zondag

Dusty

1969 in muziek, aflevering 1

Dusty in MemphisDusty Springfield - Dusty in Memphis

Er zijn van die albums die bijna over het hoofd werden gezien toen ze werden uitgebracht, maar die in later jaren langzamerhand toch een klassieke status hebben gekregen. Een van die albums is Dusty Springfield's 1969-meesterwerk, Dusty in Memphis. In eerste instantie genegeerd, later op een voetstuk geplaatst. En daar heeft het tragische overlijden van de zangeres nog aan bijgedragen. Velen beschouwen dit als één van de beste pop-albums ooit gemaakt.

De opnames werden gemaakt in het najaar van 1968 in, de titel verraadt het al, in Memphis. In de American-studio's van platenmaatschappij Atlantic waar al heel veel soul, blues en r&b was opgenomen. De Ierse Dusty had in Engeland de sterrenstatus, met een eigen tv-show, maar in de VS was ze nog totaal onbekend. In een poging om ook transatlantisch aan de weg te timmeren, maakte ze een bijzondere keuze: er moest een nieuw album komen, niet met de veelal Britse popliedjes waarmee ze in Engeland zo succesvol was, maar met Amerikaanse r&b. En waar kun je dat beter maken dan in Amerika?

En zo kwam het. Jerry Wrexler (die eerder met bijvoorbeeld Aretha Franklin en Wilson Pickett had gewerkt) deed de productie. Wrexler verzamelde een stelletje door de wol geverfde lokale muzikanten, the Memphis Cats, en samen met Dusty kozen ze een aantal liedjes uit. En (bijna) alles klopte. Het lukte Wrexler om een volstrekt originele sound te creëren, de muzikanten speelden alles uit de kast, de keus van liedjes bleek een schot in de roos.

Die liedjes waren geschreven door zowel bekende als (toen nog) minder bekende songwriters. Barry Mann en Cynthia Weil, Gerry Goffin en Carole King, Burt Bacharach en Hal David, dat waren songwritersduo's die hun sporen reeds verdiend hadden. Maar Randy Newman bijvoorbeeld, daar had bij wijze van spreken nog nooit iemand van gehoord. Dusty moet Newman's I Don't Want to Hear it Anymore ongetwijfeld hebben gekend van het eerste Walker Brothers-album uit 1965. En Just One Smile was natuurlijk al een hit geweest van Gene Pitney (1966).

Er was eigenlijk maar één probleempje: Dusty was verre van tevreden over haar eigen vocale bijdrage. Zelfvertrouwen was nooit haar kernkwaliteit geweest. Nadat de Memphis-sessies afgerond waren ging Dusty terug naar New York. Ze twijfelde zo over haar stem dat ze de platenbazen ervan kon overtuigen dat ze de liedjes opnieuw zou moeten inzingen. Dat gebeurde in New York. En het zijn die opnames die uiteindelijk op het album terecht kwamen. Niks Dusty in Memphis dus eigenlijk.

Het album kwam eerst in de VS uit, in januari 1969. Toen stond Son of a Preacher Man al hoog in de hitlijsten. Die single was al een paar weken eerder uitgebracht. Verkoopcijfers voor de elpee waren er nauwelijks, de hoogste notering was nummer 99 in de Amerikaanse Billboard-elpee-top 100. In april kwam Dusty in Memphis ook in het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa uit, en ook daar nauwelijks verkoopsucces.

Maar dat kan niet aan de kwaliteit van het album hebben gelegen. Althans, dat vind ik. Het is al jaren een van mijn favoriete cd's, een cd die ik heel veel luister. Gaat standaard mee op elke vakantie. Ik heb de 1992-uitgave, gekocht in een warenhuis in White Plains, NY. Dat was toendertijd een van mijn eerste cd's.
Het album heeft Dusty nooit het Amerikaanse succes opgeleverd waar ze naar op zoek was. Haar carrière kwam in een jarenlange neerwaartse spiraal, met vooral veel alcohol, cocaine, ruzies, hotelkamerverbouwingen waar de vrolijke jongens van The Who nog wat van zouden kunnen leren. Pas in de late jaren negentig zou ze weer opnieuw successen kennen, nadat de Pet Shop Boys haar vroegen voor hun What Have I Done to Deserve This. Maar dat mocht niet lang duren, in 1999 overleed ze aan borstkanker.

Jerry Wrexler zou als producer in 1978 nog een keer een Dusty-in-Memphis-kunstje uithalen: een album produceren van iemand die al de sterrenstatus had, maar die een andere weg wilde inslaan: Bob Dylan's Slow Train Coming.

In de categorie trivia: tijdens de opnames in Memphis deed Dusty een goed woordje voor John Paul Jones, met wie ze in Engeland altijd prettig had samengewerkt. John Paul was net begonnen met een nieuw bandje en was op zoek naar een contract met een platenmaatschappij. Dusty wist de Atlantic-bazen zover te krijgen dat ze dat bandje een $ 200,000-contract aanboden, zonder ooit hun muziek te hebben gehoord. En zo kwam het dat Led Zeppelin -want daar gaat het over- bij Atlantic terecht kwam.

Geen opmerkingen: