zondag

Harmonieuze diversiteit

1969 in muziek, aflevering 7

Crosby, Stills & NashCrosby, Stills & Nash

In de zomer van 1968 kwam het trio bij elkaar. David Crosby was uit The Byrds gestapt -hij kon niet overweg met de dictatoriale leiding van Roger McGuinn-, Stephen Stills had vlak daarvoor zijn band Buffalo Springfield uiteen zien vallen (zie: Young) en Graham Nash besloot zijn Engelse pophit-machine The Hollies, op dat moment op toernee in Californië, vaarwel te zeggen en bleef hangen.

Ook Paul Kantner, gitarist en leider van Jefferson Airplane, deed mee. Maar hij zag het als een aardigheidje en wilde zijn succesvolle eigen band niet opgeven voor een onzeker project.
Met zijn viertjes gingen ze de studio in, om meer dan een half jaar te werken aan hun eerste elpee. Getalenteerde muzikanten, met individuele trackrecords om u tegen te zeggen, en allemaal gefrustreerd vanwege de ervaringen van het spelen in een band waarin altijd meningsverschillen speelden. Drie ambitieuze zangers, drie begaafde song-writers bij elkaar, een bijzondere combinatie. Ze organiseerden hun project ook op een bijzondere manier: het werd geen nieuwe band, ieder zou zijn eigen dingetjes kunnen blijven doen als hij daar zin in had. Er kwam dus ook geen band-naam, om te voorkomen dat wanneer er ooit iemand uit zou stappen dat de rest dan gewoon door zou kunnen gaan onder de oude naam. Dat had Crosby bij de Byrds meegemaakt en Nash bij de Hollies. Die laatste beslissing hadden ze trouwens nog niet genomen toen de foto werd gemaakt voor de hoes van de elpee, want dan hadden ze in een andere volgorde gaan zitten (nu zie je van links naar rechts Nash, Stills en Crosby).

Crosby kwam met de zeg maar wat vagere liedjes, atmosferische beschouwingen. Stills zat meer in de folk-traditie en Nash was natuurlijk een kanjer in het schrijven van liedjes die het op de radio erg goed deden.
In mei 1969 kwam de elpee uit en die sloeg wereldwijd in als een bom. Het was dan weliswaar een debuutalbum, maar de publiciteit was enorm vanwege de al gevestigde status van de individuele leden. Het begrip "supergroep" deed zijn intrede. Marrakash Express werd de eerste single, en die deed het over de hele wereld prima. En dat gold ook voor de verkoopcijfers van de elpee.

Nash, Young, Stills en CrosbyDe elpee moest natuurlijk gepromoot worden en dat betekende optredens. Maar dat viel niet mee in deze bezetting. Stephen Stills had in de studio bijna alle instrumenten gespeeld (alleen voor de drums was er nog Dallas Taylor geweest), maar dat ging natuurlijk niet on stage. Taylor mocht mee achter de drumkit, bassist Greg Reeves werd ingehuurd. En dan was er nog een keyboard-speler of een gitarist nodig. Steve Winwood bleek niet beschikbaar (voor de reden, zie Blind Faith), maar Neil Young bleek een optie. Ondanks de reserves van Stills -die de Buffalo Springfield-perikelen nog vers in het geheugen had- en Nash, die totaal niet overweg kon met Young. Het contract maakte Neil een full partner, met dus ook het recht om aan zijn eigen carrière te blijven werken.

En zo maakten ze hun live-debuut in augustus op Woodstock. Kantner was daar ook, maar met zijn eigen Jefferson Airplane; daar zal hij later nog wel eens spijt van hebben gehad. Met hun messcherpe close-harmony-zang waren Crosby, Stills, Nash en Young de supersterren van het festival. Het maakte van hen de symbolen van de hippie-generatie.

Tracks

Suite: Judy Blue Eyes - Marrakesh Express - Guinnevere - You Don't Have to Cry - Pre-Road Downs - Wooden Ships - Lady of the Island - Helplessly Hoping - Long Time Gone - 49 Bye-Byes

Geen opmerkingen: