woensdag

Over regen en drup

1969 in muziek, aflevering 10

Blind FaithBlind Faith

Ondertussen in Engeland. Gitarist Eric Clapton had met zijn groep Cream inmiddels een uitzonderlijk hoge status bereikt. Met hun stevige blues-rock, met hun minutenlange improvisaties, met Claptons ronduit magistrale gitaarsolo’s, had het drietal (naast Clapton bestaand uit drummer Ginger Baker en bassist Jack Bruce) een enorme schare fans, succesvolle elpees, steevast uitverkochte optredens, kortom: succes. Maar Clapton was niet happy: Cream was geen vriendenclubje, integendeel. Baker en Bruce zaten elkaar constant in de haren, zowel off-stage als on stage als in de studio, en Clapton probeerde de boel dan maar weer te sussen. Dat vond-ie maar niks. Eind 1968 besloot hij om Cream op te heffen.

Een beetje met zijn ziel onder zijn arm trok hij zich terug in zijn landhuis in Surrey. Daar kwam regelmatig zijn vriendje Steve Winwood buurten. Winwood voelde zich in een soortgelijke situatie zitten, in diens eigen band Traffic. Ook daar succes, maar ook daar altijd onderling hommeles. Toen ze de eerste elpee van The Band –Music from Big Pink– hoorden, gasten die lekkere muziek maakten en dat overduidelijk met veel plezier deden, namen ze een ferm besluit: zo’n band zouden ze samen gaan vormen. Eén probleempje: voor die band hadden ze nog wel een drummer en een bassist nodig. En waar vind je die? Uiteindelijk viel de keus op …. Ginger Baker als drummer. En bassist Ric Grech kwam in mei over van de progrock-band Family. Vol goede moed en vol vertrouwen (maar niet heus, de naam van de band, Blind Faith, is ongetwijfeld cynisch bedoeld) ging het viertal aan de slag. Eerst een elpee opnemen, en daarna optreden langs de zomerpodia. Dat eerste optreden stond gepland op 7 juni en dus was er niet veel tijd voor de elpee. Dat bleek niet echt een probleem. Ze namen zes stukken op: drie composities van Winwood, één van Clapton (Presence of the Lord), één van Baker en de Buddy Holly-cover Well All Right. Om toch aan een fatsoenlijke lengte voor het album te komen werden de improvisaties flink uitgesponnen, tot in het extreme toe in het afsluitende Do What You Like. Afraffelen heet dat.

Vlak voordat ze hun debuut zouden maken kreeg Winwood een telefoontje uit Los Angeles: of hij wilde meedoen bij Crosby, Stills en Nash (zie: Crosby, Sills & Nash)? Steve hield zich aan zijn afspraak met Blind Faith en sloeg het aanbod af.

Blind Faith in Hyde Park - 7 juni 1969Na het nog wat onwennige live-debuut van Blind Faith in Hyde Park, voor meer dan honderdduizend dolenthousiaste toehoorders, staken ze over naar de VS. En de groep werd daar met open armen ontvangen door de vele Cream- en Traffic-fans. Zo speelden ze voor meer dan 20,000 man in het Madison Square Garden. Maar omdat ze als beginnende band nog veel te weinig eigen materiaal hadden, waren ze gedwongen om oude Cream- en Traffic-nummers te spelen. De toernee verliep chaotisch: vechtpartijen in het publiek, vechtpartijen rond de podia, regelmatig moest de politie ingrijpen. En dan waren daar nog de nodige hotelkamerverbouwingen. En dat allemaal was nu precies wat Clapton niet wilde. Tegelijkertijd was de toernee qua bezoekersaantallen en waardering buitengewoon succesvol, maar Clapton werd er niet vrolijker op; het moet een Cream-déjà vu zijn geweest. De elpee, die in augustus uitkwam, schoot in zowel Engeland als de VS naar de nummer-één-positie op de albumlijsten. Het geld stroomde met bakken binnen. Maar feitelijk was de groep al uitelkaar gevallen, Clapton had alle enthousiasme verloren. Tijdens de toernee had hij kennis gemaakt met de leden van een groep die in hun voorprogramma stond: Delaney and Bonnie. En Eric vond hen veel leuker dan zijn eigen band.
Blind Faith heeft het precies één album, één toernee, één zomer volgehouden. En toen was het over.

Tracks

Had to Cry Today – Can’t Find my Way Home – Well All Right – Presence of the Lord – Sea of Joy – Do What You Like

dinsdag

Excentriek

1969 in muziek, aflevering 9

Frank Zappa - Hot RatsFrank Zappa - Hot Rats

Al die gasten in het nog relatief kleine popwereldje kenden elkaar goed, kwamen elkaar regelmatig tegen en luisterden erg goed naar elkaar. Al die gasten? Nee, er zat er één in Californië die volstrekt zijn eigen gang ging. Een onafhankelijke eigengereide einzelgänger, Frank Zappa. Hij had zijn eerste elpees met satirische popsongs weliswaar gemaakt met zijn band, The Mothers of Invention, maar in de zomer van 1968 had hij -bijna- alle bandleden weggestuurd van zijn volgende project. Hij wilde wat anders en daarbij was een band maar ballast.
De enige die mocht blijven was multi-instrumentalist en éénmansorkest Ian Underwood. De twee sloten zich voor langere tijd op in een studio in Los Angeles met een 16-track-recorder. De opnames duurden meer dan een jaar, tussen juli 1968 en augustus 1969. En in een periode waarin de popmuziek voornamelijk bestond uit liedjes gezongen door mannen met een gitaar, kwam Zappa met een bijna geheel instrumentaal album waarop geen liedje staat met de ons vertrouwde structuur van coupletten, refrein en brug. Hij gebruikte in de plaats daarvan structuren uit de jazz en speelde die op een rock-manier.
Zes stukken. Vijf instrumentaal, alleen Willie the Pimp had tekst. De meeste instrumenten werden gespeeld door Zappa en Underwood. Voor sommige instrumenten kwamen nog wat andere vriendjes langs, zoals Captain Beefheart, Jean-Luc Ponty en Lowell George. en dan waren er nog drie verschillende drummers, want drummen dat konden Zappa en Underwood niet goed genoeg.
Frank ZappaEen nieuwe muziekstijl, de meest geavanceerde opname-apparatuur die er was (ter vergelijking: de Beatles namen op hetzelfde moment in London Abbey Road op en moesten het met een 8-track-studio doen), een komen en gaan van muzikanten, kortom: alle ingrediënten voor een mislukking. Maar dat werd het niet. Het zal ongetwijfeld een zware bevalling zijn geweest, bloed-zweet-tranen, maar het uiteindelijke resultaat was spectaculair! Het eerste jazz-rock-album in de muziekgeschiedenis lag in oktober in de winkels, Hot Rats. Het is één van de meest invloedrijke albums van de jaren zestig gebleken. Baanbrekend, de grondlegger van een heel nieuw genre. Zappa zou nog veel navolgers krijgen. Al was hij een van de weinigen die de oversteek nam vanuit de popmuziek. De meeste navolgers waren jazz-musici die rock-elementen in hun muziek brachten: Miles Davis en zijn alumni Herbie Hancock, Chick Corea, enz.
De songstructuren kenden we uit de jazz: een thema, variaties op dat thema, improvisatie. Maar de sound was helemaal niet jazzy, dat was overwegend gewoon stevige rock. Met snoeiharde drums, met oerdegelijke stevige baslijnen. Intellectuele rock, of jazz met ballen, 't is maar vanaf welke kant je het wil beluisteren.
Recensies? Zeer positief. Verkoopcijfers? In de VS niet, in Europa iets meer, maar ook niet echt om over naar huis te schrijven.
Ik leerde het album pas kennen in het najaar van 1970. Van onze muziekdocent op school Borstlap (die toevallig nogal wat uiterlijke overeenkomsten met Zappa vertoonde), die ons dertienjarigen liever naar dit album liet luisteren dan dat hij ons leerde op een blokfluit te spelen. Ik ben hem nog dankbaar!

Tracks

Peaches en Regalia - Willie the Pimp - Son of Mr. Green Genes - Little Umbrellas - The Gumbo Variations - It Must be a Camel

maandag

Swamp rock

Creedence Clearwater Revival - Bayou Country1969 in muziek, aflevering 8
Wanneer het gaat om airplay, om liedjes op de radio, om hits, dan was dé band van het jaar Creedence Clearwater Revival. Na hun min of meer succesvolle debuut in 1968 was hun hele jaar 1969 spectaculair: maar liefst drie elpees met mega-verkoopcijfers over de hele wereld. Hit na hit, Creedence was de sensatie van het jaar. Ogenschijnlijk simpele rechttoe rechtaan gitaarrock met een zwaar southern accent, gemaakt door vier jongens uit de San Francisco Bay Area in Californië. Je zou verwachten dat ze surf-muziek zouden maken, maar niks daarvan. Niks close-harmony folk-rock, geen ingewikkelde arrangementen.
De onomstreden leider van de band, de componist van al die hits was John Fogerty, de meest getalenteerde van het stel. John haalde zijn inspiratie uit de stijl van jaren-vijftig rockers (Elvis, Roy Orbison, Buddy Holly en vooral Chuck Berry), en gaf daar zijn eigen, uiterst herkenbare sound aan. Je krijgt altijd het idee dat John het gevoel had dat-ie vijftien te jaar te laat was geboren, en dat-ie liever in Memphis Tennessee dan in de Bay Area California zou zijn opgegroeid.

Creedence Clearwater Revival - Bayou Country

In januari kwam CCR's tweede elpee uit: Bayou Country. Met die overduidelijke Louisiana-sound, je hoorde bij wijze van spreken de Mississippi stromen door de moerassen van de delta. Fogerty zong dat hij was Born on the Bayou (dat was-tie niet), dat-ie borden had afgewassen op een Mississippi-raderboot (Proud Mary), hij zong Little Richard's klassieker Good Golly Miss Molly, kortom hij deed ons geloven dat hij diep in het zuiden van de VS was opgegroeid en dat-ie daar trots op was. En hij deed dat met buitengewoon veel overtuiging. Als de personificatie van Johnny B. Goode. "Deep down Louisiana close to New Orleans, way back up in the woods among the evergreens. There stood a log cabin made of earth and wood, where lived a country boy named Johnny B. Goode. Who never ever learned to read or write so well, but he could play the guitar just like a ringing a bell". Dat was John Fogerty dus.
Het album was zeer succesvol. De single, Proud Mary, werd wereldwijd een klassieke rock-classic. Later door meer dan honderd anderen (waaronder Ab en de Eitjes) gecoverd. Maar ook die versie van Ike & Tina Turner, wie kent hem niet? Ook de andere songs waren allemaal prima. Goed album, de naam van Creedence was gemaakt.

Tracks

Born on the Bayou -Bootleg - Graveyard Train - Good Golly Miss Molly - Penthouse Pauper - Proud Mary - Keep on Chooglin'

Creedence Clearwater Revival - Green RiverCreedence Clearwater Revival - Green River

Al in augustus lag de opvolger in de winkels, Green River. En wat voor een opvolger! Opgenomen in maart -het eerste gedeelte- en in juni in San Francisco. En opnieuw midden in de roos. Trek die laarzen aan, pak je hengel, in de kano en hup! de Mississippi-delta door. John Fogerty blijkt zijn gitaar nu van alles te kunnen laten doen, coole riffjes, lange solo's, zijn liedjes zijn gevarieerder. De singles, Bad Moon Rising, Green River en Commotion (de beide laatste als a- en b-kant van hetzelfde singeltje) werden opnieuw enorme hits. En een liedje als Lodi, de b-kant van Bad Moon Rising, is niet voor niets een vaste keus in het repertoire van Ab en de Eitjes!
In diezelfde augustusmaand stond ook CCR op Woodstock. Wie niet, zou je bijna denken. Jammer dat hun optreden noch op de Woodstock-elpees noch in de Woodstock-film bewaard is gebleven. John Fogerty was verre van tevreden geweest over hun optreden, om drie uur 's nachts. Hun voorgangers in de set, de Grateful Dead hadden iets langer doorgespeeld dan gepland, en de meeste bezoekers lagen al te slapen. Maar ze waren er, en dat telde. Fogerty zou er later zelfs nog een liedje over schrijven, Who'll Stop the Rain.
Green River is Creedence -bijna- op zijn best. Enig minpunt, de elpee is te kort: de totale speeltijd van het album is minder dan negenentwintig minuten.

Tracks

Green River - Commotion - Tombstone Shadow - Wrote a Song for Everyone - Bad Moon Rising - Lodi - Cross-Tie Walker - Sinister Purpose - The Night Time is the Right Time

Creedence Clearwater Revival - Willie and the Poor BoysCreedence Clearwater Revival - Willy and the Poor Boys

En al in november was er de opvolger van Green River. Opnieuw boordevol hits. Down on the Corner, Fortunate Son, het kon niet op. Was Green River al top, dit was nog een stapje hoger: wat een album! Ik beschouw dit als het hoogtepunt van Creedence, nooit meer overtroffen.
Tien liedjes, waarvan acht van de hand van John Fogerty en twee traditionals van Lead Belly (Cotton Fields en de jail-song The Midnight Special). En allemaal zijn ze uitstekend. Nog steeds. Mijn persoonlijke all-time favoriete Creedence-song is It Came Out of the Sky, een Chuck Berry-style rocker over een ding (een dure Fender-basgitaar? een postzegelverzameling?) dat in de buurt van Moline Illinois zomaar uit de lucht komt vallen. Kan ik niet vaak genoeg horen.
Trivia: op de hoes van de elpee staat een foto die is gemaakt op de hoek van de 32ste straat en Peralta Street in Oakland Californië, in de buurt van waar de jongens opgroeiden. Deze straathoek werd een populaire plek: het grote bord boven de winkel met daarop Duck Kee Market is in 1998 van de muur gestolen.
En ook deze elpee was opnieuw een ongekend verkoopsucces. Aan het einde van het jaar was Creedence Clearwater Revival on top of the world. Dat is te zeggen qua populariteit. Qua financiën was het een iets ander verhaal: zelden zal een zo succesvolle band een zo slecht platencontract hebben gehad als Creedence had met Fantasy-records. Bijna alle opbrengsten verdwenen in de zakken van de platenbazen.

Tracks

Down on the Corner - It Came Out of the Sky - Cotton Fields - Poorboy Shuffle - Feelin' Blue - Fortunate Son - Don't Look Now - The Midnight Special - Side o' the Road - Effigy

zondag

Harmonieuze diversiteit

1969 in muziek, aflevering 7

Crosby, Stills & NashCrosby, Stills & Nash

In de zomer van 1968 kwam het trio bij elkaar. David Crosby was uit The Byrds gestapt -hij kon niet overweg met de dictatoriale leiding van Roger McGuinn-, Stephen Stills had vlak daarvoor zijn band Buffalo Springfield uiteen zien vallen (zie: Young) en Graham Nash besloot zijn Engelse pophit-machine The Hollies, op dat moment op toernee in Californië, vaarwel te zeggen en bleef hangen.

Ook Paul Kantner, gitarist en leider van Jefferson Airplane, deed mee. Maar hij zag het als een aardigheidje en wilde zijn succesvolle eigen band niet opgeven voor een onzeker project.
Met zijn viertjes gingen ze de studio in, om meer dan een half jaar te werken aan hun eerste elpee. Getalenteerde muzikanten, met individuele trackrecords om u tegen te zeggen, en allemaal gefrustreerd vanwege de ervaringen van het spelen in een band waarin altijd meningsverschillen speelden. Drie ambitieuze zangers, drie begaafde song-writers bij elkaar, een bijzondere combinatie. Ze organiseerden hun project ook op een bijzondere manier: het werd geen nieuwe band, ieder zou zijn eigen dingetjes kunnen blijven doen als hij daar zin in had. Er kwam dus ook geen band-naam, om te voorkomen dat wanneer er ooit iemand uit zou stappen dat de rest dan gewoon door zou kunnen gaan onder de oude naam. Dat had Crosby bij de Byrds meegemaakt en Nash bij de Hollies. Die laatste beslissing hadden ze trouwens nog niet genomen toen de foto werd gemaakt voor de hoes van de elpee, want dan hadden ze in een andere volgorde gaan zitten (nu zie je van links naar rechts Nash, Stills en Crosby).

Crosby kwam met de zeg maar wat vagere liedjes, atmosferische beschouwingen. Stills zat meer in de folk-traditie en Nash was natuurlijk een kanjer in het schrijven van liedjes die het op de radio erg goed deden.
In mei 1969 kwam de elpee uit en die sloeg wereldwijd in als een bom. Het was dan weliswaar een debuutalbum, maar de publiciteit was enorm vanwege de al gevestigde status van de individuele leden. Het begrip "supergroep" deed zijn intrede. Marrakash Express werd de eerste single, en die deed het over de hele wereld prima. En dat gold ook voor de verkoopcijfers van de elpee.

Nash, Young, Stills en CrosbyDe elpee moest natuurlijk gepromoot worden en dat betekende optredens. Maar dat viel niet mee in deze bezetting. Stephen Stills had in de studio bijna alle instrumenten gespeeld (alleen voor de drums was er nog Dallas Taylor geweest), maar dat ging natuurlijk niet on stage. Taylor mocht mee achter de drumkit, bassist Greg Reeves werd ingehuurd. En dan was er nog een keyboard-speler of een gitarist nodig. Steve Winwood bleek niet beschikbaar (voor de reden, zie Blind Faith), maar Neil Young bleek een optie. Ondanks de reserves van Stills -die de Buffalo Springfield-perikelen nog vers in het geheugen had- en Nash, die totaal niet overweg kon met Young. Het contract maakte Neil een full partner, met dus ook het recht om aan zijn eigen carrière te blijven werken.

En zo maakten ze hun live-debuut in augustus op Woodstock. Kantner was daar ook, maar met zijn eigen Jefferson Airplane; daar zal hij later nog wel eens spijt van hebben gehad. Met hun messcherpe close-harmony-zang waren Crosby, Stills, Nash en Young de supersterren van het festival. Het maakte van hen de symbolen van de hippie-generatie.

Tracks

Suite: Judy Blue Eyes - Marrakesh Express - Guinnevere - You Don't Have to Cry - Pre-Road Downs - Wooden Ships - Lady of the Island - Helplessly Hoping - Long Time Gone - 49 Bye-Byes

Young

1969 in muziek, aflevering 6

Neil Young - Everybody Knows This Is NowhereNeil Young - Everybody Knows This Is Nowhere

De jongens van The Band waren niet de enige Canadezen in de Amerikaanse muziekbusiness. In de winter van 1966 liet Neil Young Toronto achter zich om te proberen om in Los Angeles als muzikant aan de bak te komen. Dat lukte aardig, met zijn vriendje Stephen Stills en diens maatjes: ze richtten Buffalo Springfield op, traden met veel succes op, maakten twee albums (een derde elpee zou postuum verschijnen) en nog veel meer ruzie. In april 1968 viel de band uiteen, na de zoveelste arrestatie van een bandlid wegens possession. Neil trok vanaf dat moment zijn eigen plan: nooit meer zou hij zich afhankelijk laten zijn van anderen in een band. Hij nam de controle over zijn carrière in eigen hand en zou die nooit meer loslaten. Eind 1968 kwam zijn eerste solo-album uit (nagenoeg niemand besteedde er ook maar enige aandacht aan) en spoedig daarna, in januari 1969, zat-ie al weer in de studio in Hollywood voor zijn tweede.
Neil Young en Crazy HorseDit keer met een begeleidingsgroep, the Rockets. Het klikte. Neil gaf de drie leden van de groep een contract en een nieuwe naam: Crazy Horse. In maart waren de opnames klaar en begon het toeren. Heel Amerika door om het album, dat in mei uitkwam, te promoten. En het werkte. Deze keer wel aandacht, deze keer wel positieve recensies en, belangrijker nog, het publiek vond het prachtig. De grootste zalen gingen plat voor de ongepolijste elektrische gitaarrock. Proto-punk.
Dit is het album waarmee Neil Young definitief doorbrak. Naam gevestigd, fortuin gemaakt. The Dinosaur was in business.
Zeven originele songs van Neil zelf. Waarvan er drie voor zeer lange tijd een vaste plek in zijn live-repertoire zouden krijgen: Cinnamon Girl (de single) en de twee superlange stukken waarin Neil zijn geheel eigen manier van soleren op een elektrische gitaar voor het eerst demonstreerde, Down by the River en Cowgirl in the Sand.

Tracks

Cinnamon Girl - Everybody Knows This Is Nowhere - Round & Round (It Won't be Long) - Down by the River - The Losing End (When You're on) - Running Dry (Requiem for the Rockets) - Cowgirl in the Sand

zaterdag

The Band

1969 in muziek, aflevering 5

the BandThe Band

In 1965 besloot Bob Dylan om niet langer alleen maar akoestisch op te treden; hij had een elektrische band nodig om te toeren, en die vond-ie. Hij nam the Hawks in dienst, tot dan toe de begeleidingsband van Ronnie Hawkins. En die jongens van de band bleven na die toernee hangen rond Bob. Dylan kocht een huis in Woodstock en de jongens van de band kochten een huis iets verderop in Woodstock (dat huis heette Big Pink). Dylan stopte met toeren en de jongens van de band stopten ook met toeren. Dylan stak nog wel eens over om te repeteren in de kelder van het huis van de jongens van de band. Ze noemden zichzelf The Band. Van Dylan leerden de jongens van de band hoe ze zelf hun liedjes konden schrijven. Pianist Richard Manuel was de snelste leerling: hij componeerde in no-time een stel liedjes, gitarist Robbie Robertson deed ook een flinke duit in het zakje. Omdat ze ook nog een paar Dylan-composities mochten gebruiken hadden ze voldoende materiaal om een elpee te maken. Want ze waren dan weliswaar de begeleidingsband van Bob Dylan, maar omdat de grote baas niet optrad viel er niet veel te begeleiden. En de schoorsteen moest toch roken. En die elpee kwam er ook: Music from Big Pink (1968) was erg succesvol. Maar in 1969 toerde baas Bob nog steeds niet, en dus moest er een opvolger komen. En die kwam er ook. Deze keer was het gitarist Robbie Robertson die de liedjes schreef.
Dat tweede album is hun meest klassieke album geworden, het album waarmee de vier Canadese jongens (naast Robertson en Manuel waren dat organist Garth Hudson en bassist Richard Danko) en een southern boy uit Arkansas, drummer Levon Helm, definitief naam maakten.
De opnames waren in het voorjaar In Los Angeles. Daarna ging The Band zelf toeren. Ze speelden bijvoorbeeld in augustus op het Woodstock-festival. In september kwam de elpee uit. Het prijsnummer was The Night They Drove Old Dixie Down, een civil war-song die zo uit de jaren zestig van de negentiende eeuw afkomstig leek. De Canadees Robertson bleek de gave te hebben om originele liedjes te schrijven die perfect in de Amerikaanse traditie passen. Up on Cripple Creek is ook zo'n song. Over de goudkoorts in Colorado zo rond 1890. En King Harvest (Has Surely Come), over een landarbeider die zich bij een vakbond aansluit. Rock 'n roll in een nieuwe dimensie: dit album is de geboorte van mainstream-Americana.
De reviews waren oorverdovend positief. En nog steeds: op de lijstjes van beste-albums-ooit staat The Band steevast hoog genoteerd. En terecht. Prima album, prima liedjes, puik gespeeld. Veel van de liedjes van dit album zouden nog jarenlang op het live-repertoire van The Band blijven, tot en met hun (eerste) zwanenzang in 1976, The Last Waltz.

Tracks

Across the Great Divide - Rag Mama Rag - The Night They Drove Old Dixie Down - When You Awake - Up on Cripple Creek - Whispering Pines - Jemima Surrender - Rockin' Chair - Look Out Cleveland - Jawbone - The Unfaithful Servant - King Harvest (Has Surely Come)

vrijdag

Bob

1969 in muziek, aflevering 4

Bob Dylan - Nashville SkylineBob Dylan - Nashville Skyline

In februari 1969 meldde Bob Dylan zich in de opnamestudio van Columbia in Nashville. Hij had een paar liedjes bij zich en hij wilde een nieuw album, als opvolger van John Wesley Harding uit 1967. Eindelijk weer eens een nieuw project voor Bob. Producer Bob Johnston, met wie hij al sinds Highway 61 Revisited uit 1965 samenwerkte, was ook van de partij. En met de vaste muzikanten van de studio gingen ze aan de slag. In tien dagen was het gepiept. Tien liedjes, waarvan één oude bekende (Girl from the North Country), en één instrumentale: Nashville Skyline Rag.
Nashville Skyline was in meerdere opzichten een trendbreuk in het werk van Dylan. Dylan wilde iets veranderen. In zijn Chronicles schrijft hij daarover bijvoorbeeld.
I clicked on the radio. Johnny Cash was singing "Boy Named Sue". Once upon a time Johnny had shot a man in Reno just to watch him die. Now he was saying that he was stuck with a girl's name that his father had given him. Johnny was trying to change his image, too.
Bob wilde zijn imago veranderen. Hij moest op de een of andere manier zien af te komen van dat label voice of a generation. En dit album zou hem daarbij moeten helpen. Om te beginnen met de teksten van de liedjes. Die gaan ineens bijna nergens meer over. Geen ambitie, geen diep-persoonlijke ontboezemingen, geen analytische beschouwingen op de maatschappij, geen diepzinnige op de bijbel gebaseerde metaforen. In de plaats daarvan niemendalletjes als Peggy Day en Country Pie. En dan de keuze voor de muziekstijl: country! Niet de traditionele country+western, niet de frontier-songs, maar de in die tijd populaire Nashville-variant: met pedal steelgitaar, banjo, mondharmonica. En dan was daar nog Dylan's stem. Hij zelf verklaarde dat zijn stem zo was veranderd omdat-ie was gestopt met roken. Hij zingt op de manier die country-crooning wordt genoemd; bijna onherkenbaar. Later zou hij zijn "eigen" stem weer gebruiken.
Johnny Cash, met wie hij al sinds Newport-1964 bevriend was, bleek min of meer toevallig ook in de studio aanwezig voor opnames. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om een aantal liedjes samen te zingen. Oude liedjes van Cash, oude liedjes van Bob, zelfs een heel nieuw liedje (Wanted Man, dat Dylan speciaal voor Cash had geschreven en dat Cash gebruikte tijdens zijn toernee langs de gevangenissen). Maar op de een of andere manier wilde het niet lukken. Alleen Girl from the North Country haalde de cut. De opnames van de andere duetten zijn nooit officieel uitgebracht.
Op de hoes van de elpee zien we Bob in een pose die lijkt op de foto van zijn debuutalbum uit 1962. Maar deze keer lacht hij vrolijk in de camera. Neem het maar niet al te serieus, lijkt hij ons te zeggen. En dat doen we dan ook maar niet.
Nashville Skyline is een prima album, ik luister er nog vaak naar. Meer dan naar bijvoorbeeld John Wesley Harding (de ambitieuze voorganger) of naar Self Portrait (de excentrieke opvolger). Het was een commercieel succes: hoge verkoopcijfers in de VS (#3) en het Verenigd Koninkrijk (#1). Er kwamen twee singles van de elpee, die het allebei erg goed deden: Lay Lady Lay en I Threw It All Away.

Tracks

Girl from the North Country - Nashville Skyline Rag - To be Alone with You - I Threw It All Away - Peggy Day - Lay Lady Lay - One More Night - Tell me That it isn't True - Country Pie - Tonight I'll be Staying Here With You

donderdag

Goaltje

Anything Beckham can do, others are trying to do it better. But how about this for a 60 yard beauty hit right on the money. Just have a look at this as Ron Vlaar of Feyenoord fires a pin point lob from within his own half playing Harkemase Boys tonight.

Harkemase Boys lost 5-0 in the end to Feyenoord, but this was easily the pick of the bunch.

Cash

1969 in muziek, aflevering 3

Johnny Cash at San QuentinJohnny Cash at San Quentin

Na eerst een Ierse mevrouw in Amerika (Dusty) en een Amerikaanse meneer in Engeland (Scott), is nu de beurt aan een echte Amerikaan die echte Amerikaanse muziek maakt. Live, voor een echt Amerikaans publiek van langgestraften in de extra-zwaarbeveiligde strafinrichting van Californië, San Quentin. Wie kan dat anders zijn dan the man in black, Johnny Cash?
Cash liep in 1969 al heel wat jaren mee. Zijn eerste opnames dateren van 1955, in Memphis. Hit na hit kwam in die tijd uit de Sun-studio, niet alleen van Johnny Cash, maar bijvoorbeeld ook van Elvis en Jerry Lee Lewis. De succesvolle carrière van de artiest Johnny Cash werd echter overschaduwd door de stevige alcohol- en pillenverslaving van de mens. In 1968 zat-ie volledig aan de grond. Huwelijk op de klippen, arrestatie na arrestatie wegens possession -nooit veroordeeld overigens- en al een tijdje geen hits meer. Maar, met een beetje hulp van zijn vrienden en zijn nieuwe liefde June Carter kwam hij er weer bovenop. Hij kickte af en hervond de Heer.
Zijn welgemeende solidariteit met de onderkant van de samenleving had hij nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij maakte een spraakmakende en spectaculaire toernee langs penitentiaire inrichtingen. Twee van die optredens werden op elpee uitgebracht: At Folsom Prison (1968) en At San Quentin (1969). Beide waren buitengewoon succesvol: At San Quentin werd zelfs het meest verkochte album in de VS van 1969.
De shows waren groots opgezet. Cash trad op, met zijn begeleidingsband. Maar ook Carl Perkins was van de partij, net als de Carter-family. Om de beurt een korte set. Op de elpee staan alleen de songs van Cash zelf. Veel bekende hits. En natuurlijk jail-songs zoals Folsom Prison Blues ("I shot a man in Reno, just to watch him die") en San Quentin ("San Quentin, I hate every inch of you"). Het waren vooral deze liedjes waardoor de emoties onder het publiek hoog opliepen. Althans, dat dachten we als luisteraars. Wisten wij veel dat de inmates tijdens het optreden absoluut geen toejuichingen mochten doen en dat die er allemaal achteraf ingemonteerd waren!
De liedjes kwamen in ingekorte en gecensureerde vorm (de sonofabitch in de single A Boy Named Sue was kennelijk te erg voor onze oren en werd weggebeept), in een andere volgorde dan ze waren opgevoerd op de elpee. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Tracks

Wanted Man - Wreck of the Old 97 - I Walk the Line - Darling Companion - Starkville City Jail - San Quentin - San Quentin - A Boy Named Sue - (There'll be) Peace in the Valley - Folsom Prison Blues

De 2000-cd-reissue had nog acht liedjes meer, maar het was nog steeds niet het volledige concert. Dat kwam pas beschikbaar in de 2006-uitgave: maar liefst twee cd's plus een dvd met onder andere de tv-documentaire die van het optreden is gemaakt.

Trivia: een van de belangrijke openstaande vragen in mijn leven heeft betrekking op het Amerikaanse strafsysteem: hoe kan het in hemelsnaam dat een man die een moord pleegt in Reno, Nevada terecht komt in de Folsom strafgevangenis in Californië?

dinsdag

Scott

1969 in muziek, aflevering 2
Nadat hij in 1967 uit de zo succesvolle boys-band the Walker Brothers (geen van de drie Walker Brothers heette overigens Walker en het waren ook geen broers) was gestapt, had Scott met nog meer succes aan een solo-carrière gewerkt. Zijn eerste solo-album Scott (1967) en de opvolger daarvan (Scott 2, 1968) hadden top-verkoopcijfers behaald, zijn vooral vrouwelijke fanschare in het Verenigd Koninkrijk was buitengewoon omvangrijk, hij kreeg van de BBC een eigen tv-show. De wereld lag aan zijn voeten. En toen kwam 1969. In dat jaar bracht hij maar liefst twee solo-albums uit, twee elpee's die tot het allerbeste van zijn klassieke oeuvre worden gerekend, maar die hem tegelijkertijd geheel uit de populaire mainstream brachten. Hij verdween. Maar voor het zover was... Gelukkig hebben we die elpee's nog. De weinige overgebleven fans zijn het er over eens dat "3" en "4" de twee beste albums van Scott's jaren zestig zijn. Maar ze zijn het niet eens over de vraag welke van de twee het allerbeste is. Wat mij betreft doet dat er niet zoveel toe.

Scott 3Scott Walker - Scott 3

Scott 3 werd opgenomen met anonieme studiomuzikanten in Londen. Het was net als de vorige albums geproduceerd door Chris Frantz. Tien eigen composities van Scott en bovendien drie covers van liedjes van Jacques Brel. Dat eerste was nieuw: op de vorige albums stonden weliswaar ook al een paar eigen liedjes, maar dit waren er wel erg veel. En Brel-vertolkingen, dat was inmiddels een traditie: ook op "1' en "2" hadden er al telkens drie gestaan.
Het is vooral een emotioneel album. Het zijn geen gemakkelijk in het gehoor liggende, vrolijke meezingers, geen eenvoudig toegankelijke popliedjes. Er kwam geen single; ik zou ook niet weten welke song ze daarvoor hadden kunnen kiezen. De meeste van de liedjes zijn zwaar georkestreerd, met veel strijkers en koperwerk. Maar niet op de Phil Spector-wijze, zoals we die kenden van de bijvoorbeeld Walker Brothers. Dit is anders, vreemd. Een beetje typisch. Soundscapes als omlijsting van gezongen zwaarmoedige gedichten. Nauwelijks slagwerk, weinig elektrische gitaren.
Hoogtepunt: Two Ragged Soldiers, twee veteranen van 14-18 op een bankje in het park. Altijd weer goed voor een traan.
Eigenlijk passen achteraf gezien de drie Brel-liedjes niet zo goed op de elpee. Sons of (Fils de), Funeral Tango (Le tango funèbre) en If You Go Away (Ne me quitte pas) klinken gedateerd. Ze hebben natuurlijk wel hun nut gehad, want het is vooral aan Scott te danken dat ook de Engelstalige wereld kennis kon nemen van Brel's chansons.
De elpee kwam in april uit, haalde nummer drie als hoogste positie, maar bleef slechts vier weken in de Britse hitlijsten. Als een nachtkaars.
Trivia:
  • De buitengewone arrangementen zijn van meneer Wally Stott, die eerder al voor bijvoorbeeld Dusty Springfield had gewerkt. Wally zou zich een paar jaar later laten ombouwen, om zich daarna als mevrouw Angela Morley in de VS te vestigen en daar een succesvolle carrière in de film- en tv-muziekindustrie op te bouwen.
  • In de jaren tachtig kwam een Scott Walker-compilatie uit met de titel Fire Escape in the Sky. Deze titel is ontleend aan de tekst van Big Louise.
  • De 2006-documentaire van Stephen Kijak over het werk van Scott Walker kreeg de titel 30 Century Man, naar de gelijknamige song van dit album.

Tracks

It's Raining Today - Copenhagen - Rosemary - Big Louise - We Came Through - Butterfly - Two Ragged Soldiers - 30 Century Man - Winter Night - Two Weeks Since You've Gone - Sons of - Funeral Tango - If You Go Away

Scott 4Scott Walker - Scott 4

Na de teleurstelling van de tegenvallende verkoopcijfers van Scott 3, besloot Scott om snel met een opvolger te komen. Die lag in november 1969 in de winkels en had de originele titel Scott 4. Maar om onverklaarbare redenen niet onder Scott's artiestennaam, maar onder zijn eigen naam: Noel Scott Engel. Dat zorgde ervoor dat het album volstrekt onopgemerkt bleef. Geen radiostation of muziekmagazine besteedde er aandacht aan, niemand kocht het.
Stom.
Want het blijkt één van de mooiste albums ooit gemaakt te zijn. Tien songs, allemaal zelf geschreven. Deze keer geen Brel-covers, maar alleen origineel materiaal. Dit album ademt een heel andere sfeer uit dan zijn voorganger. Minder soundscapes, meer ritme. Veel toegankelijker liedjes. Maar wat gebleven is: die geweldige bariton van Scott. Wat een stem!
Hoogtepunten: de baspartij in The Old Man's Back Again (Dedicated to the Neo-Stalinist Regime), het koper in The Seventh Seal, de gitaarsolo (!) in Get Behind Me. Ook dit album is weer opgenomen met anonieme studiomuzikanten. Het zou best kunnen dat Herbie Flowers (Walk on the Wild Side) bast en dat we Jimmy Page op de elektrische gitaar horen.
De elpee raakte al heel snel in de vergetelheid. Scott gaf er de brui aan, zijn zelfvertrouwen als componist was geknakt. Pas in 1978 zou hij weer nieuwe eigen composities opnemen, voor het album Nite Flights met zijn oude Walker Brother-vriendjes.

Tracks

The Seventh Seal - On Your Own Again - The World's Strongest Man - Angels of Ashes - Boy Child - Hero of the War - The Old Man's Back Again (Dedicated to the Neo-Stalinist Regime) - Duchess - Get Behind Me - Rhymes of Goodbye

zondag

Dusty

1969 in muziek, aflevering 1

Dusty in MemphisDusty Springfield - Dusty in Memphis

Er zijn van die albums die bijna over het hoofd werden gezien toen ze werden uitgebracht, maar die in later jaren langzamerhand toch een klassieke status hebben gekregen. Een van die albums is Dusty Springfield's 1969-meesterwerk, Dusty in Memphis. In eerste instantie genegeerd, later op een voetstuk geplaatst. En daar heeft het tragische overlijden van de zangeres nog aan bijgedragen. Velen beschouwen dit als één van de beste pop-albums ooit gemaakt.

De opnames werden gemaakt in het najaar van 1968 in, de titel verraadt het al, in Memphis. In de American-studio's van platenmaatschappij Atlantic waar al heel veel soul, blues en r&b was opgenomen. De Ierse Dusty had in Engeland de sterrenstatus, met een eigen tv-show, maar in de VS was ze nog totaal onbekend. In een poging om ook transatlantisch aan de weg te timmeren, maakte ze een bijzondere keuze: er moest een nieuw album komen, niet met de veelal Britse popliedjes waarmee ze in Engeland zo succesvol was, maar met Amerikaanse r&b. En waar kun je dat beter maken dan in Amerika?

En zo kwam het. Jerry Wrexler (die eerder met bijvoorbeeld Aretha Franklin en Wilson Pickett had gewerkt) deed de productie. Wrexler verzamelde een stelletje door de wol geverfde lokale muzikanten, the Memphis Cats, en samen met Dusty kozen ze een aantal liedjes uit. En (bijna) alles klopte. Het lukte Wrexler om een volstrekt originele sound te creëren, de muzikanten speelden alles uit de kast, de keus van liedjes bleek een schot in de roos.

Die liedjes waren geschreven door zowel bekende als (toen nog) minder bekende songwriters. Barry Mann en Cynthia Weil, Gerry Goffin en Carole King, Burt Bacharach en Hal David, dat waren songwritersduo's die hun sporen reeds verdiend hadden. Maar Randy Newman bijvoorbeeld, daar had bij wijze van spreken nog nooit iemand van gehoord. Dusty moet Newman's I Don't Want to Hear it Anymore ongetwijfeld hebben gekend van het eerste Walker Brothers-album uit 1965. En Just One Smile was natuurlijk al een hit geweest van Gene Pitney (1966).

Er was eigenlijk maar één probleempje: Dusty was verre van tevreden over haar eigen vocale bijdrage. Zelfvertrouwen was nooit haar kernkwaliteit geweest. Nadat de Memphis-sessies afgerond waren ging Dusty terug naar New York. Ze twijfelde zo over haar stem dat ze de platenbazen ervan kon overtuigen dat ze de liedjes opnieuw zou moeten inzingen. Dat gebeurde in New York. En het zijn die opnames die uiteindelijk op het album terecht kwamen. Niks Dusty in Memphis dus eigenlijk.

Het album kwam eerst in de VS uit, in januari 1969. Toen stond Son of a Preacher Man al hoog in de hitlijsten. Die single was al een paar weken eerder uitgebracht. Verkoopcijfers voor de elpee waren er nauwelijks, de hoogste notering was nummer 99 in de Amerikaanse Billboard-elpee-top 100. In april kwam Dusty in Memphis ook in het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa uit, en ook daar nauwelijks verkoopsucces.

Maar dat kan niet aan de kwaliteit van het album hebben gelegen. Althans, dat vind ik. Het is al jaren een van mijn favoriete cd's, een cd die ik heel veel luister. Gaat standaard mee op elke vakantie. Ik heb de 1992-uitgave, gekocht in een warenhuis in White Plains, NY. Dat was toendertijd een van mijn eerste cd's.
Het album heeft Dusty nooit het Amerikaanse succes opgeleverd waar ze naar op zoek was. Haar carrière kwam in een jarenlange neerwaartse spiraal, met vooral veel alcohol, cocaine, ruzies, hotelkamerverbouwingen waar de vrolijke jongens van The Who nog wat van zouden kunnen leren. Pas in de late jaren negentig zou ze weer opnieuw successen kennen, nadat de Pet Shop Boys haar vroegen voor hun What Have I Done to Deserve This. Maar dat mocht niet lang duren, in 1999 overleed ze aan borstkanker.

Jerry Wrexler zou als producer in 1978 nog een keer een Dusty-in-Memphis-kunstje uithalen: een album produceren van iemand die al de sterrenstatus had, maar die een andere weg wilde inslaan: Bob Dylan's Slow Train Coming.

In de categorie trivia: tijdens de opnames in Memphis deed Dusty een goed woordje voor John Paul Jones, met wie ze in Engeland altijd prettig had samengewerkt. John Paul was net begonnen met een nieuw bandje en was op zoek naar een contract met een platenmaatschappij. Dusty wist de Atlantic-bazen zover te krijgen dat ze dat bandje een $ 200,000-contract aanboden, zonder ooit hun muziek te hebben gehoord. En zo kwam het dat Led Zeppelin -want daar gaat het over- bij Atlantic terecht kwam.

1969 in muziek

1969Dit jaar is zo'n beetje alles veertig jaar geleden: de maanlanding, Woodstock, eerste Nederlandse club in een EC-finale, Harm Ottenbros wereldkampioen, Kees Verkerk schaatst 15.03,6 op de 10 km. 1969 was een bijzonder jaar, ook in de muziek. Het kost me geen enkele moeite om een lijstje met klassieke popalbums uit dat jaar samen te stellen. Vandaag de start van een nieuwe serie, 1969 in muziek, regelmatig een nieuwe aflevering.
Vandaag aflevering 1: Dusty in Memphis.

dinsdag

Visie

troonrede 2009

Op naar de Ridderzaal!
Koningin Beatrix
legt aan het volk uit dat
crisis bestaat.

Minder voor iedereen:
budgetvernieuwende
plannen voor toekomst, nood-
zakelijk kwaad.

Ging het maar zo **zucht**. Waren er maar plannen! Was er maar een visie!

Dit kabinet toont geen ambitie, inspireert niet, enthousiasmeert niet. Niks. Omwille van de lieve vrede binnen de kennelijk alleen door de ChristenUnie gewenste coalitie gaan ze alle fundamentele beslissingen structureel uit de weg. De AOW, Afghanistan, de toekomst van Europa, de financiering van onze gemeenschappelijke voorzieningen, het functioneren van het openbaar bestuur en de publieke perceptie daarvan en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Vanaf morgen de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer. Wat mij betreft de belangrijkste debatten van het parlementaire jaar. Ik hoop daar dan maar het beste van, al vrees ik dat dat tegen beter weten in is. Vandaag moeten we het doen met irritante oranje poppenkast en met hoedjes,. En een weinigzeggende Troonrede. In plaats van dat JP en Wouter zich druk maken over dat de Koningin "geen oud nieuws zou mogen brengen", zouden ze haar eens een écht goed verhaal moeten laten voorlezen. Maar dat zit er niet in.

zondag

Random Precision

Glenn Povey - Echoes: the complete history of Pink FloydGlenn Povey - Echoes: the complete history of Pink Floyd (2008)

From gigs in tiny church halls in the mid-sixties to multi-million selling albums and spectacular stadium shows all around the world, the Pink Floyd story is a rock legend.

In 2008 verscheen een bijzonder boek over Pink Floyd, samengesteld door een fan: Glenn Povey. Glenn is gek. Knettergek. Glenn heeft met dit boek namelijk een Pink Floydencyclopedie gemaakt waarin hij alle feiten en feitjes uit de geschiedenis van de band een plekje heeft gegeven. Alle data van hun optredens, lokaties, setlists, aanvangstijdstip, alles. En om dat alles te verzamelen en te verifiëren, daar moet hij jaren en jaren mee bezig zijn geweest. Vervolgens heeft hij die informatie op een zeer toegankelijke en overzichtelijke manier geordend. En daarna samen met zijn uitgever buitengewoon aantrekkelijk gepresenteerd. Dit boek is een kunstwerkje, een lust voor het oog. Klasse!

Het vuistdikke boek weegt 2,1 kg! Heavy stuff. Prachtig vormgegeven. Voorzien van heel veel foto's, afdrukken van posters, concertkaartjes. Alleen al het doorbladeren is een waar genoegen.

Live 8Maar dan is er daar natuurlijk nog die informatie. Povey heeft ervoor gekozen om dat alles chronologisch te presenteren, logisch, verdeeld in tien hoofdstukken plus een elfde hoofdstuk over het solowerk van de bandleden. Elk hoofdstuk beslaat een aantal jaren, en bestaat op zich weer uit twee gedeelten: eerst de bandbiografie van die periode, daarna de lijst met gigs.

De biografie is duidelijk, feitelijk, min of meer afstandelijk. Weinig meningen, weing citaten. Povey is opzettelijk niet met de hoofdrolspelers gaan praten, omdat hij, zoals hij in de inleiding schrijft, hun herinneringen van hoe het allemaal geweest is niet helemaal vertrouwt. De vele ruzies en meningsverschillen in de band hebben zo hun invloed op die herinneringen. Als biografie is dit boek eigenlijk meer een uitstekende aanzet, het is zeker nog niet het definitieve verhaal. Daarvoor hebben we toch echt de verhalen van met name David Gilmour en Roger Waters nodig. En toch, onderschat dit beschrijvende gedeelte niet: het bevat onder andere een zeer lezenswaardig verhaal over de toernee door de VS in 1967, die toernee waarin duidelijk werd dat Syd Barrett niet te handhaven was.

Maar als encyclopedie is het wel degelijk definitief. Alles staat erin. Bijvoorbeeld, ik sla het boek op een willekeurige bladzijde open: 3 februari 1972. Dat was een donderdag en de band gaf die dag een concert als onderdeel van het meerdaagse Polytechnic College Arts Festival in Coventry, Engeland. Dat concert vond plaats in de Locarno Ballroom en begon iets na middernacht. Eerder op de avond had Chuck Berry opgetreden. De setlist was: heel The Dark Side of the Moon - Careful with that Axe, Eugene - One of These Days - Echoes - (encore) - Set the Controls for the Heart of the Sun. Ik bedoel maar, random precision.

In de bijlage staat nog een complete zeer gedetailleerde discografie: elpee's, singles, cd's, dvd's, heruitgaves, compilaties. Met hoezen en reclameposters.

ticketticketticketBasis Hoofdstukindeling:

  1. remember when you were young (1962-1967)
  2. streaming through the starlit skies (1966-1967)
  3. set the controls for the heart of the sun (1968-1969)
  4. the sound of music in my ears (1970-1971)
  5. playing different tunes (1972-1973)
  6. running over the same old ground (1974-1975)
  7. a certain unease in the air (1976-1977)
  8. the show must go on (1978-1985)
  9. a new machine (1986-1993)
  10. the nights of wonder (1994-2006)

Voor de biografie drie sterren. Maar als koffietafelboek vijf.

Pink Floyd 1971

zaterdag

Mensen buigen gebroken regels

De immer goed geïnformeerde weblog Bob Dylan in het Nederlands (tip voor de Dutch Bloggies 2009) meldt vandaag dat Bob Dylan (wederom) is genomineerd voor de Nobelprijs voor de literatuur. Dat is al de zoveelste keer en die prijs zal deze keer ook wel weer naar een ander gaan, maar daar gaat het nu even niet om. De bron van het bericht is een tekst in het Deens. Ten gerieve van de lezers die het Deens niet voldoende machtig zijn stelt de website een vertaling in het Nederlands beschikbaar, een vertaling die via zo'n online vertaalservice tot stand kwam. En ik moet toegeven, ik ben onder de indruk van de kwaliteit van die vertaling. Die vertaalservices worden kennelijk steeds beter.

Dat brengt mij op de gedachte om eens een tekst van een liedje Bob Dylan te laten vertalen vanuit het Engels naar het Nederlands. Sommige van die teksten zijn zo poëtisch, zo ondoorgrondelijk, vaak zo onverstaanbaar, dat elke hulp die ik kan krijgen welkom is om beter te begrijpen waar het nu eigen allemaal over gaat. En wie weet geeft zo'n vertaling me nieuwe inzichten. Laten we het eens proberen. Everything is Broken lijkt me een goede kandidaat. Nooit wat van begrepen.


Gebroken lijnen, gebroken snaren,
Gebroken draden, gebroken veren,
Broken idolen, gebroken koppen,
Mensen slapen in gebroken bedden.
Is geen gebruik jiving
Is geen gebruik grapje
Alles is gebroken.

Gebroken flessen, gebroken borden,
Broken switches, broken gates,
Broken gerechten, gebroken onderdelen,
Straten zijn gevuld met gebroken harten.
Gebroken woorden nooit bedoeld om te worden gesproken,
Alles is gebroken.

Lijkt elke keer dat je stopt en omdraaien
Iets anders net de grond raken

Broken cutters, gebroken zagen,
Broken gespen, gebroken wetten,
Broken organen, gebroken botten,
Broken stemmen op de beschadigde telefoons.
Haal diep adem, voel je alsof je smoren,
Alles is gebroken.

Elke keer als je verlaten en ga ergens af
Things Fall To Pieces in mijn gezicht

Broken handen op gebroken ploegen,
Broken verdragen, gebroken geloften,
Broken buizen, gebroken gereedschap,
Mensen buigen gebroken regels.
Hound dog gehuil, stier kikker kwaken,
Alles is gebroken.

Ik ben onder de indruk! Het levert een aantal buitengewoon mooie dichtregels op, waarvan ik "Mensen buigen gebroken regels" de mooiste vind.

Maar ik snap er nog steeds helemaal niets van. En dat is bij nader inzien eigenlijk helemaal niet erg; dat houdt de spanning erin. Ik beschouw het maar als een verzameling gebroken woorden, nooit bedoeld om te worden gesproken.

vrijdag

Inefficiëntie is zo gek nog niet

... of hoe je van de nood een deugd kan maken

Op dit weblog schrijf ik zo heel af en toe iets over projectmanagement. Gewoon, over min of meer alledaagse dingetjes die bij mij op de een of andere manier associaties oproepen met dat vak. Maar waarschijnlijk door het volkomen ontbreken van enige focus in dit weblog bereiken die stukjes slechts een kleine groep lezers. Is niks mis, zo werkt dat.

Om toch een wat breder publiek te bereiken heb ik een opiniërend artikel geschreven, dat is voorgelegd aan het goed gelezen IT-vakblad Computable, en vandaag hebben ze dat artikel geplaatst op hun website. Gaat over wat meer onorthodoxe technieken om projecten op de rails te houden. En nu maar hopen dat het tot veel reacties zal leiden.

donderdag

Collectief individualisme

Bij het begin van de twintigste eeuw hadden we in Nederland nauwelijks sociale voorzieningen. De maatschappij functioneerde zonder sociale wetten, het begrip collectiviteit had uitsluitend binnen kerkelijke kringen enige betekenis. Dat moeten nog eens tijden zijn geweest! En tijdens die eeuw hebben we met veel succes een heel circus opgetuigd: de AOW, de bijstand, kinderbijslag, de WW, de WAO, de Ziektewet. Voor elk inkomensrisico kwam wel een collectieve verzekering. En blij dat iedereen daarmee was! Iedereen was het erover eens: ons sociale systeem was een systeem om trots op te zijn.

Maar bij het begin van de eenentwintigste eeuw blijkt die trots te hebben plaatsgemaakt voor ergernis. De maatschappelijke draagkracht voor die voorzieningen kalft af. Ik regel mijn zaakjes zelf wel, is de gedachte die steeds meer aanhang krijgt.

Dat lijkt nu ook een trend te worden in de arbeidsrelatie. In veel branches hebben CAO's al plaatsgemaakt voor individuele arbeidsovereenkomsten. En vanmorgen las ik in de Volkskrant dat CAPgemini een volgende stap heeft gezet: in plaats van een collectieve ontslagaanvraag in het kader van een reorganisatie, sluiten ze nu enkele honderden individuele beëindigingsovereenkomsten af. Komt geen kantonrechter meer aan te pas. Het failliet van de collectiviteit. Ons hele sociale systeem was gebaseerd op de solidariteitsgedachte. Maar die solidariteit valt weg. En daarmee valt de bodem onder ons sociale systeem. We gaan naar een ieder-voor-zich-maatschappij, een maatschappij waarin we mensen die wat minder geluk hebben aan hun lot overlaten: "eigen schuld, hadden ze maar geen pech moeten hebben." Of hebben we straks nieuwe sociale netwerken in de rol die honderd jaar geleden door de kerken werd vervuld?

Zonder dat we het merken worden we worden met zijn allen steeds individueler.

dinsdag

Noel en Liam

het nieuws van het uiteengaan van Oasis maakt indruk op de Führer.