Nachtboek na vijftig jaar

Er zijn boeken die onlosmakelijk verbonden raken met een levensfase. Met school, met onzekerheid, met ambitie. En soms krijg je de kans om zo’n boek opnieuw te ontmoeten.

In het schooljaar 1974/75 deed ik eindexamen vwo, met Nederlands natuurlijk als verplicht vak. In dat laatste schooljaar moest ik een uitgebreide boekanalyse maken voor het eerste schoolonderzoek. We schrijven oktober 74, voor wie mijn Wortels en vleugels las begrijpt het: ik maakte een moeilijke periode door. Ik was gewend alles te lezen wat er te lezen viel; ik bracht vrijwel al mijn tijd door in de openbare bibliotheek. Jan Wolkers, Harry Mulisch, W.F. Hermans, Gerard Reve, allemaal geweldig. Maar de roman die de meeste indruk op me maakte, was een vertaling. Ik vroeg mijn docent toestemming om een ​​boek te analyseren dat uit het Fries was vertaald, en hij vond het prima. De titel: De verwoesting van Leeuwarden. Ik had niets met Leeuwarden, ik verkeerde in full puber mode en een beetje verwoesting van die verweggelegen stad was eigenlijk wel een aantrekkelijk perspectief voor de ambitieuze maar timide jongeman die ik was, de jongen die naam wilde maken.

Riemersma schreef een experimentele roman, waarin hij een zeer spannend verhaal vertelt. Het ritme van het verhaal wordt bepaald door voortdurende onderbrekingen waarin de auteur reflecteert op zijn schrijfproces, zijn drijfveren en zijn eerdere romans. De ondertitel is Nachtboek, omdat hij het voornamelijk 's nachts schreef; overdag moest hij gewoon werken. Het verhaal over die stadsverwoesting is een dystopisch verhaal, waarin levensgrote ratten de macht in Leeuwarden overnemen. Het loopt niet goed af voor de mensen. Eigen schuld, volgens de auteur. Zo'n complexe roman analyseren (plot, perspectief, karakterontwikkeling, tijdsverloop, enzovoort), dat was precies wat ik zocht. En ik kreeg een goed cijfer voor mijn analyse.

Dat was dus ruim vijftig jaar geleden.

En onlangs zag ik het in een tweedehands boekhandel in Bolsward liggen: het Friese origineel in de originele druk uit 1966. Ik heb het meegenomen. Ik heb immers de cursussen Lear mar Frysk en Praat mar Frysk gevolgd. Ik zou dit nu dus moeten kunnen lezen. En dat lukt! Het is geschreven volgens de Friese spellingsregels van vóór 1980, maar dat levert geen problemen op, slechts af en toe een taalpuzzeltje. Nostalgisch leesplezier op 160 pagina's, heerlijk.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Muziek die me ouder zag worden

Wortels en vleugels

De vrouwen aan wie ik 's nachts denk - Mia Kankimäki