Het weer is weer weer
Over verijzen, verrijzen en verreizen
Na het voor
Nederlandse begrippen tamelijk extreme winterweer van vorige week is het weer
weer rustig. Twee keer weer achter elkaar: het mag. De taal kijkt niet
streng, ze knikt hooguit even.
Hier en daar ligt nog
een brok verijsde sneeuw. Dat woord blijft hangen: verijzen. En meteen
melden zich zijn klankgenoten. Verrijzen, verreizen. Drie woorden
die hetzelfde klinken en toch iets totaal anders doen. IJs dat blijft liggen.
Iets dat opstaat. Iemand die vertrekt. Het oor hoort één woord, het hoofd
sorteert.
Ik blijf even staan
bij die laatste resten sneeuw en merk hoe gedachten zich verplaatsen zonder dat
ik een stap zet. Van kou naar beweging, van blijven naar gaan. Het kost geen
moeite.
Misschien is dat wel de echte kracht van taal: ze laat je reizen zonder bagage, verrijzen zonder reden en verijzen zonder winter. En dat allemaal terwijl het weer gewoon weer is.
Reacties