zaterdag

The Band

1969 in muziek, aflevering 5

the BandThe Band

In 1965 besloot Bob Dylan om niet langer alleen maar akoestisch op te treden; hij had een elektrische band nodig om te toeren, en die vond-ie. Hij nam the Hawks in dienst, tot dan toe de begeleidingsband van Ronnie Hawkins. En die jongens van de band bleven na die toernee hangen rond Bob. Dylan kocht een huis in Woodstock en de jongens van de band kochten een huis iets verderop in Woodstock (dat huis heette Big Pink). Dylan stopte met toeren en de jongens van de band stopten ook met toeren. Dylan stak nog wel eens over om te repeteren in de kelder van het huis van de jongens van de band. Ze noemden zichzelf The Band. Van Dylan leerden de jongens van de band hoe ze zelf hun liedjes konden schrijven. Pianist Richard Manuel was de snelste leerling: hij componeerde in no-time een stel liedjes, gitarist Robbie Robertson deed ook een flinke duit in het zakje. Omdat ze ook nog een paar Dylan-composities mochten gebruiken hadden ze voldoende materiaal om een elpee te maken. Want ze waren dan weliswaar de begeleidingsband van Bob Dylan, maar omdat de grote baas niet optrad viel er niet veel te begeleiden. En de schoorsteen moest toch roken. En die elpee kwam er ook: Music from Big Pink (1968) was erg succesvol. Maar in 1969 toerde baas Bob nog steeds niet, en dus moest er een opvolger komen. En die kwam er ook. Deze keer was het gitarist Robbie Robertson die de liedjes schreef.
Dat tweede album is hun meest klassieke album geworden, het album waarmee de vier Canadese jongens (naast Robertson en Manuel waren dat organist Garth Hudson en bassist Richard Danko) en een southern boy uit Arkansas, drummer Levon Helm, definitief naam maakten.
De opnames waren in het voorjaar In Los Angeles. Daarna ging The Band zelf toeren. Ze speelden bijvoorbeeld in augustus op het Woodstock-festival. In september kwam de elpee uit. Het prijsnummer was The Night They Drove Old Dixie Down, een civil war-song die zo uit de jaren zestig van de negentiende eeuw afkomstig leek. De Canadees Robertson bleek de gave te hebben om originele liedjes te schrijven die perfect in de Amerikaanse traditie passen. Up on Cripple Creek is ook zo'n song. Over de goudkoorts in Colorado zo rond 1890. En King Harvest (Has Surely Come), over een landarbeider die zich bij een vakbond aansluit. Rock 'n roll in een nieuwe dimensie: dit album is de geboorte van mainstream-Americana.
De reviews waren oorverdovend positief. En nog steeds: op de lijstjes van beste-albums-ooit staat The Band steevast hoog genoteerd. En terecht. Prima album, prima liedjes, puik gespeeld. Veel van de liedjes van dit album zouden nog jarenlang op het live-repertoire van The Band blijven, tot en met hun (eerste) zwanenzang in 1976, The Last Waltz.

Tracks

Across the Great Divide - Rag Mama Rag - The Night They Drove Old Dixie Down - When You Awake - Up on Cripple Creek - Whispering Pines - Jemima Surrender - Rockin' Chair - Look Out Cleveland - Jawbone - The Unfaithful Servant - King Harvest (Has Surely Come)

1 opmerking:

Karl zei

Wat mij betreft met gemak het beste album van 1969. En dat zeg ik niet omdat ik zo'n kenner van dat jaar ben, maar simpelweg omdat deze muziek maar met moeite te overtreffen valt.