woensdag

Rome aan de Maas

Eros Ramazzotti - Ali e Radici Tour 2009/2010 - Ahoy Rotterdam, 28 oktober 2009

Vanavond weer eens een prima concert bijgewoond. Eros Ramazzotti. Dit was al de derde keer dat ik hem zag en het was net als de vorige keren weer erg goed. Geen verrassingen, geen nieuwe geluiden, geen onverwachte stijlwijzigingen of andere artistieke fratsen, maar gewoon traditionele klasse. Lekkere meezingers, enthousiast en met af en toe lekker veel overdreven bombast over het voetlicht gebracht.

Eros is op 21 oktober in Rimini begonnen aan een grote toernee, Ali e Radici 2009/2010, vijfenzestig shows, en de twee shows in Rotterdam (27 en 28 oktober) waren de vierde en vijfde van deze Europese toernee, met tussendoor Nice en Luxemburg. Natuurlijk liedjes van zijn meest recente cd Ali e Radici en heel veel liedjes die hij al jaren speelt. Natuurlijk het liedje waarmee hij ooit doorbrak, Terra Promessa, zijn megahits Musica é, Se Bastasse di una Canzone, Cose della Vita, Un' Emozione per Sempre en You Belong to me. Maar ook fan favourites als L'Aurora en Fuoco nel Fuoco.

Hij ging iets minder over-the-top dan de vorige keren, maar hij was toch wel lekker Italiaans macho op dreef; het publiek vond het tenminste allemaal geweldig. Goede opbouw van de set, waarin alleen op driekwart de boel een beetje inzakte met drie pianoballads achter elkaar. Maar daarna was het weer knallen tot aan de -verrassende- finale Questo Immenso Show. Daarna nog twee toegiften en toen was het basta.

Arrivederci! De volgende keer gaan we weer.

Setlist

Appunti e Note - Dove c'é Musica - Un Attimo di Pace - Quanto Amore Sei - Stella Gemella - Terra Promessa - Una Storia Importante/Adesso Tu - Se Bastasse di una Canzone - Bucaneva - Un' Emozione per Sempre - I Belong to You - Musica é - Favola - L'Ombra del Gigante - L'Aurora/Sta Passando Novembre/L'Orrizzonte - Ali e Radici - Il Cammino - Cose della Vita - Fuoco nel Fuoco - Piú Bella Cosa - Parla con me - Questo Immenso Show -- (encores) -- Controvento - Non Possiamo Chiudere gli Occhi

dinsdag

Vroege kerst

Bob Dylan - Christmas in the HeartBob Dylan - Christmas in the Heart

Tijd voor een onthulling: het is niet zonder gêne dat ik hier beken dat ik afgelopen weekend een cd met kerstliedjes heb gespeeld. De pepernoten liggen bij wijze van spreken nog niet in schappen of daar is al de eerste kerstplaat van het nog lang niet begonnen seizoen. De aanleiding is natuurlijk de nieuwe cd van Bob Dylan: Christmas in the Heart.

Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen; ik hoop op enig begrip. Ik moet zeggen: het valt me niet tegen. Nu stel ik voorop dat ik mijn verwachtingsniveau erg laag had gesteld; een paar weken geleden kon je al enkele fragmenten beluisteren op amazon.com. En het leeuwendeel van de liedjes voldoet aan dat verwachtingsniveau: belletjes, koortjes, helemaal in de traditionele Amerikaanse stijl van de jaren veertig en vijftig. Geen nieuwe zelfgeschreven liedjes, maar allemaal al bestaande, vijftien stuks. De meeste ook erg bekend (Little Drummer Boy, Hark the Herald Angels Sing, Silver Bells). En weinig spectaculair, beetje flauw zelfs. Maar niet allemaal: Must be Santa is een buitengewone uitzondering! Dit liedje heeft alles in zich om een klassiek kerstliedje te worden, zo één in de categorie Slade, Wham!, Mud, je snapt wat ik bedoel. Een vrolijke ongein-polka, Dylan maakt hier een groot feest van. De andere liedjes vind ik aardig. Niet vervelend of slecht of zo, gewoon. Dylan’s stem blijkt eigenlijk best wel geschikt voor deze kerstliedjes.

De cd is inmiddels terug in het hoesje. Wanneer het straks half december is, dan komt-ie er weer uit en dan ga ik hem nog vaak beluisteren. Ik ben eigenlijk best wel een beetje blij dat deze cd er is, want elke kerst weer diezelfde kerstliedjes, dat gaat toch aardig de keel uithangen. Thanks to Bob hebben we dit jaar weer iets nieuws.

En Must be Santa is écht een aanwinst!

maandag

Zorgelijk

Gerrit Zalm, Frank de Grave, Robin Linschoten, Ed Nijpels, diverse VVD'ers vonden na hun politieke carrière een plekje in de schijnbare luwte van het bestuur van de DSB Bank. Dat college van VVD-alumni heeft het momenteel zwaar. Die tent is failliet, de ondergang van een imperium. De Nederlandsche Bank neemt het bewind over; Dirk Scheringa is uit de macht gezet, de val van de keizer.

Drama voor de werknemers, die maar moeten afwachten of ze straks nog een baan hebben. Onzekerheid voor de klanten, die zullen moeten afwachten hoe het straks met hun betaalrekening, spaargeld, deposito, lening of hypotheek zal gaan. En eigenlijk ook een drama voor de sport in Nederland. Voetbal, schaatsen, wielrennen, judo, de DSB Bank doet natuurlijk heel veel aan sportsponsoring.

Zegt dit iets over VVD'ers? Gerrit Zalm in nauwe schoentjes.

vrijdag

Het ontpoldermodel

Eerst zou het kabinet de Hertogin Hedwigepolder onder water laten lopen. Maar toen dat plan op weerstand stuitte, maakte het kabinet een 1800 flip-flop: de natuur zou op een andere manier worden gecompenseerd. Ondanks dat er al heel wat was gestudeerd op alternatieven, en dat de conclusie was dat die er niet waren.

En vandaag maakt het kabinet dus een tweede 1800 flip-flop: toch ontpolderen.

Ja, als je twee keer rechtsomkeert maakt, dan sta je weer met je neus in dezelfde richting. Heb je alleen maar een rondje gedraaid en ben je niets opgeschoten. Van een afstandje ziet dat er wel koddig uit.

Maar voor je kan ontpolderen moet je eerst de grond verwerven. Dat wordt onteigenen, want de huidige grondeigenaar heeft al aangegeven dat hij niet zal meewerken aan het ontpolderplan. Die eigenaar overigens blijkt een Vlaming te zijn, meneer Gery de Cloedt. Fokker van polopaarden. Die gaat dus nog dwarsliggen.


donderdag

Mozambique

"Doe je eens iets concreets aan ontwikkelingssamenwerking in een arm Afrikaans land, is het weer niet goed. Wat willen ze nou, die zeurpieten in de Tweede Kamer. Ze willen kennelijk niet snappen dat we nu eenmaal een systeem hebben waarin zij de onderdanen vertegenwoordigen. En waar onderdanen zijn, daar moeten ook bovendanen zijn. Het is allemaal kinnesinne. Dat zij niet zo'n mooi vakantiehuisje hebben.

Gelukkig snapt Balkenende heel goed hoe het werkt. Hij weet hoe de hazen lopen, om hier maar eens een woordgrapje te maken.

Er is natuurlijk helemaal niks mis met dat project. Als je in dat soort landen iets voor elkaar wil krijgen, dan moet je je aan de lokale mores op het gebied van zakendoen houden. Kwestie van denken in het groot. Nou kunnen wij Oranjes natuurlijk heel goed denken in het groot, maar kennelijk is dat een brug te ver voor die suffe onderdaanvertegenwoordigers.

Ze moeten niet zo moeilijk doen. We doen niets anders dan wat we al eeuwen doen: goed voor onszelf zorgen. En feitelijk is dat allemaal opoffering, want er staat ons uiteindelijk maar één belang voor ogen en dat is het belang van het Nederlandse volk. Dat ze dat nou niet willen begrijpen."

I like to spend some time in Mozambique
The sunny sky is aqua blue
And all the couples dancing cheek to cheek.
It's very nice to stay a week or two.

There's lots of pretty girls in Mozambique
And plenty time for good romance
And everybody likes to stop and speak
To give the special one you seek a chance
Or maybe say hello with just a glance.

Lying next to her by the ocean
Reaching out and touching her hand,
Whispering your secret emotion
Magic in a magical land.

And when it's time for leaving Mozambique,
To say goodbye to sand and sea,
You turn around to take a final peek
And you see why it's so unique to be
Among the lovely people living free
Upon the beach of sunny Mozambique

Bob Dylan

(daar win je de Nobelprijs voor de Literatuur niet mee)

dinsdag

Nieuw!

Tsk! - The Gasoline Brothers (2009)

The Gasoline Brothers - Tsk!De businessmodellen in de popmuziek veranderen waar je bij staat. Platenmaatschappijen, cd's verkopen, Buma/Stemra, dat is zo 2008, dat is zo ontzettende oude-systematiek, dat werkt niet meer vandaag de dag. Althans, voor enthousiaste creatieve nieuwe bands werkt dat niet meer.

Het oude systeem draaide op het principe dat er iemand bij een platenmaatschappij bereid was om een financieel risico te lopen met beginnende bands. En alleen dan kon zo'n band aan de bak. Tegenwoordig worden er bijna geen cd's meer verkocht, dus geen platenmaatschappij die bereid is om nog in nieuw talent te investeren, bang dat ze zijn dat ze die investering nooit meer terugverdienen.

Maar gelukkig, er zijn tegenwoordig nieuwe media waarmee bands hun publiek kunnen bereiken. The Gasoline Brothers is zo'n band. Voluit maken ze gebruik van de mogelijkheden die het internet biedt, via sociale netwerken distribueren ze hun muziek. Zo min mogelijk drempels. Het enige doel lijkt om zo veel mogelijk mensen in de gelegenheid te stellen om naar hun muziek te luisteren. Want dat is kennelijk de belangrijkste drijfveer.

In 2006 maakten ze hun eerste cd, Hm! Beetje rare titel, maar wel erg lekkere muziek. Goede recensies. Lekker veel publiciteit.

En sinds gisteren is er de opvolger: Tsk! Weer zo'n gekke titel, maar ook weer erg lekkere muziek. Gitaarpop waar je vrolijk van wordt. Lekker tempo, pakkende melodieën, mooie akkoorden, verrassende ritmes. Jongens die met beide benen in 2009 staan, maar die hun popklassiekers goed blijken te kennen. Paul Weller, McCartney, de Kinks, David Byrne, Horslips, ik hoor allerlei echo's van de jaren zestig en zeventig. Erg aangenaam.

Twaalf songs, twaalf pareltjes. Mijn favoriet: Undecided, met een gitaarsolo zoals ik die sinds Reeves Gabrels op Bowie's ...hours uit 1999 niet meer heb gehoord. Het album eindigt met There it Goes (for Koos), speciaal gemaakt voor Gasoline Brothers-fan Koos Moerenhout, onze nationale kampioen wielrennen op de weg. Als Koos daar niet heel hard van gaat fietsen!

De band

Jeff - Jack - Jim - Joe

(Roel, Mathijs, André en Léon)

Mail: info@gasolinebrothers.nl
Blog: http://blog.gasolinebrothers.nl
Web: http://www.gasolinebrothers.nl
Twitter: http://www.twitter.com/gasolinebrother
Last.fm: http://www.last.fm/music/The+Gasoline+Brothers

Foto: Jelmer de Haas

Tracklist:

Psychosomatic Heart Failure - 2-5 Tuesday - Going in Circles - Over me - Watch the Firemen - Undecided - Strange Rules - Lorenza Pellegrini - Tongue-tied - Wonderful and Sad - Same Mistakes - There it Goes (for Koos)

Op de site van de band kun je het album gratis downloaden. Doen!

Fury Noir
Don't follow leaders, watch your parking meters

... en wat een prachtige basgitaar!

zondag

1969 in muziek (slot)

1969 bleek dus een sleuteljaar in de popgeschiedenis: er veranderde van alles. Het einde van dat jaar betekende niet alleen het einde van de zestiger jaren op de kalender, het was ook echt het einde van een tijdperk. En het begin van een nieuw tijdperk. De belangrijkste gezichtsbepalers van de pop in de jaren zestig hadden belangrijke beslissingen genomen: de Beatles waren bezig om hun band te beëeindigen –en zelfs dat ging buitengewoon moeizaam–, Bob Dylan en Johnny Cash veranderden hun imago, de Rolling Stones hadden Brian Jones gedumpt en maakten een verse start, de Beach Boys hadden Brian Wilson achter de geraniums gezet –en waren niet meer serieus in beeld–, en ten slotte maakte Elvis met heel veel succes zijn come-back.

Tegelijkertijd had er een soort reshuffle plaatsgevonden: veel bandjes in de sub-top waren uiteengevallen en allerlei talent zocht elkaar op voor nieuwe veelbelovende projecten. De nieuwe centrale thema’s waren: Amerika, elpees en geld. Die drie thema’s speelden een rol in de nieuwe businessmodellen van de popmuziek. En dan was er nog dat leitmotiv, drugs. Pillen, heroine, lsd. Sex, drugs & rock ’n roll was de alomvertegenwoordigde drieëenheid.

Amerika, elpees en geld. Daar draaide het om. Nederland, Engeland, Europa was te klein voor het grote succes. Optreden, succesvol toeren door de VS, dat was noodzakelijk om voldoende geld te genereren voor zowel de levensstandaard als voor de ambitieuze projecten: apparatuur, studiotijd. En die studiotijd was nodig om de elpees te kunnen blijven maken. De tijd van de singles was voorbij, althans voor de grote acts. De Kinks, die in 1966 nog in de eredivisie speelden, kregen geen visa voor de VS; die markt bleef voor hen gesloten en dus degradeerden ze naar de lagere regionen. De hitlijsten werden overstroomd met middle-of-the-road-liedjes, de elpeemarkt en de singlemarkt groeiden uit elkaar. Live-optredens werden belangrijker dan air play over de radio.

In de jaren zestig hadden vooral platenbazen en louche managers veel geld verdiend aan de popmuziek. En de artiesten waren dat zat; ze namen steeds meer hun lot in eigen hand. De Beatles waren ten onder gegaan aan hun eeuwige ruzies over geld, de Rolling Stones kochten hun manager Allen Klein af en richtten hun eigen maatschappij op. Creedence Clearwater Revival zat aan alle kanten klem in een wurgcontract met de platenmaatschappij en de interne strubbelingen over het beetje geld dat er voor hen overbleef zou binnen twee jaar tot het einde van de band leiden. De Golden Earring zou zich onverantwoordelijk ver in de schulden steken om in de VS voet aan de grond te krijgen. Want alleen in Amerika kon dat geld verdiend worden. Clapton, Led Zeppelin, the Who, Lennon, Harrison, later Bowie, allemaal maakten ze de oversteek.

Op toernee betekende niet alleen optredens, maar natuurlijk ook hotels. En dus ook groupies. Berucht zijn de verhalen van bijvoorbeeld Led Zeppelin, zoals het Mudshark-incident in Seattle op 27 juli 1969. Maar ook Zappa, the Who, de Earring, Clapton, die konden er wat van. Alsof er geen rem op zat. Buitensporig gedrag werd de norm. De Hollywood-film Almost Famous (2000) geeft een indringend beeld van deze periode.

En dan waren daar nog de drugs. Brian Jones was al dood, Janis Joplin, Jimi Hendrix en Jim Morrison zouden het niet overleven. De lsd had van Beach Boy Brian Wilson een psychisch wrak gemaakt. Bijna alle hoofdrolspelers hadden vroeg of laat in hun carrière grotere of kleinere drug-issues. Richards, Clapton, Lou Reed bijvoorbeeld hadden hun heroineverslaving; Bowie zijn cocaine en alcohol; Elvis, Cash, Dylan hun pillen. De extravagante levensstijl zou nog vele slachtoffers eisen: Keith Moon en John Bonham om er maar een paar te noemen.

De toon was gezet. Tot aan de doorbraak van de punk en de daaropvolgende new-wave zouden deze mannen –geen vrouw die een rol van betekenis speelde in het popwereldje van de jaren zeventig– de dienst uitmaken.

Elvis

1969 in muziek, aflevering 17

Elvis Presley - From Elvis in Memphis Elvis Presley - From Elvis in Memphis

We besluiten deze serie in dezelfde stad, in dezelfde opnamestudio als waarin we begonnen: in de Atlantic-studio in Memphis, Tennessee. En wie Memphis zegt, zegt Elvis.
In die stad was Elvis' carrière begonnen; in de Sun-studios van Sam Phillips had Elvis op 5 juli 1953 zijn eerste plaatje opgenomen, zijn eerste hits kwamen daar vandaan. Maar sinds RCA Victor in het najaar van 1955 zijn Sun-contract overnam, had hij geen platenopnames meer gemaakt in zijn thuisstad Memphis.
Elvis werd groot, groter, nog groter. Bigger than life. Hij kon aardig zingen en dansen en hij had een leuk bekkie; ideaal voor een dubbelcarrière als zanger en als acteur. In eerste instantie lag de nadruk nog op het zingen van liedjes. Maar nadat zijn carrières werden onderbroken voor een tijdje in het leger, kwam in de jaren zestig steeds meer de nadruk te leggen op dat acteren. Hollywood poepte per jaar drie Elvis-films uit. De fans vonden het allemaal geweldig, de bioscopen stroomden telkens weer vol, maar veel inhoud had het allemaal niet. Het leverde Elvis wel veel geld op, maar geen hits. In 1968 besloot Elvis dat het tijd was om het roer om te gooien: hij was klaar met Hollywood; hij wilde weer serieus muziek maken. Zijn manager, Colonel Parker, orkestreerde Elvis' come-back als muzikant.
Stap één was een tv-special, Elvis' eerste televisie-optreden sinds 1960. De show werd uitgezonden vlak voor kerst en werd buitengewoon goed ontvangen. Jon Landau schreef erover in Eye Magazine: "There is something magical about watching a man who has lost himself find his way back home. He sang with the kind of power people no longer expect of rock 'n' roll singers. He moved his body with a lack of pretension and effort that must have made Jim Morrison green with envy." Het begin was goed.
Stap twee was het opnemen van een elpee. Daarvoor hoefde Elvis dus niet ver van huis: dat zou in Memphis gebeuren, bij hem thuis om de hoek. Op 15 januari begonnen de opnames. En binnen een paar weken was het klaar, met een stelletje lokale doorgewinterde studiomuzikanten onder leiding van producer Chips Moman. Elvis bleek een uitstekende hand van kiezen te hebben wat betreft liedjes. Hij was natuurlijk voor zijn liedjes altijd afhankelijk geweest van anderen, hij had nauwelijks nieuwe liedjes beschikbaar en hij moest het dus vooral doen met al bestaande liedjes, covers dus. Het resultaat mocht er zijn.
In april kwam het eerste resultaat naar buiten: In the Ghetto werd de single. En het werd overal een enorme hit (#4 in de top-40); Elvis was daadwerkelijk terug! In juni kwam de elpee uit. En die versterkte de come-back nog eens. Het was Elvis' 34e studio-album, en wat mij betreft zijn beste. Prima songs, geweldige stem, goede band.
Daarna kwam stap drie in het plan van Colonel Parker: live optreden. Parker sloot een deal met het juist geopende International Hotel in Las Vegas. Vanaf 31 juli deed Elvis 57 (!) shows in vier weken tijd. En het publiek vond het geweldig. Parker zag zijn kans schoon en onderhandelde een ongekend vijf-jaar-megacontract met dat hotel, waarin Elvis zich verplichtte om elk jaar in februari en in augustus daar op te treden. Voor $1,000,000 per jaar.
Plan geslaagd.
De elpee was cruciaal geweest in dit plan. Het is een mijlpaal in de carrière van Elvis gebleken.

Tracks

Wearin' that Loved on Look - Only the Strong Survive - I'll Hold you in my Heart (till I can Hold you in my Arms) - Long Black Limousine - It Keeps Right on a-Hurtin' - I'm Movin' on - Power of my Love - Gentle on my Mind - After Loving you - True Love Travels on a Gravel Road - Any Day Now - In the Ghetto
Dan waren er nog de out-takes. Op de cd-reissue in 2000 zouden die er als bonustracks aan toegevoegd worden. Wat dacht u van bijvoorbeeld Suspicious Minds?

Restart me up

1969 in muziek, aflevering 16

The Rolling Stones - Let it BleedThe Rolling Stones - Let it Bleed

The Beatles zaten dus in de puree met hun Let it be. Omdat dat album eind 1969 nog niet was uitgebracht, wist iedereen dat er problemen mee waren. De Stones ook. Diezelfde Stones hadden soortgelijke problemen met hun eigen album. Maar Jagger c.s. hadden als eersten het lek boven. Wellicht om het er nog een beetje in te wrijven bij de Beatles noemden zij hun 1969-album Let it Bleed.

Ze hadden er bijna een jaar aan gewerkt. Toen ze eraan begonnen zat Brian Jones nog in de band. Hij doet nog mee op Midnight Rambler en You Got the Silver. Tijdens de totstandkoming werd hij eruit gezet en iets later verdronk hij in zijn zwembad. Zijn plaatsvervanger, Mick Taylor, doet al mee op Country Honk en Live with Me. Op de andere tracks horen we maar vier Stones. Plus natuurlijk hun vriendjes Ry Cooder, Nicky Hopkins, Leon Russell, Al Kooper, Jack Nitzsche en noem maar op.

Brian Jones was uit de band gezet omdat hij niet meer te handhaven was vanwege zijn merkwaardige gedrag samenhangend met drugsgebruik. Bovendien kreeg hij geen visum meer voor de VS, en de mannen wilden wel weer eens door Amerika toeren. Met Taylor in plaats van Jones kon dat weer. Het live-debuut van Taylor was op 5 juli, enkele dagen na het overlijden van Jones, in het Londense Hyde Park voor meer dan 250,000 toeschouwers, met King Crimson in het voorprogramma.

In november maakten ze, voor het eerst in drie jaar weer een toernee door Amerika. Van die toernee werd een fly-on-the-wall-film gemaakt (Gimme Shelter), met onder andere schokkende beelden van de geheel uit de hand gelopen show in Altamont bij San Francisco. Van de shows in New York's Madison Square Garden werden opnames gemaakt voor een fantastisch live-album dat in 1970 zou verschijnen (Get Yer Ya-Ya's Out!).

In december kwam dan eindelijk die elpee Let it Bleed uit. En wat voor één! Was de voorganger, Beggars Banquet (1968) al een topper geweest na een paar albums met gemodder, dit was opnieuw helemaal raak. Zeer geïnspireerd, de Stones op hun best. Tot dan toe, want er zou nog wel wat komen.
De recensenten kwamen superlatieven tekort. En het publiek kocht de elpee en masse. Het was december 1969 en de Stones waren hun grootste problemen de baas en helemaal klaar voor het nieuwe decennium.

zaterdag

Het einde

1969 in muziek, aflevering 15

The Beatles - Abbey Road The Beatles - Abbey Road

The Beatles liepen in 1969 op hun laatste benen. Dat wil zeggen als band. De jarenlange zelfverkozen opsluiting in de studio eiste zijn tol. En de zakelijke meningsverschillen over het management en over geld konden ze niet meer oplossen. In de zomer van dat jaar kwam daar nog eens een hoogoplopend artistiek dispuut overheen betreffende de eindproductie van het album dat ze eigenlijk al klaar hadden, en dat de werktitel Get Back/Let it Be droeg. En zolang ze dat meningsverschil niet konden oplossen, bleef dat op de plank.
Desondanks begonnen ze aan hun volgende project. Maar allevier begrepen ze dat dit hun laatste project gezamenlijk zou zijn. "Laten we er iets speciaals van maken en laten we het ouderwets aanpakken". George Martin deed natuurlijk de productie, en af en toe was er zelfs meer dan één Beatle tegelijkertijd in de studio. Dat laatste project werd de elpee Abbey Road.
Abbey Road is een vreemd album. Op kant één staan zes liedjes: twee van Lennon (Come Together en I Want You (She's so Heavy)), één van Harrison (Something) twee van McCartney (Oh! Darling en Maxwell's Silver Hammer) en één van Starr (Octopus's Garden). Een echt groepsgebeuren dus. Tot zover niets aan de hand. Maar het wordt een beetje typisch op kant twee. Dat begint met een Harrison-song (Here Comes the Sun), daarna volgt een Lennon-song (Because) en dan begint een medley van meer dan zestien minuten waarin allemaal korte stukjes van individuele liedjes zitten. Kennelijk de restjes van wat ze nog op de plank hadden liggen, een soort Lennon/McCartney nasi rames. Speciaal. Die medley eindigt, symbolisch, met The End. Het is afgelopen met The Beatles, denk je dan. Maar dan staat er nog een hidden track op: Her Majesty. Wat moeten we daar nou van denken?
Meesterwerk of ratjetoe? Ik weet het niet. Na veertig jaar weet ik het nog steeds niet. Ja, Come Together is een geweldige song, daarover geen enkele twijfel. De baspartij in Something is bijzonder, ook waar. Maar de rest? Maxwell, Octopus, vind ik sub-standard voor Beatles-normen. Geldt ook voor Here Comes the Sun. Daarna komen bijvoorbeeld Bathroom Window en Carry that Weight en die zijn in aanleg prima, maar gewoon veel te kort. Niet af dus. Kortom, zeer gemengde gevoelens.
De elpee kwam eind september uit. Recensies waren overwegend positief. En het publiek vond het geweldig! De verkoopcijfers waren overal gigantisch.
Nadat de opnames klaar waren begonnen The Beatles niet meer aan een volgend project. Het enige dat ze nog moesten afronden betrof de eindproductie van Get Back/Let it Be. Uiteindelijk lieten ze dat maar over aan Phil Spector, die er vervolgens een piss poor job van maakte. Toen dat klaar was -het was inmiddels ver in 1970- werd de groep opgeheven en ging de stekker eruit. Geen dag te vroeg.
"And in the end, the love you take is equal to the love you make."

Tracks

Come Together - Something - Maxwell's Silver Hammer - Oh! Darling - Octopus's Garden - I Want You (She's so Heavy) - Here Comes the Sun - Because - You Never Give me Your Money - Sun King - Mean Mr. Mustard - Polythene Pam - She Came in Through the Bathroom Window - Golden Slumbers - Carry that Weight - The End - Her Majesty

Miskend talent

1969 in muziek, aflevering 14

David Bowie - Space OddityDavid Bowie - Space Oddity

1969 was voor David Bowie het doorbraakjaar, zijn annus mirabilis. Bowie sleepte een nieuw platencontract bij Mercury Records in de wacht. Dat kwam op het conto van een Amerikaanse meisje in Londen, Mary Angela Barnett, dat omging met de baas van de Londense vestiging van die platenmaatschappij, Lou Reizner. Via hem kwam ze in contact met de flamboyante directeur Europa van Mercury, Calvin Mark Lee. Angela ging ook met David (Angela deed het met bijna iedereen), en een tijdje lang zouden David, Angela en Lee een romantisch ménage-à-trois hebben gehad.

Maar hoe het werkelijk zat, dat blijft in nevelen gehuld. Het resulteerde er uiteindelijk in dat David een elpee mocht opnemen, zijn tweede. Die opnames begonnen op 20 juni. Eerst Space Oddity en een oerversie van Wild Eyed Boy From Freecloud. Met het oog op de maanreis van de Apollo 11 werden deze twee liedjes in allerijl op single uitgebracht. Met de bekende gevolgen (zie: Hello Spaceboy).

Studiomuzikanten waren drummer Terry Cox, bassist Herbie Flowers, Rick Wakeman aan de mellotron en dan was daar nog gitarist Mick Wayne. Tony Visconti was de producer. Alleen Space Oddity zelf, dat liet Tony over aan zijn assistent Gus Dudgeon, want dat vond Tony maar een stom liedje. De opnames liepen af en aan door tot half oktober. Gaandeweg kwamen er nog liedjes bij: het plotselinge overlijden van David's vader inspireerde hem tot het schrijven van Unwashed and Somewhat Slightly Dazed, na het muziekfestival in Beckenham op 16 augustus schreef David Memory of a Free Festival. Alle liedjes van het album waren door Bowie zelf geschreven.

In november kwam het album uit. Lovende recensies. Het was een zeer gevariëerd album geworden. Er stond van alles op. Je zou ook kunnen zeggen dat Bowie niet goed wist waar hij met zijn muziek naartoe wilde en er een allegaartje van had gemaakt. Dat bleek bijvoorbeeld al uit de titel: in Engeland werd het album uitgebracht onder de titel David Bowie, in Amerika noemden ze het Man of Words/Man of Music. Pas vanaf de heruitgave in 1972 zou het de titel Space Oddity krijgen en behouden. Het publiek vond het niet echt bijzonder. Memory of a Free Festival (een bijna lachwekkende remake van Hey Jude van de Beatles) werd de single, en moest het succes van Space Oddity herhalen. Dat lukte niet.

Maar toch is dit een belangrijk album in Bowie's ontwikkeling geweest. Liedjes als Cygnet Committee en Wild Eyed Boy From Freecloud zijn zonder twijfel het beste wat Bowie tot aan dat moment had geschreven. Zijn talent als componist en tekstschrijver was onmiskenbaar. Het kwam er alleen nog niet helemaal uit.

Haagse space-rock

1969 in muziek, aflevering 13

The Golden Earring - Eight Miles HighThe Golden Earring - Eight Miles High

Niet alleen in Amerika en Engeland sloegen de bands in 1969 nieuwe richtingen in, ook in Nederland gebeurde het een en ander. De veruit belangrijkste Nederlandse beatband van de jaren zestig was een Haagse: de Golden Earrings. Ze maakten popmuziek gebaseerd op de voorbeelden uit Engeland: de Hollies en vooral de Kinks. En na 1965 hadden ze op deze manier in Nederland hit na hit gehad. Eind 1968 was het duidelijk: The Golden Earrings zaten nationaal aan de top. Met hun Dong-Dong-Digi-Diki-Dong (erg poppy) en Just a Little Bit of Peace in my Heart (bombastisch) hadden ze enorm gescoord. Het werd hoog tijd om aan de internationale carrière te gaan werken. In het voorjaar van 1969 maakten ze de grote stap: een concertreeks door de VS en Canada, zeventien shows in mei en juni in zes steden (New York, Detroit, Seattle, San Francisco, Los Angeles en Montreal). Op 16 mei in Detroit deden ze bijvoorbeeld twee shows samen met Led Zeppelin.

Vier Hagenezen in Amerika. Bandleider en gitarist George Kooymans, bassist Rinus Gerritsen, zanger/gitarist Barry Hay en drummer Jaap Eggermont. Kooymans en Gerritsen hadden de band opgericht en waren er dus al vanaf het begin bij geweest, Eggermont drumde ook al een tijdje, maar Hay was een nieuwkomer. En zoals dat vaak gaat met nieuwkomers: Barry's inbreng zorgde voor nieuwe ideeën en een nieuw geluid. Dat kwam goed uit, want om succes te hebben in de VS was een nieuwe sound nodig.

De Earrings namen afscheid van de Engelse clichés en richtten zich in de plaats daarvan op de Amerikaanse rockmuziek. Jefferson Airplane, The Doors, dat waren de nieuwe voorbeelden. Het centrale nummer in de shows werd een liedje van The Byrds, Eight Miles High, een lsd-spacerockhit uit 1966. Oorspronkelijk was het een drieminutensong, maar tijdens de optredens van de Earrings werd het een spektakelstuk van soms wel drie kwartier. Met drumsolo, bassolo, gitaarsolo's. Toen Roger McGuinn van The Byrds de Earrings-versie van zijn Eight Miles High hoorde, realiseerde hij zich dat dit dé manier was om deze song live te spelen. En The Byrds deden het dus voortaan zo.

the Golden Earrings 1969De shows waren erg succesvol, de zalen zaten vol. Van de shows in San Francisco (in de Fillmore West) werden filmopnames gemaakt. (Jimi Hendrix zag later die film en was zo enthousiast dat-ie Rinus aanbood om bij hem te komen bassen. Haagse Rinus voelde daar niet zoveel voor en sloeg het aanbod vriendelijk doch beslist af.)

In juli kwamen ze terug naar Nederland. Drummer Jaap Eggermont verliet de groep; ex-Motions-drummer Sieb Warner was zijn vervanger. De band kreeg een nieuwe naam: de 's' ging eraf. En in Londen werd in deze nieuwe samenstelling een nieuwe elpee opgenomen. En daar moest natuurlijk Eight Miles High op. Maar een liedje kan op een elpee maximaal twintig minuten duren, dus het nummer kon er niet in zijn volle glorie op. Het werd "ingekort" tot één elpeezijde. Op de andere kant vier liedjes in de categorie psychedelische rock. In dezelfde opnamesessies werd ook Another 45 Miles opgenomen en dat werd de succesvolle single (#3 in de Top 40).

In november kwamen de elpee en de single uit. Er ging een schok door Nederland, zoiets hadden we nog nooit gehoord van een beatband! Ongehoord. Dat de band uit louter commerciële overwegingen voor deze nieuwe sound had gekozen, dat realiseerde zich niet iedereen. De elpee was in Nederland erg succesvol, maar internationaal was het geen doorbraak. Die zou pas vier jaar later komen, met het album Moontan met daarop de klassieke singlehit Radar Love.



vrijdag

Take-off

1969 in muziek, aflevering 12
1968 was het jaar geweest waarin bands uit elkaar vielen en weer nieuwe bands werden geformeerd. Zo zagen de Yardbirds het einde van 1968 niet, die Engelse blues-rock-band die vooral bekend is geworden als de band met drie van de allerbeste gitaristen, zij het nooit tegelijkertijd. Clapton speelde erin, na hem Jeff Beck en na Beck kwam Jimmy Page. Maar in oktober 1968 implodeerde de band; er was nog maar één Yardbird over: Jimmy Page. De anderen waren opgestapt. Page besloot een doorstart te maken met nieuwe muziekvriendjes. Bassist / toetsenman John Paul Jones kende hij uit het Londense studiocircuit, en John Paul wist nog wel een aardige zanger, Robert Plant, en die kende nog wel een drummer, John Bonham. Om aan de contractuele verplichtingen van de Yardbirds te voldoen maakte het kwartet een toernee door Scandinavië onder de naam New Yardbirds, maar eenmaal terug in Engeland moest er een nieuwe naam komen. Dat werd Led Zeppelin. In het najaar van 1968 werd de eerste elpee opgenomen (extreem low budget), en die kwam in januari uit. Maar al voordat dat album uitkwam had de groep het live-debuut gemaakt. Sterker nog, eind december hadden ze al hun eerste shows in de VS.
In 1969 zouden ze vooral heel veel optredens doen. Vier tours door Engeland en vier tours door Amerika. Een jaar lang on the road; altijd onderweg. En tussendoor de liedjes schrijven en opnemen voor het tweede album, Led Zeppelin II.

Led Zeppelin IILed Zeppelin II

De muziek van Led Zeppelin was iets nieuws. De gitaar van Jimmy Page stond centraal. Maar de ritmesectie was er niet alleen voor de begeleiding, en leek een eigen leven te leiden. En de stem van Plant was er niet alleen om de teksten van de liedjes te zingen, het was eigenlijk een instrument op zich.
Opgenomen in verschillende studio's, in verschillende steden, vooral in Noord-Amerika. Als ze ergens in een hotel zaten en een paar uur overhadden, dan boekte Page een lokale studio en gingen ze opnemen. Alles ging onder tijdsdruk. Page was de strakke hands-on projectleider: zowel de producer als de technicus.
De sound was vooral hard. Dit album wordt wel gezien als het eerste heavy-metal-album. Het is in feite een mengeling van blues en folk. Maar het was vooral erg rock 'n roll. Gitaar-riffs, snoeiharde drums, nerveuze ritmes. Distortion, feedback, echo's. Over de top.
Led Zeppelin II kwam uit in oktober en was enorm succesvol. Het bereikte zowel in de VS als in het Verenigd Koninkrijk de eerste plaats op de albumlijsten. Whole Lotta Love werd, in ingekorte vorm, de single. Maar niet in Engeland. Led Zep-marketing ging ervan uit dat de band een albumgroep was, en singles pasten niet in dat concept.
Dit album maakte van Led Zeppelin (de naam verwijst naar een term die Entwhistle en Moon van de Who wel eens gebruikten voor een mislukt optreden) het grootste rock 'n roll-circus van de zeventiger jaren, de meest succesvolle band van het decennium. Tot aan het einde van de Zeps -na het overlijden van drummer John Bonham in 1980- zouden ze bijna alleen maar toeren. En ze zouden nog zeven albums maken; in totaal zijn er naar naar schatting wereldwijd 200,000,000 Led Zeppelin-albums verkocht. Daarvan drie aan mij: Houses of the Holy op vinyl, en op cd Led Zeppelin IV en Houses of the Holy.

Tracks

Whole Lotta Love - What is and What Should Never be - The Lemon Song - Thank You - Heartbreaker - Living Loving Maid (She's Just a Woman) - Ramble on - Moby Dick - Bring it on Home

donderdag

Deaf, dumb and blind

1969 in muziek, aflevering 11

The Who - TommyThe Who - Tommy

Een andere virtuoze Engelse gitarist was ook met een projectje bezig. Pete Townshend, de artistiek leider van de rockband The Who, had het in zijn hoofd gehaald om een elpee te maken met liedjes rond één thema. Dat idee onstond zo ergens in 1967. Het jaar daarvoor had hij zoiets al op kleine schaal gedaan, met A Quick One, While He's Away, eigenlijk niet meer dan een medley van zes songs, in totaal iets meer dan negen minuten. Maar deze keer moest het dus een serieus compleet album worden. Nou, Pete heeft het geweten! Zes maanden in de studio, van september 1968 tot maart 1969.
Drieëntwintig (!) nieuwe composities van Townshend en één eigen interpretatie van een blues-traditional van Sonny Boy Williamson, Eyesight to the Blind (the Hawker). En niet van die eenvoudige liedjes, nee, ingewikkelde songstructuren, veel verschillende instrumenten, variaties in ritme. En dan moesten de teksten van de liedjes ook nog een beetje samenhangend verhaal vormen. Ga er maar aan staan.
Legerkapitein Walker raakt vermist tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vlak nadat zijn echtgenote dat te horen krijgt wordt haar zoon Tommy geboren. Een jaar of vier later staat de kapitein plotseling voor haar neus. Maar mevrouw Walker heeft inmiddels een nieuw vriendje. Dat gaat niet goed. De kapitein vermoordt dat vriendje, daarbij geholpen door zijn vrouw. De kleine Tommy ziet alles via een spiegel. De jongen krijgt te horen dat hij niets gehoord heeft, niets gezien heeft en nooit iets tegen iemand zal zeggen. Tommy is gehoorzaam: hij wordt doof, stom en blind. Traumaatje. Hij groeit op, wordt gepest, gepiepeld, mishandeld, misbruikt. Hij krijgt een lsd-kuurtje, maar dat helpt niets. Er is één lichtpuntje: hij blijkt ondanks zijn meervoudige handicap buitengewoon goed te kunnen flipperen. Hij komt uiteindelijk bij een psychiater terecht die vaststelt dat het allemaal psychisch is. Maar die kan hem niet beter maken. Tommy's moeder raakt ten einde raad en slaat uit frustratie een spiegel stuk. Et voilá, hij doet het weer! Zijn wonderbare genezing maakt van Tommy in één klap een cult-ster, een goeroe. Hij krijgt volgelingen, gaat prediken en sticht een "holiday camp" voor zijn enthousiaste fans. Maar dan eist hij van zijn volgelingen dat ze allemaal gaan flipperen. Hij bezweert hen dat het voor een diepere beleving noodzakelijk is dat ze doof, blind en stom zijn. En wanneer ten slotte de commerciële exploitatie van Tommy -door zijn familie- groteske vormen gaat aannemen, dan slaat de stemming om: de volgelingen gooien Tommy eruit. Aan het einde is Tommy helemaal alleen, verlaten door iedereen.
Townshend en zijn bandmaatjes (zanger Roger Daltry, bassist John Entwhistle en drummer Keith Moon) gingen eraan staan. Het leverde een dubbelelpee op, Tommy. Tommy staat te boek als de eerste rock-opera. Erg succesvol. De drie singles, Pinball Wizard, I'm Free en See me, Feel me, deden het erg goed. En de elpee zelf ook.
Want ondanks dat ze zo lang zo intensief aan de opnames hadden gewerkt (Entwhistle zou later verklaren dat hij die liedjes zo zat was dat hij nooit meer naar de elpee heeft willen luisteren), gingen ze op toernee. Om Tommy op de podia te spelen. In het Concertgebouw in Amsterdam, tijdens het Isle of Wight-festival, op Woodstock. Een zomer lang Tommy. Het was één van de hoogtepunten van Woodstock: de show begon diep in de nacht en precies op het moment dat Daltry See me, Feel me inzette kwam de zon op. Magisch moment. "As if God did our light show." Gelukkig vastgelegd in de film.

Tracks

Overture - It's a Boy - 1921 - Amazing Journey - Sparks - Eyesight to the Blind (the Hawker) - Christmas - Cousin Kevin - The Acid Queen - Underture - Do you Think it's Alright? - Fiddle About - Pinball Wizard - There's a Doctor - Go to the Mirror - Tommy Can you Hear me? - Smash the Mirror - Sensation - Miracle Cure - Sally Simpson - I'm Free - Welcome - Tommy's Holiday Camp - We're not Gonna Take it


woensdag

Over regen en drup

1969 in muziek, aflevering 10

Blind FaithBlind Faith

Ondertussen in Engeland. Gitarist Eric Clapton had met zijn groep Cream inmiddels een uitzonderlijk hoge status bereikt. Met hun stevige blues-rock, met hun minutenlange improvisaties, met Claptons ronduit magistrale gitaarsolo’s, had het drietal (naast Clapton bestaand uit drummer Ginger Baker en bassist Jack Bruce) een enorme schare fans, succesvolle elpees, steevast uitverkochte optredens, kortom: succes. Maar Clapton was niet happy: Cream was geen vriendenclubje, integendeel. Baker en Bruce zaten elkaar constant in de haren, zowel off-stage als on stage als in de studio, en Clapton probeerde de boel dan maar weer te sussen. Dat vond-ie maar niks. Eind 1968 besloot hij om Cream op te heffen.

Een beetje met zijn ziel onder zijn arm trok hij zich terug in zijn landhuis in Surrey. Daar kwam regelmatig zijn vriendje Steve Winwood buurten. Winwood voelde zich in een soortgelijke situatie zitten, in diens eigen band Traffic. Ook daar succes, maar ook daar altijd onderling hommeles. Toen ze de eerste elpee van The Band –Music from Big Pink– hoorden, gasten die lekkere muziek maakten en dat overduidelijk met veel plezier deden, namen ze een ferm besluit: zo’n band zouden ze samen gaan vormen. Eén probleempje: voor die band hadden ze nog wel een drummer en een bassist nodig. En waar vind je die? Uiteindelijk viel de keus op …. Ginger Baker als drummer. En bassist Ric Grech kwam in mei over van de progrock-band Family. Vol goede moed en vol vertrouwen (maar niet heus, de naam van de band, Blind Faith, is ongetwijfeld cynisch bedoeld) ging het viertal aan de slag. Eerst een elpee opnemen, en daarna optreden langs de zomerpodia. Dat eerste optreden stond gepland op 7 juni en dus was er niet veel tijd voor de elpee. Dat bleek niet echt een probleem. Ze namen zes stukken op: drie composities van Winwood, één van Clapton (Presence of the Lord), één van Baker en de Buddy Holly-cover Well All Right. Om toch aan een fatsoenlijke lengte voor het album te komen werden de improvisaties flink uitgesponnen, tot in het extreme toe in het afsluitende Do What You Like. Afraffelen heet dat.

Vlak voordat ze hun debuut zouden maken kreeg Winwood een telefoontje uit Los Angeles: of hij wilde meedoen bij Crosby, Stills en Nash (zie: Crosby, Sills & Nash)? Steve hield zich aan zijn afspraak met Blind Faith en sloeg het aanbod af.

Blind Faith in Hyde Park - 7 juni 1969Na het nog wat onwennige live-debuut van Blind Faith in Hyde Park, voor meer dan honderdduizend dolenthousiaste toehoorders, staken ze over naar de VS. En de groep werd daar met open armen ontvangen door de vele Cream- en Traffic-fans. Zo speelden ze voor meer dan 20,000 man in het Madison Square Garden. Maar omdat ze als beginnende band nog veel te weinig eigen materiaal hadden, waren ze gedwongen om oude Cream- en Traffic-nummers te spelen. De toernee verliep chaotisch: vechtpartijen in het publiek, vechtpartijen rond de podia, regelmatig moest de politie ingrijpen. En dan waren daar nog de nodige hotelkamerverbouwingen. En dat allemaal was nu precies wat Clapton niet wilde. Tegelijkertijd was de toernee qua bezoekersaantallen en waardering buitengewoon succesvol, maar Clapton werd er niet vrolijker op; het moet een Cream-déjà vu zijn geweest. De elpee, die in augustus uitkwam, schoot in zowel Engeland als de VS naar de nummer-één-positie op de albumlijsten. Het geld stroomde met bakken binnen. Maar feitelijk was de groep al uitelkaar gevallen, Clapton had alle enthousiasme verloren. Tijdens de toernee had hij kennis gemaakt met de leden van een groep die in hun voorprogramma stond: Delaney and Bonnie. En Eric vond hen veel leuker dan zijn eigen band.
Blind Faith heeft het precies één album, één toernee, één zomer volgehouden. En toen was het over.

Tracks

Had to Cry Today – Can’t Find my Way Home – Well All Right – Presence of the Lord – Sea of Joy – Do What You Like

dinsdag

Excentriek

1969 in muziek, aflevering 9

Frank Zappa - Hot RatsFrank Zappa - Hot Rats

Al die gasten in het nog relatief kleine popwereldje kenden elkaar goed, kwamen elkaar regelmatig tegen en luisterden erg goed naar elkaar. Al die gasten? Nee, er zat er één in Californië die volstrekt zijn eigen gang ging. Een onafhankelijke eigengereide einzelgänger, Frank Zappa. Hij had zijn eerste elpees met satirische popsongs weliswaar gemaakt met zijn band, The Mothers of Invention, maar in de zomer van 1968 had hij -bijna- alle bandleden weggestuurd van zijn volgende project. Hij wilde wat anders en daarbij was een band maar ballast.
De enige die mocht blijven was multi-instrumentalist en éénmansorkest Ian Underwood. De twee sloten zich voor langere tijd op in een studio in Los Angeles met een 16-track-recorder. De opnames duurden meer dan een jaar, tussen juli 1968 en augustus 1969. En in een periode waarin de popmuziek voornamelijk bestond uit liedjes gezongen door mannen met een gitaar, kwam Zappa met een bijna geheel instrumentaal album waarop geen liedje staat met de ons vertrouwde structuur van coupletten, refrein en brug. Hij gebruikte in de plaats daarvan structuren uit de jazz en speelde die op een rock-manier.
Zes stukken. Vijf instrumentaal, alleen Willie the Pimp had tekst. De meeste instrumenten werden gespeeld door Zappa en Underwood. Voor sommige instrumenten kwamen nog wat andere vriendjes langs, zoals Captain Beefheart, Jean-Luc Ponty en Lowell George. en dan waren er nog drie verschillende drummers, want drummen dat konden Zappa en Underwood niet goed genoeg.
Frank ZappaEen nieuwe muziekstijl, de meest geavanceerde opname-apparatuur die er was (ter vergelijking: de Beatles namen op hetzelfde moment in London Abbey Road op en moesten het met een 8-track-studio doen), een komen en gaan van muzikanten, kortom: alle ingrediënten voor een mislukking. Maar dat werd het niet. Het zal ongetwijfeld een zware bevalling zijn geweest, bloed-zweet-tranen, maar het uiteindelijke resultaat was spectaculair! Het eerste jazz-rock-album in de muziekgeschiedenis lag in oktober in de winkels, Hot Rats. Het is één van de meest invloedrijke albums van de jaren zestig gebleken. Baanbrekend, de grondlegger van een heel nieuw genre. Zappa zou nog veel navolgers krijgen. Al was hij een van de weinigen die de oversteek nam vanuit de popmuziek. De meeste navolgers waren jazz-musici die rock-elementen in hun muziek brachten: Miles Davis en zijn alumni Herbie Hancock, Chick Corea, enz.
De songstructuren kenden we uit de jazz: een thema, variaties op dat thema, improvisatie. Maar de sound was helemaal niet jazzy, dat was overwegend gewoon stevige rock. Met snoeiharde drums, met oerdegelijke stevige baslijnen. Intellectuele rock, of jazz met ballen, 't is maar vanaf welke kant je het wil beluisteren.
Recensies? Zeer positief. Verkoopcijfers? In de VS niet, in Europa iets meer, maar ook niet echt om over naar huis te schrijven.
Ik leerde het album pas kennen in het najaar van 1970. Van onze muziekdocent op school Borstlap (die toevallig nogal wat uiterlijke overeenkomsten met Zappa vertoonde), die ons dertienjarigen liever naar dit album liet luisteren dan dat hij ons leerde op een blokfluit te spelen. Ik ben hem nog dankbaar!

Tracks

Peaches en Regalia - Willie the Pimp - Son of Mr. Green Genes - Little Umbrellas - The Gumbo Variations - It Must be a Camel

maandag

Swamp rock

Creedence Clearwater Revival - Bayou Country1969 in muziek, aflevering 8
Wanneer het gaat om airplay, om liedjes op de radio, om hits, dan was dé band van het jaar Creedence Clearwater Revival. Na hun min of meer succesvolle debuut in 1968 was hun hele jaar 1969 spectaculair: maar liefst drie elpees met mega-verkoopcijfers over de hele wereld. Hit na hit, Creedence was de sensatie van het jaar. Ogenschijnlijk simpele rechttoe rechtaan gitaarrock met een zwaar southern accent, gemaakt door vier jongens uit de San Francisco Bay Area in Californië. Je zou verwachten dat ze surf-muziek zouden maken, maar niks daarvan. Niks close-harmony folk-rock, geen ingewikkelde arrangementen.
De onomstreden leider van de band, de componist van al die hits was John Fogerty, de meest getalenteerde van het stel. John haalde zijn inspiratie uit de stijl van jaren-vijftig rockers (Elvis, Roy Orbison, Buddy Holly en vooral Chuck Berry), en gaf daar zijn eigen, uiterst herkenbare sound aan. Je krijgt altijd het idee dat John het gevoel had dat-ie vijftien te jaar te laat was geboren, en dat-ie liever in Memphis Tennessee dan in de Bay Area California zou zijn opgegroeid.

Creedence Clearwater Revival - Bayou Country

In januari kwam CCR's tweede elpee uit: Bayou Country. Met die overduidelijke Louisiana-sound, je hoorde bij wijze van spreken de Mississippi stromen door de moerassen van de delta. Fogerty zong dat hij was Born on the Bayou (dat was-tie niet), dat-ie borden had afgewassen op een Mississippi-raderboot (Proud Mary), hij zong Little Richard's klassieker Good Golly Miss Molly, kortom hij deed ons geloven dat hij diep in het zuiden van de VS was opgegroeid en dat-ie daar trots op was. En hij deed dat met buitengewoon veel overtuiging. Als de personificatie van Johnny B. Goode. "Deep down Louisiana close to New Orleans, way back up in the woods among the evergreens. There stood a log cabin made of earth and wood, where lived a country boy named Johnny B. Goode. Who never ever learned to read or write so well, but he could play the guitar just like a ringing a bell". Dat was John Fogerty dus.
Het album was zeer succesvol. De single, Proud Mary, werd wereldwijd een klassieke rock-classic. Later door meer dan honderd anderen (waaronder Ab en de Eitjes) gecoverd. Maar ook die versie van Ike & Tina Turner, wie kent hem niet? Ook de andere songs waren allemaal prima. Goed album, de naam van Creedence was gemaakt.

Tracks

Born on the Bayou -Bootleg - Graveyard Train - Good Golly Miss Molly - Penthouse Pauper - Proud Mary - Keep on Chooglin'

Creedence Clearwater Revival - Green RiverCreedence Clearwater Revival - Green River

Al in augustus lag de opvolger in de winkels, Green River. En wat voor een opvolger! Opgenomen in maart -het eerste gedeelte- en in juni in San Francisco. En opnieuw midden in de roos. Trek die laarzen aan, pak je hengel, in de kano en hup! de Mississippi-delta door. John Fogerty blijkt zijn gitaar nu van alles te kunnen laten doen, coole riffjes, lange solo's, zijn liedjes zijn gevarieerder. De singles, Bad Moon Rising, Green River en Commotion (de beide laatste als a- en b-kant van hetzelfde singeltje) werden opnieuw enorme hits. En een liedje als Lodi, de b-kant van Bad Moon Rising, is niet voor niets een vaste keus in het repertoire van Ab en de Eitjes!
In diezelfde augustusmaand stond ook CCR op Woodstock. Wie niet, zou je bijna denken. Jammer dat hun optreden noch op de Woodstock-elpees noch in de Woodstock-film bewaard is gebleven. John Fogerty was verre van tevreden geweest over hun optreden, om drie uur 's nachts. Hun voorgangers in de set, de Grateful Dead hadden iets langer doorgespeeld dan gepland, en de meeste bezoekers lagen al te slapen. Maar ze waren er, en dat telde. Fogerty zou er later zelfs nog een liedje over schrijven, Who'll Stop the Rain.
Green River is Creedence -bijna- op zijn best. Enig minpunt, de elpee is te kort: de totale speeltijd van het album is minder dan negenentwintig minuten.

Tracks

Green River - Commotion - Tombstone Shadow - Wrote a Song for Everyone - Bad Moon Rising - Lodi - Cross-Tie Walker - Sinister Purpose - The Night Time is the Right Time

Creedence Clearwater Revival - Willie and the Poor BoysCreedence Clearwater Revival - Willy and the Poor Boys

En al in november was er de opvolger van Green River. Opnieuw boordevol hits. Down on the Corner, Fortunate Son, het kon niet op. Was Green River al top, dit was nog een stapje hoger: wat een album! Ik beschouw dit als het hoogtepunt van Creedence, nooit meer overtroffen.
Tien liedjes, waarvan acht van de hand van John Fogerty en twee traditionals van Lead Belly (Cotton Fields en de jail-song The Midnight Special). En allemaal zijn ze uitstekend. Nog steeds. Mijn persoonlijke all-time favoriete Creedence-song is It Came Out of the Sky, een Chuck Berry-style rocker over een ding (een dure Fender-basgitaar? een postzegelverzameling?) dat in de buurt van Moline Illinois zomaar uit de lucht komt vallen. Kan ik niet vaak genoeg horen.
Trivia: op de hoes van de elpee staat een foto die is gemaakt op de hoek van de 32ste straat en Peralta Street in Oakland Californië, in de buurt van waar de jongens opgroeiden. Deze straathoek werd een populaire plek: het grote bord boven de winkel met daarop Duck Kee Market is in 1998 van de muur gestolen.
En ook deze elpee was opnieuw een ongekend verkoopsucces. Aan het einde van het jaar was Creedence Clearwater Revival on top of the world. Dat is te zeggen qua populariteit. Qua financiën was het een iets ander verhaal: zelden zal een zo succesvolle band een zo slecht platencontract hebben gehad als Creedence had met Fantasy-records. Bijna alle opbrengsten verdwenen in de zakken van de platenbazen.

Tracks

Down on the Corner - It Came Out of the Sky - Cotton Fields - Poorboy Shuffle - Feelin' Blue - Fortunate Son - Don't Look Now - The Midnight Special - Side o' the Road - Effigy

zondag

Harmonieuze diversiteit

1969 in muziek, aflevering 7

Crosby, Stills & NashCrosby, Stills & Nash

In de zomer van 1968 kwam het trio bij elkaar. David Crosby was uit The Byrds gestapt -hij kon niet overweg met de dictatoriale leiding van Roger McGuinn-, Stephen Stills had vlak daarvoor zijn band Buffalo Springfield uiteen zien vallen (zie: Young) en Graham Nash besloot zijn Engelse pophit-machine The Hollies, op dat moment op toernee in Californië, vaarwel te zeggen en bleef hangen.

Ook Paul Kantner, gitarist en leider van Jefferson Airplane, deed mee. Maar hij zag het als een aardigheidje en wilde zijn succesvolle eigen band niet opgeven voor een onzeker project.
Met zijn viertjes gingen ze de studio in, om meer dan een half jaar te werken aan hun eerste elpee. Getalenteerde muzikanten, met individuele trackrecords om u tegen te zeggen, en allemaal gefrustreerd vanwege de ervaringen van het spelen in een band waarin altijd meningsverschillen speelden. Drie ambitieuze zangers, drie begaafde song-writers bij elkaar, een bijzondere combinatie. Ze organiseerden hun project ook op een bijzondere manier: het werd geen nieuwe band, ieder zou zijn eigen dingetjes kunnen blijven doen als hij daar zin in had. Er kwam dus ook geen band-naam, om te voorkomen dat wanneer er ooit iemand uit zou stappen dat de rest dan gewoon door zou kunnen gaan onder de oude naam. Dat had Crosby bij de Byrds meegemaakt en Nash bij de Hollies. Die laatste beslissing hadden ze trouwens nog niet genomen toen de foto werd gemaakt voor de hoes van de elpee, want dan hadden ze in een andere volgorde gaan zitten (nu zie je van links naar rechts Nash, Stills en Crosby).

Crosby kwam met de zeg maar wat vagere liedjes, atmosferische beschouwingen. Stills zat meer in de folk-traditie en Nash was natuurlijk een kanjer in het schrijven van liedjes die het op de radio erg goed deden.
In mei 1969 kwam de elpee uit en die sloeg wereldwijd in als een bom. Het was dan weliswaar een debuutalbum, maar de publiciteit was enorm vanwege de al gevestigde status van de individuele leden. Het begrip "supergroep" deed zijn intrede. Marrakash Express werd de eerste single, en die deed het over de hele wereld prima. En dat gold ook voor de verkoopcijfers van de elpee.

Nash, Young, Stills en CrosbyDe elpee moest natuurlijk gepromoot worden en dat betekende optredens. Maar dat viel niet mee in deze bezetting. Stephen Stills had in de studio bijna alle instrumenten gespeeld (alleen voor de drums was er nog Dallas Taylor geweest), maar dat ging natuurlijk niet on stage. Taylor mocht mee achter de drumkit, bassist Greg Reeves werd ingehuurd. En dan was er nog een keyboard-speler of een gitarist nodig. Steve Winwood bleek niet beschikbaar (voor de reden, zie Blind Faith), maar Neil Young bleek een optie. Ondanks de reserves van Stills -die de Buffalo Springfield-perikelen nog vers in het geheugen had- en Nash, die totaal niet overweg kon met Young. Het contract maakte Neil een full partner, met dus ook het recht om aan zijn eigen carrière te blijven werken.

En zo maakten ze hun live-debuut in augustus op Woodstock. Kantner was daar ook, maar met zijn eigen Jefferson Airplane; daar zal hij later nog wel eens spijt van hebben gehad. Met hun messcherpe close-harmony-zang waren Crosby, Stills, Nash en Young de supersterren van het festival. Het maakte van hen de symbolen van de hippie-generatie.

Tracks

Suite: Judy Blue Eyes - Marrakesh Express - Guinnevere - You Don't Have to Cry - Pre-Road Downs - Wooden Ships - Lady of the Island - Helplessly Hoping - Long Time Gone - 49 Bye-Byes

Young

1969 in muziek, aflevering 6

Neil Young - Everybody Knows This Is NowhereNeil Young - Everybody Knows This Is Nowhere

De jongens van The Band waren niet de enige Canadezen in de Amerikaanse muziekbusiness. In de winter van 1966 liet Neil Young Toronto achter zich om te proberen om in Los Angeles als muzikant aan de bak te komen. Dat lukte aardig, met zijn vriendje Stephen Stills en diens maatjes: ze richtten Buffalo Springfield op, traden met veel succes op, maakten twee albums (een derde elpee zou postuum verschijnen) en nog veel meer ruzie. In april 1968 viel de band uiteen, na de zoveelste arrestatie van een bandlid wegens possession. Neil trok vanaf dat moment zijn eigen plan: nooit meer zou hij zich afhankelijk laten zijn van anderen in een band. Hij nam de controle over zijn carrière in eigen hand en zou die nooit meer loslaten. Eind 1968 kwam zijn eerste solo-album uit (nagenoeg niemand besteedde er ook maar enige aandacht aan) en spoedig daarna, in januari 1969, zat-ie al weer in de studio in Hollywood voor zijn tweede.
Neil Young en Crazy HorseDit keer met een begeleidingsgroep, the Rockets. Het klikte. Neil gaf de drie leden van de groep een contract en een nieuwe naam: Crazy Horse. In maart waren de opnames klaar en begon het toeren. Heel Amerika door om het album, dat in mei uitkwam, te promoten. En het werkte. Deze keer wel aandacht, deze keer wel positieve recensies en, belangrijker nog, het publiek vond het prachtig. De grootste zalen gingen plat voor de ongepolijste elektrische gitaarrock. Proto-punk.
Dit is het album waarmee Neil Young definitief doorbrak. Naam gevestigd, fortuin gemaakt. The Dinosaur was in business.
Zeven originele songs van Neil zelf. Waarvan er drie voor zeer lange tijd een vaste plek in zijn live-repertoire zouden krijgen: Cinnamon Girl (de single) en de twee superlange stukken waarin Neil zijn geheel eigen manier van soleren op een elektrische gitaar voor het eerst demonstreerde, Down by the River en Cowgirl in the Sand.

Tracks

Cinnamon Girl - Everybody Knows This Is Nowhere - Round & Round (It Won't be Long) - Down by the River - The Losing End (When You're on) - Running Dry (Requiem for the Rockets) - Cowgirl in the Sand

zaterdag

The Band

1969 in muziek, aflevering 5

the BandThe Band

In 1965 besloot Bob Dylan om niet langer alleen maar akoestisch op te treden; hij had een elektrische band nodig om te toeren, en die vond-ie. Hij nam the Hawks in dienst, tot dan toe de begeleidingsband van Ronnie Hawkins. En die jongens van de band bleven na die toernee hangen rond Bob. Dylan kocht een huis in Woodstock en de jongens van de band kochten een huis iets verderop in Woodstock (dat huis heette Big Pink). Dylan stopte met toeren en de jongens van de band stopten ook met toeren. Dylan stak nog wel eens over om te repeteren in de kelder van het huis van de jongens van de band. Ze noemden zichzelf The Band. Van Dylan leerden de jongens van de band hoe ze zelf hun liedjes konden schrijven. Pianist Richard Manuel was de snelste leerling: hij componeerde in no-time een stel liedjes, gitarist Robbie Robertson deed ook een flinke duit in het zakje. Omdat ze ook nog een paar Dylan-composities mochten gebruiken hadden ze voldoende materiaal om een elpee te maken. Want ze waren dan weliswaar de begeleidingsband van Bob Dylan, maar omdat de grote baas niet optrad viel er niet veel te begeleiden. En de schoorsteen moest toch roken. En die elpee kwam er ook: Music from Big Pink (1968) was erg succesvol. Maar in 1969 toerde baas Bob nog steeds niet, en dus moest er een opvolger komen. En die kwam er ook. Deze keer was het gitarist Robbie Robertson die de liedjes schreef.
Dat tweede album is hun meest klassieke album geworden, het album waarmee de vier Canadese jongens (naast Robertson en Manuel waren dat organist Garth Hudson en bassist Richard Danko) en een southern boy uit Arkansas, drummer Levon Helm, definitief naam maakten.
De opnames waren in het voorjaar In Los Angeles. Daarna ging The Band zelf toeren. Ze speelden bijvoorbeeld in augustus op het Woodstock-festival. In september kwam de elpee uit. Het prijsnummer was The Night They Drove Old Dixie Down, een civil war-song die zo uit de jaren zestig van de negentiende eeuw afkomstig leek. De Canadees Robertson bleek de gave te hebben om originele liedjes te schrijven die perfect in de Amerikaanse traditie passen. Up on Cripple Creek is ook zo'n song. Over de goudkoorts in Colorado zo rond 1890. En King Harvest (Has Surely Come), over een landarbeider die zich bij een vakbond aansluit. Rock 'n roll in een nieuwe dimensie: dit album is de geboorte van mainstream-Americana.
De reviews waren oorverdovend positief. En nog steeds: op de lijstjes van beste-albums-ooit staat The Band steevast hoog genoteerd. En terecht. Prima album, prima liedjes, puik gespeeld. Veel van de liedjes van dit album zouden nog jarenlang op het live-repertoire van The Band blijven, tot en met hun (eerste) zwanenzang in 1976, The Last Waltz.

Tracks

Across the Great Divide - Rag Mama Rag - The Night They Drove Old Dixie Down - When You Awake - Up on Cripple Creek - Whispering Pines - Jemima Surrender - Rockin' Chair - Look Out Cleveland - Jawbone - The Unfaithful Servant - King Harvest (Has Surely Come)

vrijdag

Bob

1969 in muziek, aflevering 4

Bob Dylan - Nashville SkylineBob Dylan - Nashville Skyline

In februari 1969 meldde Bob Dylan zich in de opnamestudio van Columbia in Nashville. Hij had een paar liedjes bij zich en hij wilde een nieuw album, als opvolger van John Wesley Harding uit 1967. Eindelijk weer eens een nieuw project voor Bob. Producer Bob Johnston, met wie hij al sinds Highway 61 Revisited uit 1965 samenwerkte, was ook van de partij. En met de vaste muzikanten van de studio gingen ze aan de slag. In tien dagen was het gepiept. Tien liedjes, waarvan één oude bekende (Girl from the North Country), en één instrumentale: Nashville Skyline Rag.
Nashville Skyline was in meerdere opzichten een trendbreuk in het werk van Dylan. Dylan wilde iets veranderen. In zijn Chronicles schrijft hij daarover bijvoorbeeld.
I clicked on the radio. Johnny Cash was singing "Boy Named Sue". Once upon a time Johnny had shot a man in Reno just to watch him die. Now he was saying that he was stuck with a girl's name that his father had given him. Johnny was trying to change his image, too.
Bob wilde zijn imago veranderen. Hij moest op de een of andere manier zien af te komen van dat label voice of a generation. En dit album zou hem daarbij moeten helpen. Om te beginnen met de teksten van de liedjes. Die gaan ineens bijna nergens meer over. Geen ambitie, geen diep-persoonlijke ontboezemingen, geen analytische beschouwingen op de maatschappij, geen diepzinnige op de bijbel gebaseerde metaforen. In de plaats daarvan niemendalletjes als Peggy Day en Country Pie. En dan de keuze voor de muziekstijl: country! Niet de traditionele country+western, niet de frontier-songs, maar de in die tijd populaire Nashville-variant: met pedal steelgitaar, banjo, mondharmonica. En dan was daar nog Dylan's stem. Hij zelf verklaarde dat zijn stem zo was veranderd omdat-ie was gestopt met roken. Hij zingt op de manier die country-crooning wordt genoemd; bijna onherkenbaar. Later zou hij zijn "eigen" stem weer gebruiken.
Johnny Cash, met wie hij al sinds Newport-1964 bevriend was, bleek min of meer toevallig ook in de studio aanwezig voor opnames. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om een aantal liedjes samen te zingen. Oude liedjes van Cash, oude liedjes van Bob, zelfs een heel nieuw liedje (Wanted Man, dat Dylan speciaal voor Cash had geschreven en dat Cash gebruikte tijdens zijn toernee langs de gevangenissen). Maar op de een of andere manier wilde het niet lukken. Alleen Girl from the North Country haalde de cut. De opnames van de andere duetten zijn nooit officieel uitgebracht.
Op de hoes van de elpee zien we Bob in een pose die lijkt op de foto van zijn debuutalbum uit 1962. Maar deze keer lacht hij vrolijk in de camera. Neem het maar niet al te serieus, lijkt hij ons te zeggen. En dat doen we dan ook maar niet.
Nashville Skyline is een prima album, ik luister er nog vaak naar. Meer dan naar bijvoorbeeld John Wesley Harding (de ambitieuze voorganger) of naar Self Portrait (de excentrieke opvolger). Het was een commercieel succes: hoge verkoopcijfers in de VS (#3) en het Verenigd Koninkrijk (#1). Er kwamen twee singles van de elpee, die het allebei erg goed deden: Lay Lady Lay en I Threw It All Away.

Tracks

Girl from the North Country - Nashville Skyline Rag - To be Alone with You - I Threw It All Away - Peggy Day - Lay Lady Lay - One More Night - Tell me That it isn't True - Country Pie - Tonight I'll be Staying Here With You

donderdag

Goaltje

Anything Beckham can do, others are trying to do it better. But how about this for a 60 yard beauty hit right on the money. Just have a look at this as Ron Vlaar of Feyenoord fires a pin point lob from within his own half playing Harkemase Boys tonight.

Harkemase Boys lost 5-0 in the end to Feyenoord, but this was easily the pick of the bunch.

Cash

1969 in muziek, aflevering 3

Johnny Cash at San QuentinJohnny Cash at San Quentin

Na eerst een Ierse mevrouw in Amerika (Dusty) en een Amerikaanse meneer in Engeland (Scott), is nu de beurt aan een echte Amerikaan die echte Amerikaanse muziek maakt. Live, voor een echt Amerikaans publiek van langgestraften in de extra-zwaarbeveiligde strafinrichting van Californië, San Quentin. Wie kan dat anders zijn dan the man in black, Johnny Cash?
Cash liep in 1969 al heel wat jaren mee. Zijn eerste opnames dateren van 1955, in Memphis. Hit na hit kwam in die tijd uit de Sun-studio, niet alleen van Johnny Cash, maar bijvoorbeeld ook van Elvis en Jerry Lee Lewis. De succesvolle carrière van de artiest Johnny Cash werd echter overschaduwd door de stevige alcohol- en pillenverslaving van de mens. In 1968 zat-ie volledig aan de grond. Huwelijk op de klippen, arrestatie na arrestatie wegens possession -nooit veroordeeld overigens- en al een tijdje geen hits meer. Maar, met een beetje hulp van zijn vrienden en zijn nieuwe liefde June Carter kwam hij er weer bovenop. Hij kickte af en hervond de Heer.
Zijn welgemeende solidariteit met de onderkant van de samenleving had hij nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij maakte een spraakmakende en spectaculaire toernee langs penitentiaire inrichtingen. Twee van die optredens werden op elpee uitgebracht: At Folsom Prison (1968) en At San Quentin (1969). Beide waren buitengewoon succesvol: At San Quentin werd zelfs het meest verkochte album in de VS van 1969.
De shows waren groots opgezet. Cash trad op, met zijn begeleidingsband. Maar ook Carl Perkins was van de partij, net als de Carter-family. Om de beurt een korte set. Op de elpee staan alleen de songs van Cash zelf. Veel bekende hits. En natuurlijk jail-songs zoals Folsom Prison Blues ("I shot a man in Reno, just to watch him die") en San Quentin ("San Quentin, I hate every inch of you"). Het waren vooral deze liedjes waardoor de emoties onder het publiek hoog opliepen. Althans, dat dachten we als luisteraars. Wisten wij veel dat de inmates tijdens het optreden absoluut geen toejuichingen mochten doen en dat die er allemaal achteraf ingemonteerd waren!
De liedjes kwamen in ingekorte en gecensureerde vorm (de sonofabitch in de single A Boy Named Sue was kennelijk te erg voor onze oren en werd weggebeept), in een andere volgorde dan ze waren opgevoerd op de elpee. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Tracks

Wanted Man - Wreck of the Old 97 - I Walk the Line - Darling Companion - Starkville City Jail - San Quentin - San Quentin - A Boy Named Sue - (There'll be) Peace in the Valley - Folsom Prison Blues

De 2000-cd-reissue had nog acht liedjes meer, maar het was nog steeds niet het volledige concert. Dat kwam pas beschikbaar in de 2006-uitgave: maar liefst twee cd's plus een dvd met onder andere de tv-documentaire die van het optreden is gemaakt.

Trivia: een van de belangrijke openstaande vragen in mijn leven heeft betrekking op het Amerikaanse strafsysteem: hoe kan het in hemelsnaam dat een man die een moord pleegt in Reno, Nevada terecht komt in de Folsom strafgevangenis in Californië?

dinsdag

Scott

1969 in muziek, aflevering 2
Nadat hij in 1967 uit de zo succesvolle boys-band the Walker Brothers (geen van de drie Walker Brothers heette overigens Walker en het waren ook geen broers) was gestapt, had Scott met nog meer succes aan een solo-carrière gewerkt. Zijn eerste solo-album Scott (1967) en de opvolger daarvan (Scott 2, 1968) hadden top-verkoopcijfers behaald, zijn vooral vrouwelijke fanschare in het Verenigd Koninkrijk was buitengewoon omvangrijk, hij kreeg van de BBC een eigen tv-show. De wereld lag aan zijn voeten. En toen kwam 1969. In dat jaar bracht hij maar liefst twee solo-albums uit, twee elpee's die tot het allerbeste van zijn klassieke oeuvre worden gerekend, maar die hem tegelijkertijd geheel uit de populaire mainstream brachten. Hij verdween. Maar voor het zover was... Gelukkig hebben we die elpee's nog. De weinige overgebleven fans zijn het er over eens dat "3" en "4" de twee beste albums van Scott's jaren zestig zijn. Maar ze zijn het niet eens over de vraag welke van de twee het allerbeste is. Wat mij betreft doet dat er niet zoveel toe.

Scott 3Scott Walker - Scott 3

Scott 3 werd opgenomen met anonieme studiomuzikanten in Londen. Het was net als de vorige albums geproduceerd door Chris Frantz. Tien eigen composities van Scott en bovendien drie covers van liedjes van Jacques Brel. Dat eerste was nieuw: op de vorige albums stonden weliswaar ook al een paar eigen liedjes, maar dit waren er wel erg veel. En Brel-vertolkingen, dat was inmiddels een traditie: ook op "1' en "2" hadden er al telkens drie gestaan.
Het is vooral een emotioneel album. Het zijn geen gemakkelijk in het gehoor liggende, vrolijke meezingers, geen eenvoudig toegankelijke popliedjes. Er kwam geen single; ik zou ook niet weten welke song ze daarvoor hadden kunnen kiezen. De meeste van de liedjes zijn zwaar georkestreerd, met veel strijkers en koperwerk. Maar niet op de Phil Spector-wijze, zoals we die kenden van de bijvoorbeeld Walker Brothers. Dit is anders, vreemd. Een beetje typisch. Soundscapes als omlijsting van gezongen zwaarmoedige gedichten. Nauwelijks slagwerk, weinig elektrische gitaren.
Hoogtepunt: Two Ragged Soldiers, twee veteranen van 14-18 op een bankje in het park. Altijd weer goed voor een traan.
Eigenlijk passen achteraf gezien de drie Brel-liedjes niet zo goed op de elpee. Sons of (Fils de), Funeral Tango (Le tango funèbre) en If You Go Away (Ne me quitte pas) klinken gedateerd. Ze hebben natuurlijk wel hun nut gehad, want het is vooral aan Scott te danken dat ook de Engelstalige wereld kennis kon nemen van Brel's chansons.
De elpee kwam in april uit, haalde nummer drie als hoogste positie, maar bleef slechts vier weken in de Britse hitlijsten. Als een nachtkaars.
Trivia:
  • De buitengewone arrangementen zijn van meneer Wally Stott, die eerder al voor bijvoorbeeld Dusty Springfield had gewerkt. Wally zou zich een paar jaar later laten ombouwen, om zich daarna als mevrouw Angela Morley in de VS te vestigen en daar een succesvolle carrière in de film- en tv-muziekindustrie op te bouwen.
  • In de jaren tachtig kwam een Scott Walker-compilatie uit met de titel Fire Escape in the Sky. Deze titel is ontleend aan de tekst van Big Louise.
  • De 2006-documentaire van Stephen Kijak over het werk van Scott Walker kreeg de titel 30 Century Man, naar de gelijknamige song van dit album.

Tracks

It's Raining Today - Copenhagen - Rosemary - Big Louise - We Came Through - Butterfly - Two Ragged Soldiers - 30 Century Man - Winter Night - Two Weeks Since You've Gone - Sons of - Funeral Tango - If You Go Away

Scott 4Scott Walker - Scott 4

Na de teleurstelling van de tegenvallende verkoopcijfers van Scott 3, besloot Scott om snel met een opvolger te komen. Die lag in november 1969 in de winkels en had de originele titel Scott 4. Maar om onverklaarbare redenen niet onder Scott's artiestennaam, maar onder zijn eigen naam: Noel Scott Engel. Dat zorgde ervoor dat het album volstrekt onopgemerkt bleef. Geen radiostation of muziekmagazine besteedde er aandacht aan, niemand kocht het.
Stom.
Want het blijkt één van de mooiste albums ooit gemaakt te zijn. Tien songs, allemaal zelf geschreven. Deze keer geen Brel-covers, maar alleen origineel materiaal. Dit album ademt een heel andere sfeer uit dan zijn voorganger. Minder soundscapes, meer ritme. Veel toegankelijker liedjes. Maar wat gebleven is: die geweldige bariton van Scott. Wat een stem!
Hoogtepunten: de baspartij in The Old Man's Back Again (Dedicated to the Neo-Stalinist Regime), het koper in The Seventh Seal, de gitaarsolo (!) in Get Behind Me. Ook dit album is weer opgenomen met anonieme studiomuzikanten. Het zou best kunnen dat Herbie Flowers (Walk on the Wild Side) bast en dat we Jimmy Page op de elektrische gitaar horen.
De elpee raakte al heel snel in de vergetelheid. Scott gaf er de brui aan, zijn zelfvertrouwen als componist was geknakt. Pas in 1978 zou hij weer nieuwe eigen composities opnemen, voor het album Nite Flights met zijn oude Walker Brother-vriendjes.

Tracks

The Seventh Seal - On Your Own Again - The World's Strongest Man - Angels of Ashes - Boy Child - Hero of the War - The Old Man's Back Again (Dedicated to the Neo-Stalinist Regime) - Duchess - Get Behind Me - Rhymes of Goodbye

zondag

Dusty

1969 in muziek, aflevering 1

Dusty in MemphisDusty Springfield - Dusty in Memphis

Er zijn van die albums die bijna over het hoofd werden gezien toen ze werden uitgebracht, maar die in later jaren langzamerhand toch een klassieke status hebben gekregen. Een van die albums is Dusty Springfield's 1969-meesterwerk, Dusty in Memphis. In eerste instantie genegeerd, later op een voetstuk geplaatst. En daar heeft het tragische overlijden van de zangeres nog aan bijgedragen. Velen beschouwen dit als één van de beste pop-albums ooit gemaakt.

De opnames werden gemaakt in het najaar van 1968 in, de titel verraadt het al, in Memphis. In de American-studio's van platenmaatschappij Atlantic waar al heel veel soul, blues en r&b was opgenomen. De Ierse Dusty had in Engeland de sterrenstatus, met een eigen tv-show, maar in de VS was ze nog totaal onbekend. In een poging om ook transatlantisch aan de weg te timmeren, maakte ze een bijzondere keuze: er moest een nieuw album komen, niet met de veelal Britse popliedjes waarmee ze in Engeland zo succesvol was, maar met Amerikaanse r&b. En waar kun je dat beter maken dan in Amerika?

En zo kwam het. Jerry Wrexler (die eerder met bijvoorbeeld Aretha Franklin en Wilson Pickett had gewerkt) deed de productie. Wrexler verzamelde een stelletje door de wol geverfde lokale muzikanten, the Memphis Cats, en samen met Dusty kozen ze een aantal liedjes uit. En (bijna) alles klopte. Het lukte Wrexler om een volstrekt originele sound te creëren, de muzikanten speelden alles uit de kast, de keus van liedjes bleek een schot in de roos.

Die liedjes waren geschreven door zowel bekende als (toen nog) minder bekende songwriters. Barry Mann en Cynthia Weil, Gerry Goffin en Carole King, Burt Bacharach en Hal David, dat waren songwritersduo's die hun sporen reeds verdiend hadden. Maar Randy Newman bijvoorbeeld, daar had bij wijze van spreken nog nooit iemand van gehoord. Dusty moet Newman's I Don't Want to Hear it Anymore ongetwijfeld hebben gekend van het eerste Walker Brothers-album uit 1965. En Just One Smile was natuurlijk al een hit geweest van Gene Pitney (1966).

Er was eigenlijk maar één probleempje: Dusty was verre van tevreden over haar eigen vocale bijdrage. Zelfvertrouwen was nooit haar kernkwaliteit geweest. Nadat de Memphis-sessies afgerond waren ging Dusty terug naar New York. Ze twijfelde zo over haar stem dat ze de platenbazen ervan kon overtuigen dat ze de liedjes opnieuw zou moeten inzingen. Dat gebeurde in New York. En het zijn die opnames die uiteindelijk op het album terecht kwamen. Niks Dusty in Memphis dus eigenlijk.

Het album kwam eerst in de VS uit, in januari 1969. Toen stond Son of a Preacher Man al hoog in de hitlijsten. Die single was al een paar weken eerder uitgebracht. Verkoopcijfers voor de elpee waren er nauwelijks, de hoogste notering was nummer 99 in de Amerikaanse Billboard-elpee-top 100. In april kwam Dusty in Memphis ook in het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa uit, en ook daar nauwelijks verkoopsucces.

Maar dat kan niet aan de kwaliteit van het album hebben gelegen. Althans, dat vind ik. Het is al jaren een van mijn favoriete cd's, een cd die ik heel veel luister. Gaat standaard mee op elke vakantie. Ik heb de 1992-uitgave, gekocht in een warenhuis in White Plains, NY. Dat was toendertijd een van mijn eerste cd's.
Het album heeft Dusty nooit het Amerikaanse succes opgeleverd waar ze naar op zoek was. Haar carrière kwam in een jarenlange neerwaartse spiraal, met vooral veel alcohol, cocaine, ruzies, hotelkamerverbouwingen waar de vrolijke jongens van The Who nog wat van zouden kunnen leren. Pas in de late jaren negentig zou ze weer opnieuw successen kennen, nadat de Pet Shop Boys haar vroegen voor hun What Have I Done to Deserve This. Maar dat mocht niet lang duren, in 1999 overleed ze aan borstkanker.

Jerry Wrexler zou als producer in 1978 nog een keer een Dusty-in-Memphis-kunstje uithalen: een album produceren van iemand die al de sterrenstatus had, maar die een andere weg wilde inslaan: Bob Dylan's Slow Train Coming.

In de categorie trivia: tijdens de opnames in Memphis deed Dusty een goed woordje voor John Paul Jones, met wie ze in Engeland altijd prettig had samengewerkt. John Paul was net begonnen met een nieuw bandje en was op zoek naar een contract met een platenmaatschappij. Dusty wist de Atlantic-bazen zover te krijgen dat ze dat bandje een $ 200,000-contract aanboden, zonder ooit hun muziek te hebben gehoord. En zo kwam het dat Led Zeppelin -want daar gaat het over- bij Atlantic terecht kwam.