zondag

Pelikanen aan zee

Eens per jaar kom ik in Wijk aan Zee, altijd in januari. Niet voor het strand of voor de duinen, maar voor het schaken. Corus Chess. Vandaag was het weer zover. Eerst sfeersnuiven in de speelzaal. Een enorme sporthal, helemaal afgeladen met tafeltjes waarachter honderden mannen zeer moeilijk kijkend hun partijen spelen. En het publiek schuifelt tussen die tafeltjes door. In een oorverdovende stilte. Aan één kant van de hal zitten de grootmeesters, de 42 schakers die in de A-, B- en C-groep hun achtste ronde spelen. Zij zitten afgescheiden van het publiek, maar je kan ze wel allemaal goed zien. Vandaag spelen Shirov en Carlsen tegen elkaar, en Kramnik neemt het op tegen Nakamura. Op voorhand interessante ontmoetingen. Wanneer ik de speelzaal binnenkom zijn de partijen een kwartiertje onderweg. Op de monitoren kun je de partijen van de A-groep goed volgen. Bij de monitor waarop Shirov-Carlsen wordt getoond is het dringen geblazen, want er gebeurt van alles: de mannen spelen de eerste 21 zetten à tempo, en het bord staat in brand! Dat gaat nog wat worden bij de analyse. Ik maak nog een laatste wandeling door de zaal, langs de borden van de amateurs –waarop zero lekker onderweg blijkt om in groep 1A zijn derde opeenvolgende volle punt binnen te halen– en zoek dan een plekje in de iets verderop gelegen grote tent waar de partijen zullen worden geanalyseerd.

Die analyse wordt gedaan door Hans Böhm en Vlastimil Hort. En dat gaat dus in het Duits, Engels en Nederlands door elkaar. Maakt niet uit, schakers onderling begrijpen elkaar snel. Böhm heeft eerst nog iets recht te zetten van de dag ervoor (bij het sluiten van de analyse van Short-Kramnik was iedereen ervan overtuigd dat Short vet gewonnen stond, maar het werd uiteindelijk toch remise en hoe kon dat nou?), maar daarna kwamen dan toch de twee belangrijke partijen van de dag op het bord. Böhm is er voor het commentaar op de zetten, Hort voegt de couleur locale toe (over een toernooi in Dubrovnik in 1951 of zo, over de Tsjechisch/Argentijnse oorsprong van de tegenwoordig zo populaire Pelican-variant van het Siciliaans, over hoogblonde dames op een hotelkamer in Leningrad). Shirov-Carlsen eindigt in een anti-climax. De mannen hebben dus de eerste 21 zetten vanuit hun eigen voorbereiding gespeeld, daarna bedenken ze ieder nog vier zetten achter het bord en komen dan remise overeen. Beetje teleurstellend.

Kramnik-Nakamura levert meer stof tot analyseren op. Het in de analysezaal verzamelde publiek vindt de winnende zet voor wit (24. Pxf4), leuk omdat zo mee te maken. Hoogtepunt van de analyse: Böhm die de tactiek van Kramnik in verband brengt met diens Russische achtergrond (“hij geeft eerst heel veel ruimte, hij lokt de vijandelijke pionnen allemaal zo ver naar voren dat de aanvoerlijnen te lang worden, waarna de winter intreedt en dan neemt-ie ze allemaal onder vuur”), en Nakamura, tsja die is toch meer van het land van de kamikazes. Dieptepunt: Böhm die de Euwe-marsch voordraagt.

3 opmerkingen:

Gertjan zei

Leuk om te lezen! Volgend jaar ben ik er weer bij hoor. Maar wat is de Euwe-marsch?? GJ

Franz zei

De Euwe-mars, ik had er nog nooit van gehoord. Is een lied in vierkwartsmaat, gecomponeerd in de jaren dertig van de vorige eeuw. Gearrangeerd voor draaiorgel, vertelde Böhm erbij. En het is een lied, dus het heeft ook een tekst. Böhm kende deze tekst uit het hoofd; mij is uit zijn voordracht slechts één verbijsterende zin bijgebleven: "Als Euwe speelt heeft hij wit of zwart"...

iamzero zei

Na twee artikelen in het Haarlems Dagblad ook hier ineens genoemd worden, wat een verrassing.