zondag

Space Oddity

David Bowie 1969Op zaterdag 30 augustus 1969, vandaag dus exact veertig jaar geleden, zag ik David Bowie voor het eerst. Op de tv, in het AVRO-programma Doebidoe (gepresenteerd door Chiel van Praag), de voorloper van Toppop. Hij playbackte Space Oddity, dat op dat moment in de tipparade stond.

Het was prachtig! Broodmager jongetje, krullenkop, zittend op de grond, op een soort verhoginkje, met zijn akoestische gitaar. En hij keek heel lief in de camera. Zo schattig.

Ik was verkocht: vanaf dat moment was er nog maar één ding dat ik echt wilde: gitaar spelen. Er kwam flink wat overredingskracht aan te pas, maar een paar maanden later mocht ik op muziekles, waarvoor ik overigens wel mijn beginnende voetbalcarrière bij Concordia Hillegom moest inruilen. Het was het één of het ander. Nooit spijt van gehad.

De Doebidoe-opname is jammergenoeg niet bewaard gebleven. Maar gelukkig hebben we de foto's van fotograaf Jacob Krant nog.

David Bowie 1969Daar is iets vreemds mee: hij houdt zijn gitaar vast alsof hij linkshandig is. Dat is-tie ook wel, maar hij speelt altijd rechts! Zou hij dan speciaal voor de foto zo hebben geposeerd, of zouden de foto's gespiegeld zijn afgedrukt? Ik heb geprobeerd op de plaatjes te ontdekken of hij die gitaar ondersteboven vasthoudt, maar daar kom ik eerlijkgezegd niet goed uit.

Nou heb je bij Bowie natuurlijk het gegeven van de twee zo verschillende ogen. Het gekke is: dat lijkt op deze foto's te kloppen!

De enige verklaring die ik kan bedenken is dat de fotograaf David per se vanaf deze kant in beeld wilde hebben, gelet op het licht, en dat het voor de compositie van de plaatjes belangrijk was dat hij de gitaar linkshandig vasthield. Of liever gezegd omarmde. Als beginnend artiest moet je je kennelijk heel wat laten welgevallen.

Het Doebidoe-mysterie.

1969 in muziek

Terug naar Oegstgeest

CorpusWe hadden nog een afspraak staan uit juli vorig jaar: een bezoek aan Corpus 'reis door de mens' in Oegstgeest. De poging van toen was mislukt, we hadden ons niet tevoren aangemeld-en dat moet wel- en Liz was pas zeven terwijl de minimumleeftijd voor toegang acht jaar is.

Liz had daarna nog maar één reden om acht jaar te worden, een doel dat ze afgelopen week bereikte. Het hernieuwde bezoek was al lang vooraf gepland en vanmiddag was het dan zover. Om kwart voor twee meldden we ons bij de kassa voor onze reis door de mens die om kwart over twee begon.

Die reis bestaat uit twee gedeelten: eerst een audio-visuele rondleiding, daarna een veel speelsere vrije ontdekkingstocht. Het audio-visuele gedeelte is volledig geregisseerd, tot op de seconde. Onze groep (#35) vertrok om 14:18.30' -na een akoestisch signaal- met een roltrap naar de knie. En vijfenvijftig minuten en veertien seconden later verliet onze groep de hersenen. Een hele reis in het donker, langs allerlei monitoren, licht- en geluidseffecten, 3D-films. Veel techniek, en alles werkte. We hadden allemaal oortjes op en onderweg gaf Edwin Rutte duidelijk uitleg. Over spieren, bloed, het ontstaan van leven, over de spijsvertering, over longen, lever, nieren, zintuigen, alles kwam voorbij.

Het tweede gedeelte is een vrije wandeling langs diverse zwaar gesponsorde afdelingen. Ziektekostenverzekeraars, fabrikanten van vitaminepreparaten en geneesmiddelen, leveranciers van home-trainers, allemaal probeerden ze duidelijk te maken hoe belangrijk hun producten en diensten zijn voor het welzijn van de mens. Ik heb zelden zoveel goede en welgemeende gezondheidsadviezen gekregen als tijdens deze wandeling. Duurde al met al ook ongeveer een uur.

Het hele bezoek was erg leuk. Het meest indrukwekkend vond ik het uitzicht over de duinstreek vanaf de koffiecorner op de zesde etage: het hele gebied van Den Haag tot Zandvoort lag aan mijn voeten.

Eén keer schieten

One Shot - Tin Machine

Youtube blijkt een bijna onuitputtelijke bron te zijn van allerlei heel bijzondere filmpjes. Op zoek naar eventuele beelden van Tin Machine's optreden in Parijs -nog niet gevonden overigens-, vond ik een video van Tin Machine waarvan ik het bestaan niet kende: One Shot.

Van het tweede Tin Machine-album (1991) waren al twee singles verschenen: Baby Universal en You Belong in Rock 'N' Roll. Allebei in zo'n fraai rond blik. Op de planning stond nog een derde single. Maar nadat Bowie de stekker uit het Tin Machine-project had getrokken, kwam die single er nooit meer. Althans, niet in het Verenigd Koninkrijk; in sommige Europese landen kwam de single wel uit, maar zonder veel succes. De video en de alternative take van One Shot gingen op de plank. En liggen daar dus nog stof te vergaren.

Maar dan is daar Youtube. Geweldig!

Bowie in een groen pak!

Op de live-beelden, gemaakt tijdens de It's My Life-tour van Tin Machine, zien we als extra gitarist Eric Schermerhorn. Die opnames lijken te zijn gemaakt op LAX, de luchthaven van Los Angeles. Maar laat je niet bedotten door de beelden: de muziek is niet live, maar komt uit de studio.

zaterdag

Obscure covers

David BowieHeel veel collega-artiesten hebben liedjes van Bob Dylan gecoverd. Tientallen, honderden. En David Bowie heeft natuurlijk ook wel eens liedjes van andere artiesten gecoverd. Maar David Bowie die een liedje van Bob Dylan opneemt, dat is toch iets uitzonderlijks. Ik ken slechts drie gevallen.

Like a Rolling Stone

Het eerste is eigenlijk oneigenlijk: op het allerlaatste solo-album van Mick Ronson, Heaven and Hull, opgenomen vlak voor zijn overlijden in 1993, zingt Bowie Like a Rolling Stone. Dat beschouwen we dus als een opname van Ronson, waarbij Bowie een gastrol vervulde. Telt niet echt mee.

Maggie's Farm

Ook met de tweede cover is iets aan de hand. Tijdens de eerste korte tournee met zijn band Tin Machine stond Maggie's Farm op het repertoire. Een opname uit Parijs (25 juni 1989) kwam in het Verenigd Koninkrijk uit op cd-single. En daar zijn er niet veel van verkocht (eufemisme). Daarna nooit meer heruitgegeven; niet meer verkrijgbaar, collector's item dus. Klik hier om het te beluisteren.

Is voornamelijk een bak herrie. Komt vooral door die verschrikkelijke drummer, die er met al zijn cymbals een grunge-chaos van maakt.

Tryin' to get to Heaven

Blijft over één andere cover, en daar is ook wat mee. Dat betreft een studio-opname uit 1998 van Dylan's Tryin' to get to Heaven. Het was bedoeld als bonustrack voor een live-album van de Earthling-tour. Maar dat live-album is er nooit gekomen en tsja, wat heb je aan een bonustrack als er geen cd is? Op de plank dus, shelved. In oktober 1999 kwam de opname via-via in handen van een Spaans radiostation, DOS 84, waarschijnlijk via een promo-cd in het kader van het "...hours"-album. Het radiostation publiceerde het liedje op de website, en van daaraf kon het -even- worden gedownload. En dat was het dan. Nooit officieel uitgebracht.

En Franz heeft het! Klik hier om het te beluisteren.

Het klinkt niet als een vluggertje in de studio: Bowie heeft de moeite genomen om aan het arrangement te werken, en gitarist Reeves Gabrels krijgt volop de ruimte voor zijn eigen dingetjes. Bowie zingt vol overgave, er zit dynamiek in. Kortom: dit is een serieuze opname. En wat mij betreft een geslaagde cover.

woensdag

Friends and Neighbors

Vandaag hoog bezoek in Den Haag: Yves Leterme, de Belgische buitenlandminister, kwam verhaal halen bij Maxime en JP over de Westerschelde. Na afloop van zijn gesprek met Maxime was Leterme optimistisch onder voorwaarden: "Buren ben je door geografie, vrienden word je door goed met elkaar om te gaan en vrienden blijf je door afspraken na te komen". Of zoiets. Bob Dylan bracht dat zelfde gevoel ooit nog mooier onder woorden: “Neighbors are defined by distance, but no distance can keep friends apart. They say that good fences make good neighbors." Laten we dat hek alvast maar gaan neerzetten, want hoe het Nederlandse kabinet alle gedane toezeggingen, aan de Vlamingen, aan de Zeeuwse boeren, aan de milieubeweging, voor het einde van dit jaar moet gaan waarmaken binnen de door de Raad van State gestelde wettelijke kaders, dat weet niemand. En ondertussen maar vriendelijk lachen naar die Belgen, mosselen serveren en sussende woordjes spreken. Oscar Wilde zei het ooit nog iets plastischer: "A true friend will stab you in the front." En zo is het maar net.

Ontpolderen, die hap!

Hedwigepolder


Zeeland haalt wereldnieuws!
Scheldeverdrag leidt tot
slecht kabinetsbesluit:
Belgen in last.

Er is maar één optie:
polderontpoldering.
Lullig voor boeren, maar
zeker en vast.

>> lees ook: Matje

maandag

Sevmorput

Piepklein berichtje in het Nieuwsblad Transport vandaag:


Rusland stemt in met reis 'om de Noord'
Rusland heeft het licht op groen gezet voor rederij Beluga Shipping uit Bremen om twee schepen de reis 'om de Noord', langs de kust van Siberië, tussen Azië en Europa te laten maken. De zwareladingschepen Beluga Fraternity en Beluga Foresight liggen startklaar in de haven van Vladivostok, de havenstad in het uiterste oosten van Siberië. Ze maken op hun tocht over de Poolzee een tussenstop in Novyy Port, waar ze onderdelen voor een elektriciteitscentrale zullen lossen.

Maar achter dit kleine berichtje schuilt een groot verhaal, het verhaal van de 'Severnii Morskoi Put', afgekort sevmorput. Russisch voor de noord-oost-passage: varen tussen Europa en het Verre Oosten langs de noordpool in plaats van de veel langere route door de Indische Oceaan en het Suez-kanaal. Voor het eerst in de geschiedenis zullen niet-Russische handelsschepen de ijzige tocht maken.

Beluga Shipping was ook vorige zomer al van plan geweest om van de noord-oost-passage gebruik te maken, maar toen kregen ze van de Russische autoriteiten geen toestemming. Nu dus wel. De schepen lagen vanaf 7 augustus klaar om uit te varen. In totaal blijkt het om drie schepen te gaan: de Fraternity en de Foresight zijn uit Korea vertrokken voor een tocht naar Europa. Het derde schip, de Famliy, vaart hen vanuit Moermansk tegemoet tot Novyy Port, aan de monding van de Ob, en zal daar omkeren. En dan varen ze daarna met zijn drietjes naar Europa.

De noord-oost-passage is meestal niet bevaarbaar vanwege het pakijs. Vraag maar aan Willem Barentsz, die in de zomer van 1596 die reis in oostelijke richting probeerde te maken. Die expeditie strandde op Nova Zembla. Er lag ook 's zomers zoveel ijs dat er geen doorkomen aan was. Tot voor een paar jaar bleef dat het geval. Maar sinds drie zomers blijkt er als gevolg van de opwarming van de aarde tussen eind augustus en begin oktober een window te zijn: er is dan zoveel ijs gesmolten dat je met een stevig schip er door kunt. En dat gaan ze nu dus ook doen.

zondag

Om in te lijsten

[scorebordjournalistiek: de stand spreekt voor zich]

vrijdag

Speurmonnik

Umberto Eco - De naam van de roosUmberto Eco - De naam van de roos (1980)

Toeval bestaat niet: de dag voordat de dwarse man meldt dat augustus de herleesmaand is en dat hij Eco's grote romans met plezier herleest, had ik De naam van de roos weer eens uit de kast gepakt. En daar heb ik zoals verwacht geen spijt van gekregen.

Blijft een bijzondere roman. Het is een misdaadroman, maar het is veel meer dan een whodunnit. Het gaat over een detective die er niet in slaagt om de zaak op te lossen. Sherlock Holmes, vermomd als monnik in de veertiende eeuw, loopt met zijn side-kick zeven dagen hopeloos achter de feiten aan, in een Italiaans klooster hoog in de Alpen. En uiteindelijk brandt de hele tent af. Eén keer lezen is voldoende om de plot te kennen. En dan is er natuurlijk nog die film die ik ook al tig keer heb gezien. Dus om die plot gaat het niet.

Maar wat is het dan, dat het zo aangenaam maakt om het te herlezen? Voor mij, als liefhebber van non-fictie, is dat vooral de historische setting, de kosmos waarin het verhaal is geplaatst. De politieke strijd aan het begin van die veertiende eeuw tussen de paus in Avignon en de keizer in München, tussen de Italiaanse steden en de Kerk, tussen inquisiteur en ketters. Kortom: de roman is ook een fascinerend geschiedenisboek. En omdat het verhaal geschreven is vanuit het perspectief van een verteller die persoonlijk getuige was van de gebeurtenissen, biedt het ook een boeiend beeld van de logica en de filosofie van die tijd. Waarbij ik bijvoorbeeld geniet van de waarlijk verlichte ideeën over de scheiding van kerk en staat die speurmonnik William van Baskerville uiteenzet tijdens het dispuut.

Het aantrekkelijke van dit boek is niet in de eerste plaats het verhaal, het is veel meer de beschrijving van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Maar het is natuurlijk ook weer niet zo dat elke historische roman die in de veertiende eeuw is gesitueerd automatisch een goede roman is; het moet wel goed geschreven zijn. En dat zit bij Umberto Eco ook wel goed. Vandaar dus zeer herleesbaar.

dinsdag

The Harlem Shuffle en de Gentleman Loser

We zijn weer in Haarlem. Gisterenmorgen om negen uur reden we vrolijk weg uit Héviz, met het voornemen om in twee dagen naar huis te rijden. Onderweg zouden we ergens een hotel zoeken om te overnachten. Ik had gepland dat we aan het einde van de middag in Beieren zouden zijn, en dan zouden we daar wel zien. Mijn plan klopte: zo rond half zes waren in de regio Oberfranken, iets voorbij Neurenberg, en we besloten dat het tijd was om een plekje te vinden. Dat bleek onverwacht niet eenvoudig.

Grunau Hotel BayreuthMijn navigatiesysteem heeft zo'n handige functie: "POI nabij cursor". Klinkt als ingewikkelde geheimtaal, maar blijkt na bestudering van de gebruiksaanwijzing een zoekmogelijkheid te zijn naar points of interest, in categorieën als restaurants, tankstations, hotels, in de nabijheid van je huidige positie. Daar maakten we dus enthousiast gebruik van. En zo kregen we een lijst met alle hotels van Duitsland, oplopend gesorteerd op rijafstand vanaf waar we waren. Eén voor één reden we ze af en we werden niet vrolijker: de eerste "zag er niet uit", volgens El, "moet je zien: wat een afbraak, daar ga ik niet in!" De tweede op de lijst, in het dorpje met de onvergetelijke naam Schnabelwaid, was het Schlosshotel, dat er geweldig uitzag, "aber leider kein Zimmer frei". De derde, we waren inmiddels in de stad Bayreuth aangekomen (inderdaad: augustus is daar de maand van de Wagner Festspiele), was het Grunau Hotel, een hotel in een afgelegen winkelcentrum, boven een Schlecker-drogist, en dat zag er van dichtbij zeer onaantrekkelijk uit.

We raakten allebei geïrriteerd, gelukkig niet op elkaar. Maar uiteindelijk leek het bij de vierde POI op het lijstje raak: we reden de parkeerplaats op van een prachtig uitziend hotel aan de rand van een vriendelijk dorpje. Overdadige geraniums op de balkons, weinig auto's voor de deur; hier zouden we een aangename zomeravond kunnen doorbrengen. Totdat ik dat kleine bordje bij de ingang van de parkeerplaats zag: "Betriebsurlaub". Dit was het toppunt! We besloten om onze pogingen te staken; we hadden immers in Haarlem een bed? Een beetje moving to the left, moving to the right, even shaken met de tail feather en hup! de autobahn weer op.

Om zeven uur reden we weg uit Bayreuth. Onderweg natuurlijk muziek op. Scott Walker, Bob Dylan (El bleek Nashville Skyline prima te appreciëren, Infidels bleek een Talbrücke zu weit). En toen, heel toevallig én toepasselijk kwam Steely Dan aan de beurt: "Tell me where are you driving, midnight cruiser? Where is your bounty of fortune and fame? I am another gentleman loser, drive me to Harlem or somewhere the same." Toen was het zo rond twaalf uur, in de buurt van Gelsenkirchen.

Om kwart over twee vannacht waren we weer thuis.

zaterdag

De Dotto

In Héviz rijdt een treintje. Geen gewone trein, over rails, waarmee je naar een ander stadje kunt reizen. Nee, Héviz maakt geen deel uit van het Hongaarse spoorwegennet. Het Héviztreintje is een suf toeristending, dat de gehele dag door sukkelend de verschillende hotels en het leliemeer aandoet. Mij krijgen ze er om begrijpelijke redenen niet in. En het is niet eens gratis!?

Toch is het een populaire attractie; telkens wanneer het voorbij rijdt verbaas ik me over het aantal passagiers, dat vrolijk, doch volledig voor paal zittend, het ritje ondergaat. Het treintje zit gewoon altijd vol.

Gisteravond raakten we in het hotel na het diner aan de praat met een aardig Duits stel. Leuke, vlotte mensen, met een over het algemeen zeer gezonde kijk op de wereld: Europa, Oost-Duitsland, de superioriteit van Franse auto's boven Duitse, de sociaal-democratie, over veel zaken waren we het wel eens. Maar ik viel bijna van mijn stoel toen ze ons enthousiast vertelden over de Dotto: daar moesten we écht een ritje mee maken. Zo leuk.

Maar ik ga er echt niet in. Ook niet als Duitsers me dat aanbevelen.

vrijdag

Honing en peper

Het reisdoel van vandaag was Keszthely, een stadje aan de zuidwestpunt van het Balatonmeer. Winkeltjes, terrassen, een 18e-eeuws kasteel en een markt. Erg leuke markt. Beetje jammer dat ze alleen honing en peper verkopen.

Maar wel kleurrijk gelukkig.

Zijn Inter

David Endt - Mijn InterDavid Endt - Mijn Inter (2009)

David Endt (1954) werkt bij Ajax, als teammanager. Hij houdt van voetbal, al zijn hele leven. Hij groeide op in Amsterdam, voetbalde altijd bij Ajax, in de jeugd, in het tweede elftal, bij de zaterdagamateurs, en daarna is hij voor die club gaan werken. En al die tijd, eigenlijk zijn hele leven al, was hij supporter van ..... Inter.

Die hartstochtelijke liefde voor Inter gaat ver. Zo ver dat hij er een boek over heeft geschreven. Een bundel met negentig korte stukjes, chronologisch, allemaal voorzien van een titel en een datum. En in elk stukje zingt hij de lofzang op de nerazzurri, op het San Siro, op de sympathieke oud-spelers, op het gras, op de schoenen van de terreinknecht, op de weduwe van de oud-trainer, op de sociale weldaden van voorzitter Moratti, het houdt niet op. Alles wat ook maar in de verte iets met Inter heeft, kan rekenen op de onvoorwaardelijke sympathie van Davide, zoals hij zich in Italië noemt.

Is dat erg? Niet echt. David is namelijk oprecht in zijn clubliefde. Die bijvoorbeeld zelfs zo ver gaat dat hij bij de Europacupfinale van 1972, Ajax-Inter in Rotterdam, teleurgesteld is dat zijn club het onderspit delft.

Ik deel die liefde voor Inter niet. Ik ben zoals bekend mag zijn een Romanista. En toch heb ik met plezier zijn bundel gelezen. Het is eigenlijk meer een blog dan een boek, wat vooral wordt veroorzaakt door de lengte van de individuele stukjes (zelden meer dan vijhonderd woorden) en door de datum boven elke stukje.

Eén stukje riep mijn ergernis op, Incognito. Dat gaat over de halve finale UEFA Cup 2002, Feyenoord-Inter, waar hij eerst niet naartoe wilde, uit angst dat Feyenoord-supporters hem zouden herkennen en hem vervolgens zouden uitschelden en belagen. Uiteindelijk gaat-ie wel, maar dan vermomd met een bivakmuts en een dikke sjaal. Flauw. En lekker dat het 2-2 werd en dat niet Inter maar Feyenoord naar de finale doorging!

Verder schrijft David vooral over zijn liefde voor de club. Weliswaar zijn alle stukjes geschreven tegen het decor van een bepaalde wedstrijd, maar die wedstrijd zelf blijkt er vaak helemaal niet toe te doen. Dat benadrukt hij door in die gevallen niet eens de uitslag van die wedstrijd te vermelden. Sterk.

Maar uiteindelijk is het een beetje jammer dat het allerlaatste stukje, Pazza Inter amala, eindigt met zijn vreugde over een Inter-goal in de Serie-A-wedstrijd tegen Roma (27 februari 2008), waardoor de wedstrijd in 1-1 eindigt.

Ook al deel je David's liefde voor Inter niet, deze bundel bevat voor veel voetballiefhebbers een aantal mooie stukjes. Al wordt het nooit mijn Inter.

donderdag

Zwemmen tussen de waterlelies

Vandaag hebben we de auto laten staan. Wandelend gingen we naar het meer van Héviz. Dat is een meer dat wordt gevoed door een warmwaterbron. Het water is zo'n 35 tot 37 graden, en je kunt er heerlijk badderen. Er zit nogal wat zwavelachtig spul in dat water en kennelijk vinden waterlelies dat wel prettig, want die drijven uitbundig mee over het wateroppervlak.

Zwemmen tussen de lelies, het is weer eens wat anders. Paarse waterlelies. Romantisch.

Het hele stadje draait op dit meer en de bron. Het busstationnetje is de hele dag een komen en gaan van dagjesmensen. Om te kunnen zwemmen in het meer moet je een kaartje kopen, waarbij je kunt kiezen tussen een kaartje voor een paar uur en een dagkaart. (Wat ik me dan altijd afvraag is hoe ze controleren dat je niet de hele dag in het water blijft, ook al heb je maar een kaartje voor drie uur, maar dit terzijde.) Vooral inheemse bezoekers, opvallend weinig buitenlandse toeristen. Al worden wij in de lokale horeca wel steevast in het Duits aangesproken. Op de een of andere manier zien ze dat El en ik geen Hongaren zijn.

Wat me vooral opvalt aan deze streek in Hongarije: op elke straathoek een tandartsenpraktijk, en boob jobs bij nagenoeg elke vrouw van onder de dertig. Verder valt op dat de rente hier nogal hoog staat: banken adverteren met hypotheekrentes van 11%. Kennelijk hebben ze de economie hier nog niet helemaal onder controle. En zolang die rente nog zo exorbitant hoog is, zal Hongarije de euro nog niet kunnen/willen/mogen invoeren. Maar ze doen wel hun best.

Matje

In een steeds verder integrerend Europa gebeuren af en toe dingen waarbij je je afvraagt in welke eeuw we momenteel leven. Zo las ik zojuist dat de Nederlandse ambassadrice voor België op het matje is geroepen bij de Vlaamse minister-president Kris Peeters. Om tekst en uitleg te verschaffen over waarom Nederland het Scheldeverdrag niet uitvoert. En dat ze op het matje moet komen is volkomen terecht, want afspraak is afspraak, vind ik.

De haven van Antwerpen is natuurlijk afhankelijk van de doorvaartmogelijkheden op de Westerschelde. Want zonder die Westerschelde geen schepen, en zonder schepen geen haven. En laat die Westerschelde nu zowel aan de noordzijde (Walcheren, Zuid-Beveland) als aan de zuidzijde (Zeeuws-Vlaanderen) door Nederland stromen. Dat schept verplichtingen ten opzichte van onze zuiderburen. En het is een kwestie van fatsoen om die verplichtingen na te leven.

Het is op zich al een rariteit dat die zuidelijke oever Nederlands gebied is, en niet Vlaams. Een overblijfsel uit de periode van de Tachtigjarige Oorlog, toen de Staatse troepen onder leiding van Maurits dat stuk Vlaanderen op de Spanjaarden veroverden. En het dus nooit meer hebben teruggegeven. Net zoals het noordelijke deel van Brabant. Om het over het gedeelte van Limburg dat nu tot Nederland behoort maar niet te hebben. De agressieve verdedigingsdrift van de Republiek der Verenigde Nederlanden heeft Nederland aan de zuidgrens (en dus de noordgrens van België) opgezadeld met drie vreemde constructies: een gesplitst Vlaanderen, een gesplitst Brabant en een gesplitst Limburg.

En juist nu, in een periode dat we in Europa eindelijk zover komen dat we de onderlinge internationale problemen proberen op te lossen in een steeds effectiever samenwerkingsverband, nu dit weer: Nederland en Vlaanderen maken afspraken over het beheer van de Westerschelde, en dan komt Nederland die afspraken niet na; schande!

Opvallend is overigens wel dat dit punt in België op gewestelijk niveau (Vlaanderen dus) wordt bestuurd, en niet op federaal niveau. Langzaamaan bekruipt me het gevoel dat de integratie van Europa, waarbij dus steeds meer beleid op een hoger niveau tot stand komt, hand in hand blijkt te gaan met de een of andere vorm van decentralisatie, waarbij weer andere beleid juist weer dichter bij de basis komt te liggen. Niet alleen het rookbeleid in de café's in Passau, maar dus ook de belangen van de Antwerpse haven. Centralisatie en decentralisatie tegelijkertijd.

In Nederland snappen we dat nog niet. Gemeenteraden achten we geen knip voor de neus waard, Provinciale Staten zijn uit de tijd en volstrekt overbodig. En ons nationale Parlement is bevolkt met zakkenvullers en nietsnutten. Om van die profiteurs in Brussel en Straatsburg maar te zwijgen. Het lijkt erop dat "de" Nederlander van mening is dat hij helemaal geen openbaar bestuur nodig heeft: "Je hebt er helemaal niks aan, ze zitten daar alleen voor der eigen. Ik regel me zakies wel zelf, als het erop aankomt."

De Nederlandse ambassadrice zal wel iets hebben gestameld over een vergunning en het milieu en de Raad van State en zo. En dat zij er ook allemaal niks aan kan doen. En dat ze het ook liever anders had gezien. "Maar ja, Nederland is een rechtsstaat en dus kunnen we niet anders." Nogmaals: schande!

Ik wil niet zover gaan om ervoor te pleiten om Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant en Limburg over te dragen aan België. Maar waarom niet eigenlijk? Het zou in elk geval het vergelijkbare Vlaams-Nederlandse dispuut over de IJzeren Rijn direct al oplossen.

woensdag

Borok

Vandaag waren we in Badacsony, het centrum van de regio waar veel uitstekende Hongaarse wijn vandaan komt. We kwamen terecht bij wijnbouwer Horváth Pince, die ons in no-time volgoot met allerlei lekkere glazen bor. Want zo blijkt wijn in het Hongaars te heten. Eigenlijk was het dus borok, want dat is het meervoud van bor.

Hij hield pas op met nieuwe soorten aanbieden toen ik hem uitlegde dat ik nog moest rijden. Dat begreep hij maar ten dele: "Aber die Dame fahrt doch nicht. Dan kann Sie doch noch prüben!?", en hup! daar kwam de volgende pinot-gris al weer aan.

Uiteindelijk gingen we met zes tweeliterflessen het borokház weer uit. Vier verschillende soorten. Geslaagde onderneming.

dinsdag

Limburgse animositeit geëxporteerd

Opvallend gevolg van die steeds verdergaande Europese integratie: Roda-fans hebben een beeld laten plaatsen in het centrum van Veszprém, om daarmee kennelijk uiting te geven aan hun ongenoegen over de ooit voorgenomen -maar inmiddels afgeblazen- fusie.

maandag

De trekzak

Vanmiddag waren we in Herend, een klein stadje gelegen tussen Urkut en Harskut (ik kan er ook niks aan doen, daar ligt het nu eenmaal), waarvan de lokale economie geheel draait op keramiek en kristal. Keramiekwinkeltje naast kristalwinkeltje naast porceleinmuseum naast keramiekwinkeltje. Lekker duidelijk. We hebben ze allemaal bezocht (zucht).

de accordeonIn het laatste winkeltje aan de rand van het stadje hadden ze niet alleen vazen, koppen en schotels, maar ook "antiek". Ouwe zooi dus. En tussen dat antiek lag een zeer stoffige accordeon. Die wilde ik dus wel erg graag hebben. Het apparaat ziet eruit alsof het al flink wat hartstochtelijke zigeunerfeesten van heel dichtbij heeft meegemaakt. Het lukte me om nog aardig wat af te dingen van de toch al niet al te gekke prijs. Keurig verpakt in een kartonnen doos staat-ie nu achter in de auto. Mijn vingers jeuken om hem te gaan proberen. Maar dat kan ik hier op de hotelkamer eigenlijk niet maken...

Hoe bespeel je eigenlijk zo'n ding? Voor de melodie zijn er de toetsen aan de rechterkant, voor de begeleiding zijn er de voorgeprogrammeerde akkoorden onder de knoppen aan de linkerkant. Dat wordt nog flink wat oefenen.

zondag

Het leven van een gitaargod - seks, drugs & rock 'n roll

Eric Clapton - de autobiografieEric Clapton - de autobiografie (2007)

Van de god van de vader van Jan Siebelink naar de gitaargod van de blues is een hele stap. Een stap die misschien wel te groot is om in één dag te maken. Toch maakte ik die stap vandaag.

Eric Clapton heeft twee jaar geleden zijn autobiografie gepubliceerd. Ik ben altijd een beetje terughoudend wanneer muzikanten of voetballers of zo hun autobiografie gaan schrijven. Die lui kunnen goed muziek maken of goed voetballen, maar kunnen meestal nauwelijks lezen of schrijven. En dat hun leven nou zó interessant is dat we alle details ervan willen weten?

Maar Clapton kan schrijven. Dat is de eerste verrassende constatering na het lezen van dit boek. Hij vertelt boeiend over de vele fases van zijn leven. En dat is de tweede verrassing: hij heeft een boeiend leven geleid. Vooral die periodes dat het niet zo lekker met hem ging -en dat waren er vele- zijn zeer lezenswaardig. Het wordt eigenlijk pas klef wanneer hij al zijn demonen lijkt te hebben bezworen, zo vanaf zijn vijfenvijftigste. Dan is-tie van de heroine af, hij drinkt niet meer, hij rookt niet meer, hij is gelukkig getrouwd en heeft allemaal lieve schattige dochters. Teiltje.

Maar wat hij schrijft over de periodes daarvoor, dat is allemaal heavy stuff. Eerst heroine, later alcohol, bijna vijfentwintig jaar van zijn leven kon hij nauwelijks functioneren vanwege zijn verslavingen. Jaloers, onbetrouwbaar, onbehouwen, egoistisch, niet in staat om ook maar één normale relatie te onderhouden. Alleen zijn gitaar, zijn muziek, hield hem in die periodes nog enigszins overeind. Clapton vertelt het allemaal ronduit en eerlijk; hij spaart zichzelf niet.

Ik ben niet echt een fan -ik heb welgeteld één cd van hem in de kast ("Unplugged", wie heeft hem niet)- maar heb dit boek toch met erg veel interesse en plezier gelezen. Een buitengewone autobiografie. Bonuspunten voor Slowhand.

The Legend

Puskás HungaryIn de bioscoop hier in het stadje draaien twee films. De ene is Ice Age 3, die draait denk ik in elke bioscoop over de hele wereld. Maar de andere film, dat is er één die we in de Nederlandse bioscopen niet te zien zullen krijgen. Het is een 2009-film van de Hongaarse filmmaker Tamás Almási. Een biopic over de grootste sportman die het land heeft gekend: Ferenc Puskás. Ik overweeg een -waarschijnlijk kansloze- poging om Erzsépet zover te krijgen er samen naar toe te gaan. Al zullen we het Hongaars gesproken commentaar natuurlijk niet kunnen verstaan, het lijkt me wel wat om Puskás aan het werk te zien. Bestaan er beelden van die (door Hongarije verloren) WK-finale van 1954? En van de Europa Cup-wedstrijden van Real Madrid uit de jaren vijftig?

De poster van de film is prachtig. Kijk eens wat een mooie scheiding de man in zijn haar heeft. En wat dacht je van de leren knikker in zijn handen. Keurig gehurkt op de foto, in zijn smetteloos witte tenue!

Wat elk kind over Dylan zou moeten leren...

Bob Dylan in (het) Nederland(s)Bob Dylan in Nederland: Dylan 1960 - 1980 in 300 woorden

Tom organiseerde een competitie. En ik deed natuurlijk een poging. Is het gelukt? Laat het Tom en mij weten.

zaterdag

IJskoud aan het zwembad

Jan Siebelink - Knielen op een bed violenJan Siebelink - Knielen op een bed violen (2005)

Soms lees je een boek dat je naar de keel grijpt en naar adem doet snakken, een boek waar je al lezend misselijk van wordt en dat je toch niet walgend terzijde schuift.

Zo'n boek is de roman Knielen op een bed violen. Ik heb het in twee rukken (gisteren ruk één, vandaag ruk twee) uitgelezen. Aan de rand van het zwembad op een ligstoel, schaars gekleed bij een lekker temperatuurtje van drieëndertig-klein-nulletje-C. En dit boek zorgde voor de benodigde verkoeling. Of moet ik schrijven verijzing? Want dat is het eigenlijk: een ijzingwekkend verhaal.

de Zwarte ZwadderneelDe roman beschrijft het leven van Hans Sievez en diens bijna levenslange zoektocht naar de ware bevinding van de leer van God. Hij belandt in een sektarisch milieu, helemaal aan de rechterkant van die stroming die we officieel kennen als de bevindelijk gereformeerden, maar die we in het dagelijkse spraakgebruik de zwartekousenkerk noemen. Staphorst, Wekerom, Katwijk, Tholen, dat werk dus, maar dan nog een graadje erger. Die sekte bestaat uit allerlei enge vieze mannetjes, onwelriekend, met de meest uiteenlopende lichamelijke gebreken. Die mannen tonen een schaamteloze liefdeloosheid, een hautain superioriteitsgevoel, een in mijn ogen volkomen misplaatste minachting voor de navolgers van wat zij een dwaalleer noemen. En het leven, het gezin en het bedrijf van Hans Sievez gaan eraan kapot. Zijn zoektocht naar het eeuwige zieleheil beheerst zijn leven, de sekte beheerst zijn dood. Bah. Wat staat dit ongelooflijk ver weg van mijn dagelijkse leven - wat kwellen deze mensen zich op een ongehoorde manier! Alles aan dit boek is koud, kil, verdord, somber. Onbegrijpelijk.

Siebelink heeft gezegd dat hij deze roman heeft geschreven om het geloof van zijn vader te kunnen begrijpen. Ik vraag me af of hem dit is gelukt. Ik snap er in elk geval geen jota van; maar het boek is knap geschreven. Anders zou ik het al na twintig bladzijden weer hebben dichtgeslagen. Walgelijk en fascinerend tegelijk. Een bijzondere roman.

donderdag

Midden-Europees knooppunt

Vandaag waren we in Boedapest. Mooie stad, maar net iets te ver weg, om het met drs P. te zeggen. Drie uur rijden heen en drie uur rijden terug. Maar was desalniettemin zeer de moeite waard. Niet in de laatste plaats door dat geweldige verkeersbord dat we op de terugweg tegenkwamen. Rijdend vanuit Boedapest naar het zuiden op de M7 kwamen we bij het verkeersknooppunt Jószef-hegy, waar het mooiste wegenbord dat ik ooit heb gezien boven de weg hing. Het ging zo snel dat ik er geen foto van heb kunnen maken, dus ik zal het omschrijven:

Rechtdoor: Kroatië en Slovenië.
Rechtsaf: Wenen, Györ, Oostenrijk en Slowakije.
Linksaf: Oekraine en Servië.

De vermelding van Wenen en Györ valt een beetje uit de toon. Het gaat natuurlijk om de landen. Hoezo zitten we hier in het midden van Europa? En waarom zouden er nauwelijks Hongaarse plaatsnamen op vermeld staan? Gaan ze er misschien vanuit dat de automobilisten die Boedapest verlaten zo snel mogelijk het land willen verlaten?

Vakantieprijsvraag

woensdag

Everything is Broken

The Rough Guide to Bob DylanThe Rough Guide to Bob Dylan - Nigel Williamson (2004)

"Nearly four decades ago, he wrote a song called My Back Pages. The world's music journalists appeared to take it as an invitation, for since then there have been literally millions of pages, thousands of chapters and hundreds of volumes analysing his every song lyric and poking into every nook and cranny of his singular life." (page 367).

De samensteller van deze gids wist dus heel goed waar hij mee bezig was: het zoveelste boek over Bob Dylan. Voegt het iets toe aan al die miljoenen bladzijden, die duizenden hoofdstukken, die honderden uitgaven die er al waren? Natuurlijk niet, anders dan dat het de genoemde tellers ophoogt. Voor de statistieken: het boek telt bijna 400 bladzijden, verdeeld over vier secties, met in totaal zestien hoofdstukken. En toch is het flinterdun.

Sectie 1, The Life, is nog het meest interessant. Dit gedeelte is de biografie van Bob. Jaar na jaar, relatie na relatie, album na album komt voorbij. Voor het grootste gedeelte op de manier van "en toen gebeurde er dit, en toen gebeurde er dat." Een kroniek. Geen speciaal thema, geen leitmotiv, alleen maar feiten en feitjes. Voor het merendeel al bekend. Daar is op zich niks mis mee. Maar het grootste nadeel is dat het niet compleet is. Ten tijde van het verschijnen van dit boekje was Dylan's zelfgeschreven Chronicles, volume 1, er nog niet. Williamson weet wel dat er sprake is dat het kort na deze rough guide zou verschijnen, maar hij had er absoluut geen vertrouwen in dat die Chronicles interessant materiaal zou opleveren. Hoe kon hij er zo naast zitten! Hij had nog even moeten wachten met het uitbrengen van deze rough guide, en dan zou hij veel hoofdstukken van deze biografie hebben moeten herschrijven c.q. aanvullen. Met name de periode 1970 (Self Portrait, New Morning) en 1989 (Oh Mercy) zou hij ongetwijfeld hebben veranderd. So much voor sectie 1.

Sectie 2, The Music, behandelt de albums. Wat de samensteller over deze albums weet te melden is ongetwijfeld allemaal waar, maar wederom, veel te weinig. De wikipedia-entries van elk album zijn uitgebreider en beter gedocumenteerd dan wat er in deze rough guide staat. In deze sectie ook een chronologische bespreking van vijftig liedjes. Maar waarom vijftig, en waarom geen twintig of honderd of voor mijn part allemaal (meer dan zevenhonderd)? En ook hier wreekt zich de timing van uitgifte: Tell Tale Signs, deel 8 uit The Bootleg Series was er nog niet, en dus is zo'n beetje alles wat de samensteller meldt over de liedjes van na 1990 zeer onvolledig.

Sectie 3, The Movies, is gewoon een irritant stuk. Dylan mag dan weliswaar een bijdrage hebben geleverd aan diverse bijna allemaal volkomen mislukte films, maar om daar nu een hele sectie van deze gids aan te besteden?

En dan komen we bij sectie 4, Dylanology. Te erg voor woorden. Een lijstje met de adressen waar Dylan ooit heeft gewoond! Een lijst met uit hun verband gerukte citaten uit interviews! Wat bezielt iemand om dit soort trivia in boekvorm uit te geven?

Weet je nu nog niet wie Dylan is, dan intereseert die man je kennelijk niet, en zul je geen plezier beleven aan dit boek. En weet je wel wie Dylan is en wil je wat meer van hem weten, luister dan naar zijn muziek en lees Chronicles. Dit boekje van Nigel Williamson is papierverspilling. Goedbedoeld waarschijnlijk, maar als gids tot het werk van de Minnesota bard volledig mislukt.

maandag

Kuuroord

Hotel Rogner, Lotus Therme HévizWe hebben onze intrek genomen in ons hotel. In de folder zag het er prachtig uit, en in werkelijkheid is het dat ook. Overal gasten in lange witte badjassen, een groot zwembad buiten, een groot binnenbad, diverse thermaalbaden. Kortom: kuuroord.

Niet dat we ziek zijn of gebukt gaan onder hevige aandoeningen. Het is gewoon lekker om de hele dag niets te doen, anders dan een beetje te zonnen, te dobberen in een -licht- radioactief zwavelbad, boekie lezen, glaasje drinken, hapje eten.

zondag

Lokale trots

"Wij hebben gelukkig onze eigen politici hier. En we hebben met die in München niks te maken". De politici in Berlijn noemt hij niet eens. Aan het woord is de uitbater van de bar in ons hotel in Passau. Bij het uitspreken van het woord München trekt hij zijn gezicht in een grimas; alsof hij heel plotseling een vieze smaak in de mond krijgt. Maar dat is snel over wanneer hij met een brede glimlach uitlegt dat vanaf 1 augustus het stringente rookverbod in de bars en café's in Passau is opgeheven. Hij is er duidelijk erg blij mee, heel Passau is er blij mee. En die blijdschap vertaalt zich in trots op de lokale bestuurders die dit toch maar mogelijk hebben gemaakt.

Voor gemeenteraadsleden in Nederland iets om zich achter de oren te krabben. Hoe zouden hun Beierse collega's dat voor elkaar hebben gekregen? Welke Nederlander is trots op zijn gemeenteraad?

zaterdag

Rotterdamse gebakken lucht

In Rotterdam hebben ze andere problemen dan in Amsterdam. Ajax zal het voornamelijk moeten opnemen tegen de veel te hooggespannen sportieve verwachtingen, Feyenoord voert de strijd vooral tegen de verlies- en winstrekening en de balans. Geld dus. De financiële problemen in Rotterdam zijn gigantisch; het is eigenlijk een wonder dat ze nog niet failliet zijn.

De club met het roemrijke verleden heeft een negatief eigen vermogen van zeven miljoen. Dat is dus het bedrag dat overblijft wanneer alle bezittingen (spelers dus) zouden worden verkocht en alle schulden worden afgelost. Maar er blijft niets over. Dat betekent dus dat mochten de schulden worden opgeëist, dat dat dan het definitieve einde van de club zou betekenen. En daarbij gaan we er nog vanuit dat de actuele waarde van de spelers op een reëel niveau is gewaardeerd. Een klein voorbeeldje: één van de balansposten is de Beloftenpool. Staat voor een slordige 7,5 miljoen in de boeken. In die pool zitten de talenten van de A- en B-jeugd, jongetjes dus nog.

Het financiële fundament onder Feyenoord is één grote gebakkenluchtballon. Om tussen nu en 2012 de club te kunnen exploiteren (lees: salarissen en premies betalen, opleidingen bekostigen, etc.) is een opbrengstenstroom van in totaal 74 miljoen aan transfergelden nodig. Vierenzeventig miljoen! Ik bedoel maar: hoe reëel is die verwachting? De spelers zijn enorm overgewaardeerd; dat is nou wat we noemen gebakken lucht. De huidige gekte op de transfermarkt kán niet aanhouden. Zodra de crisis ook het voetbalveld bereikt zal het over en uit zijn met veel clubs. En dus ook met Feyenoord. De gebakkenluchtballon Feyenoord zal binnenkort uit elkaar knallen. Niet omdat iemand er een gaatje in prikt, maar omdat ze hem maar blijven opblazen. Het lijkt alsof de financiële beleidsmakers van de club hun opleiding in Zimbabwe hebben gevolgd.

Daar kan zelfs een Mario Been niet tegenop coachen.

Het is nog niet eens écht begonnen (Heerenveen-Roda 0-0 tellen we natuurlijk niet mee) en het is al weer leuk.