitaarsolo.

En dan Io sono te (I am you). Een beetje vreemde song. Doet me qua sound denken aan dat Superheavy-album van vorig jaar, van Mick Jagger en zijn vriendjes. Op het hoesje van de cd staat erbij: feat Andy Garcia. Je moet even wachten tot je Andy's bijdrage kan horen, maar aan het slot komt-i zijn tekst voordragen; hij zingt niet, het is meer toespreken.

Nicole Scherzinger is te gast op het volgende liedje, Fino all'Estasi. Deze Pussycat Doll past in de Eros-traditie uitstekend in het rijtje met Tina Turner, Cher, Anastacia.

Abbraciami is een lekker trage lovesong. Pakkend melodielijn, eenvoudige akkoorden onder de coupletten, meezingen in het refrein, met alleen een iets te ingewikkelde brug. Maar let vooral op de geweldige baspartij!

En ook de volgende song klinkt zoals we Eros willen horen. Balla Solo la tua Musica is een uptempo song, met in de coupletten weer een Coldplay-gitaarsound. Ook hierin na de brug een gitaarsolo. Hoogtepuntje.

Maar dan is het zover, dan is het tijd voor de inkakker. Op elk Eros-album staat er wel minimaal één, en ook hier ontbreekt-i niet. Infinitamente is een traditionele Eros-draak. Piano, strijkers, aanstekers in de lucht. Na het eerste refrein hoop je, tegen beter weten in, dat het misschien nog wat wordt, dat dan de knallende drums en de bas er nog wat van komen maken, maar nee. Aan Franz niet besteed, een zap-momentje.

In Polaroid (bestaan die eigenlijk nog?) pakt-i gelukkig de draad weer op. Uptempo, gitaren, strak ritme, terug waar we waren. En aan het slot een nieuwigheidje: een spectaculaire trompetsolo in de stijl van Bowie's Black Tie White Noise-sound. Song doet me denken aan Jump They Say.

Dan het absolute hoogtepunt van het album, Sotto lo Stesso Cielo. Behoort qua compositie, qua arrangement en qua zang tot het beste dat Eros ooit heeft gemaakt, voor mij een instant-klassieker. Opvallende drumpartij en gitaren. Geweldig!

Tijdens het intro van Una Tempesta di Stelle hoor je een baby en dan weet je het al, dat wordt sentimenteel. Een sentimenteel liedje met en over zijn dochtertje Rafaella, over hoe veel hij van haar houdt en dat ze nog helemaal van niks weet en zo. Op het randje, net niet erover. Misschien dat alleen Eros hiermee weg kan komen.

In Testa o Cuore horen we niet alleen Eros, maar ook Club Dogo. Italiaanse rappers. De trompet uit Polaroid doet hier ook weer mee. Maar rappen, daar moet je van houden, ik ben niet enthousiast. Mijn Italiaans is niet goed genoeg om helemaal te begrijpen waar de rappers het over hebben.

In Cosí gaat het weer serieus mis. Feat. Il Volo, en dan weet ik genoeg: dit is weer een draak. En wat voor één. Hier hou ik écht niet van, overslaan. Niet denken van laat ik nou nog maar even luisteren of ik het echt niks vind, nee, weg ermee. Het wordt niet beter, het wordt met elke regel alleen maar erger.

De laatste song maakt het gelukkig weer goed. In Solamente Uno horen we Eros samen met de Vlaamse groep Hooverphonic. Weer een van de geslaagde samenwerkingen. Een prima uptempo, vrolijke popsong, met een Beatles-achtige sound. Hier word ik weer helemaal blij van.

Veertien songs waarvan er twaalf de cut overleven, een buitengewoon hoge score, hoger dan ooit eerder een Eros-album scoorde. Deze blijft de komende weken veel in de cd-speler. Ik kijk met verlangen uit naar zijn optreden op 20 april in de Ziggo Dome.