maandag

David Bowie is floating in a most peculiar way

Na London, Toronto, Sao Paolo, Berlijn, Chicago, Parijs en Melbourne is het rondreizende David Bowie Is-circus neergestreken in …. Groningen. Drie maanden is de tentoonstelling David Bowie Is te bezichtigen in het Groninger Museum. Een bijzondere prestatie van de directeur van dat museum, een bijzonder moment in de Nederlandse popgeschiedenis, een uitgelezen mogelijkheid om van een bijzondere tentoonstelling te kunnen genieten. Honderden persoonlijke attributen van Bowie te zien, te ruiken, te bewonderen. Handgeschreven teksten, foto’s, video’s, kleding, decorontwerpen, mooi gepresenteerd in een multimediale setting: niet alleen vision maar ook sound. Prachtig! Je komt van alles tegen: de saxofoon waarmee een 17-jarige David Jones speelde in dat bandje The Kon-Rads, Major Tom’s ruimtehelm, Starman’s tweedelige gekleurde jumpsuit, Brian Eno’s Berlijnse synthesizer, het driedelige kostuum van de Thin White Duke, het ... en het …, niet te vergeten de ... en de …  Ik kan niet ophouden. Lopend door de tentoonstelling wandel je door vijftig jaar cultuurgeschiedenis, waarvan Bowie zowel exponent als vormgever is geweest. De muziek is hierbij niet eens belangrijk, die muziek was kennelijk geen doel, maar slechts een vehikel voor iets breders: mode, geluid, grafische vormgeving, theater, film, architectuur, van alles.

De objecten waar ik het meeste kijkplezier aan beleefde, de zaken die op mij de grootste indruk maakten: Alexander McQueen’s Union Jack jacket,  en Yamamoto’s Tokyo Pop vinyl body suit. Geweldig!

Meest verrassend vond ik het miniatuur model van de Diamond Dogs stage set. En wat jammer dat er maar enkele flarden van beelden bewaard zijn gebleven van die show.


Het bezoek was een bijzondere ervaring, ik ben blij dat ik geweest ben.

dinsdag

Strange Fascination

David Bowie was de meest invloedrijke muziekmaker van onze tijd, van zijn tijd, van mijn tijd. Ik was twaalf jaar toen ik hem voor het eerst op tv zag. Op zaterdag 30 augustus 1969 zat hij in het AVRO-programma Doebidoe, de voorloper van Toppop. Hij playbackte Space Oddity, dat op dat moment in de tipparade stond. Het was prachtig! Broodmager jongetje, krullenkop, zittend op de grond, op een soort verhoginkje, met zijn akoestische gitaar. En hij keek heel lief in de camera. Zo schattig. Ik was verkocht: vanaf dat moment was er nog maar één ding dat ik echt wilde: gitaar spelen. Er kwam flink wat overredingskracht aan te pas, maar een paar maanden later mocht ik op muziekles, waarvoor ik overigens wel mijn beginnende voetbalcarrière bij Concordia Hillegom moest inruilen; het was het één of het ander. Nooit spijt van gehad.
Ik leerde gitaar spelen, maar Bowie zag of hoorde ik pas weer een paar jaar later. Vanaf de elpee Ziggy Stardust was hij weer bij me, na in de tussentijd volledig van de radar te zijn verdwenen. En dit keer bleef hij heel lang, de rest van de jaren zeventig. Bijna alle elpees kocht ik op de dag dat ze uitkwamen. En aan allemaal heb ik bijzondere persoonlijke herinneringen. Diamond Dogs draaide ik vele malen op die oudejaarsavond van 1974 en hielp me dat inktzwarte jaar een plaatsje te geven, de tonen van Young Americans zetten de toon op het balkon van mijn studentenkamer in de Eerste Van Swindenstraat in Amsterdam-Oost na mijn eindexamen, Station to Station hoort bij de colleges Euclidische meetkunde, Low is Noordwijkerhout, 'Heroes' is Lisse, Lodger is Seedorf, bij allemaal heb ik heel duidelijke directe associaties met de belangrijke momenten in mijn leven. Die albums zijn in feite de soundtrack van mijn formative years, meer dan wat dan ook.
Dat hield op in 1980. Mijn studie was klaar, mijn diensttijd zat erop. In augustus ging ik aan het werk bij KLM, in december trouwde ik, we verhuisden, mijn leven veranderde radicaal en mijn Bowie veranderde niet mee. Ik ging verder, David niet, we raakten elkaar kwijt. Jazeker, de hits kende ik nog wel, maar de nieuwe elpees kwamen niet meer in de kast. Bowie als new romantic was niet mijn new romantic. Let's Dance? Ik dacht het niet. Never Let Me Down? Loving the Alien? Waarom in hemelsnaam. Op 30 mei 1987 zat ik op de tribunes van De Kuip bij de première van de Glass Spider Tour, maar het was het niet. Ik was teleurgesteld, ik zat er te ver vanaf en vond er niets aan. Het begin van mijn Dark Ages, een lange periode waarin alle muziek volledig langs me heen ging. Nirvana, Metallica, Pearl Jam, Pixies, ik wist niet wat het was. Ik was kennelijk met andere dingen bezig en muziek hoorde daar niet bij. Mijn basgitaar lag stof te vergaren in een zwarte koffer, radio luisterde ik niet, cd's kocht ik niet. Ik was Comfortably Numb; Bowie was uit zicht.
Dat duurde vijftien jaar en één maand. Vijftien jaar en één maand verkeerde ik in die Dark Ages, vijftien jaar en één maand had ik geen idee wat er in de muziekwereld gebeurde. Tot 27 juni 2002. Ik was jarig en kreeg als verjaarskado van Jaap de nieuwe cd van David Bowie, Heathen. Hij dacht dat ik dat wel leuk zou vinden. Hij wordt alsnog met terugwerkende kracht bedankt! Die cd tilde het gordijn op, Heathen maakte een abrupt einde aan die Dark Ages, het was alsof iemand het licht aandeed. Van het ene op het andere moment vond ik popmuziek weer leuk. Een zomer lang zat er maar één cd in de speler van mijn autoradio. Mijn basgitaar kwam weer uit de koffer, en ik ging weer naar muziek luisteren en spelen. En wat had Bowie veel fijne cd's gemaakt na Lodger! Black Tie White Noise, Outside, Tin Machine, allemaal super! Op het moment dat ik Heathen kreeg had ik één Bowie-cd in mijn collectie: Ziggy. Maar drie maanden later had ik alle EMI-cd's, van Space Oddity tot Never Let Me Down, en nog eens drie maanden later was ik als een idioot op Markplaats en eBay op zoek naar Bowie-cd-singles en bijzondere uitgaves. En nu, biografieën, dvd's met concerten, docu's, you name it, ik heb het. In de kast staan meer dan tweehonderd cd's en dvd's, tientallen boeken, de kast puilt uit.
Van 1972 tot 1979 en van 2002 tot aan de dag van vandaag was de muziek van David Bowie bij me. Altijd, elke dag. En nu Bowie er zelf niet meer is, zal dat niet veranderen. Er is zoveel muziek van hem. Hij heeft ons, mij, zoveel gegeven, dat ik er voor de rest van mijn leven waarschijnlijk nog dagelijks plezier aan zal beleven. En dat is iets om dankbaar voor te zijn.
David, bedankt. Everyone Says Hi.

zondag

Dapper

David Bowie - ★David Bowie - 

En daar is-tie dan, het achtentwintigste studio-album van David Bowie, de opvolger van 2013's The Next Day. Twee maanden geleden aangekondigd, twee songs al eerder als download beschikbaar gesteld, inclusief bijbehorende video's. Commercieel gezien volledig gescript. Niet zoals bij Ziggy 'at maximum volume', maar nu 'at maximum media exposure'. En dat is gelukt, het zal nagenoeg niemand zijn ontgaan dat Bowie er is, dat Blackstar er is. Want zo spreek je dat ★-symbool uit.

Het is een beetje moeilijk toegankelijk album, het is allemaal wat ingewikkelder dan de vorige cd's. Daarop staan voornamelijk lekker vlotte pop-rockers. Deze keer is dat iets anders.

Wat als eerste opvalt is het aantal tracks: zeven tracks slechts, alleen op Station to Station (1975) stonden er minder. En dan de speelduur, 41:13, relatief kort voor een cd. Maar dat zijn slechts de kwantitatieve kenmerken, belangrijker is natuurlijk wat je als muziek te horen krijgt. En dat is iets bijzonders.

De eerste track is de title-track, Blackstar. Een lang stuk, bijna tien minuten, slechts vijftien seconden korter dan het langste Bowie-nummer ooit (Station to Station). En ik denk dat dit eigenlijk nog langer had moeten zijn, maar omdat iTunes 10 minuten als maximum aanhoudt voor een download is dit het. Het stuk heeft een opbouw vergelijkbaar met Sweet Thing / Candidate / Sweet Thing (reprise). Deel één is ingetogen maar klinkt ingewikkeld vooral vanwege de drums. Dat verandert in deel twee, een deel met andere melodieën en een andere akkoordenstructuur maar ook met rustiger, minder nerveus slagwerk. Daarna komt de melodie en harmonie van deel één weer terug, maar nu zonder die jazzy drums. De bassist voegt hier ook nog allerlei mooie lijntjes toe, zodat je na die tien minuten eigenlijk nog niet eens toe bent aan het slot. Had van mij best nog wel even door mogen gaan.

Daarna wordt het donker. 'Tis a Pity She Was a Whore is gekkenwerk. Uptempo, ritme vergelijkbaar met Jump They Say, waanzinnige saxofoon, af en toe bijna hysterische zang. Na meer dan tien keer beluisteren weet ik het nog niet: is dit nu geniaal of krankzinning? Ze zeggen wel eens dat die twee heel dicht bij elkaar liggen, en hier blijkt dat maar weer.

In Lazarus neemt Bowie gas terug. Geschreven als title-track voor een Broadway-musical. Zeer sfeervol, mooi, bijna ambient. Niet moeilijk of zo. Hier een eerste hoofdrol voor de saxofoon. Dit doet denken aan de instrumentale stukken op Low, Subterraneans of zo. Het schetst in elk geval een dergelijke atmosfeer. Prachtig, rustgevend, een eerste hoogtepunt.

En dan komt Sue (or in a Season of Crime). Het nummer kenden we al van de 2014-compilatie Nothing Has Changed. Maar dat was een opname met een jazz-orkest. Deze keer is het een rock-band die Bowie begeleidt. Dat maakt het iets gemakkelijker, maar niet heel erg. Ik blijf Sue een beetje (te) ingewikkeld vinden, voor mij is dit 'm niet. En ik betwijfel of het 'm ooit zal worden.

Vanaf hier is het een min of meer downhill race. Hier wordt het allemaal iets eenvoudiger. Girl Loves Me is een lekkere pop-rocker. Synth-pop, klinkt heel erg jaren tachtig.

Dollar Days is de meest toegankelijke song. Rustig, piano, akoestische gitaren. Maar ook weer die saxofoon! En de basgitarist doet het ook prachtig.

En dan is daar al weer het laatste nummer, I Can't Give Everything Away. Pakkende song. Zeer poppy. Er zit een nadrukkelijke mondharmonica in, waardoor de associatie met Never Let me Down al snel gemaakt is natuurlijk. Maar de overall sound is meer die van de laatste albums. Heathen meets Never Let Me Down zou je bijna zeggen. En ook hier weer die saxofoon. Het outtro is in één woord indrukwekkend, met een fantastische gitaarsolo.

Ik vind het een dapper album. Tal van stukjes, thema's, geluidjes, die me aan vroeger werk doen denken. Maar het is absoluut geen album waarop Bowie zijn kunstjes uit het verleden herhaalt. Het is allemaal zeer oorspronkelijk en zeker niet risicomijdend. Ik ben blij dat het er is en ik ga dit nog heel vaal beluisteren. Alleen Sue zal vaak gezapt worden.

Tracks
Blackstar - 'Tis a Pity She Was a Whore - Lazarus - Sue (Or in a Season of Crime) - Girl Loves me - Dollar Days - I Can't Give Everything Away