Op zaterdag 30 augustus 1969, vandaag dus exact veertig jaar geleden, zag ik David Bowie voor het eerst. Op de tv, in het AVRO-programma Doebidoe (gepresenteerd door Chiel van Praag), de voorloper van Toppop. Hij playbackte Space Oddity, dat op dat moment in de tipparade stond.
Het was prachtig! Broodmager jongetje, krullenkop, zittend op de grond, op een soort verhoginkje, met zijn akoestische gitaar. En hij keek heel lief in de camera. Zo schattig.
Ik was verkocht: vanaf dat moment was er nog maar één ding dat ik echt wilde: gitaar spelen. Er kwam flink wat overredingskracht aan te pas, maar een paar maanden later mocht ik op muziekles, waarvoor ik overigens wel mijn beginnende voetbalcarrière bij Concordia Hillegom moest inruilen. Het was het één of het ander. Nooit spijt van gehad.
De Doebidoe-opname is jammergenoeg niet bewaard gebleven. Maar gelukkig hebben we de foto's van fotograaf Jacob Krant nog.
Daar is iets vreemds mee: hij houdt zijn gitaar vast alsof hij linkshandig is. Dat is-tie ook wel, maar hij speelt altijd rechts! Zou hij dan speciaal voor de foto zo hebben geposeerd, of zouden de foto's gespiegeld zijn afgedrukt? Ik heb geprobeerd op de plaatjes te ontdekken of hij die gitaar ondersteboven vasthoudt, maar daar kom ik eerlijkgezegd niet goed uit.
Nou heb je bij Bowie natuurlijk het gegeven van de twee zo verschillende ogen. Het gekke is: dat lijkt op deze foto's te kloppen!
De enige verklaring die ik kan bedenken is dat de fotograaf David per se vanaf deze kant in beeld wilde hebben, gelet op het licht, en dat het voor de compositie van de plaatjes belangrijk was dat hij de gitaar linkshandig vasthield. Of liever gezegd omarmde. Als beginnend artiest moet je je kennelijk heel wat laten welgevallen.
Het Doebidoe-mysterie.
We hadden nog een afspraak staan uit juli vorig jaar: een bezoek aan
Heel veel collega-artiesten hebben liedjes van Bob Dylan gecoverd. Tientallen, honderden. En David Bowie heeft natuurlijk ook wel eens liedjes van andere artiesten gecoverd. Maar David Bowie die een liedje van Bob Dylan opneemt, dat is toch iets uitzonderlijks. Ik ken slechts drie gevallen.
Piepklein berichtje in het Nieuwsblad Transport vandaag:
[scorebordjournalistiek: de stand spreekt voor zich].jpg)
Umberto Eco - De naam van de roos (1980)
Mijn navigatiesysteem heeft zo'n handige functie: "POI nabij cursor". Klinkt als ingewikkelde geheimtaal, maar blijkt na bestudering van de gebruiksaanwijzing een zoekmogelijkheid te zijn naar points of interest, in categorieën als restaurants, tankstations, hotels, in de nabijheid van je huidige positie. Daar maakten we dus enthousiast gebruik van. En zo kregen we een lijst met alle hotels van Duitsland, oplopend gesorteerd op rijafstand vanaf waar we waren. Eén voor één reden we ze af en we werden niet vrolijker: de eerste "zag er niet uit", volgens El, "moet je zien: wat een afbraak, daar ga ik niet in!" De tweede op de lijst, in het dorpje met de onvergetelijke naam 


David Endt - Mijn Inter (2009)
Opvallend gevolg van die steeds verdergaande Europese integratie: Roda-fans hebben een beeld laten plaatsen in het centrum van Veszprém, om daarmee kennelijk uiting te geven aan hun ongenoegen over de ooit voorgenomen -maar inmiddels afgeblazen- fusie.
Eric Clapton - de autobiografie (2007)
In de bioscoop hier in het stadje draaien twee films. De ene is Ice Age 3, die draait denk ik in elke bioscoop over de hele wereld. Maar de andere film, dat is er één die we in de Nederlandse bioscopen niet te zien zullen krijgen. Het is een 2009-film van de Hongaarse filmmaker Tamás Almási. Een biopic over de grootste sportman die het land heeft gekend: Ferenc Puskás. Ik overweeg een -waarschijnlijk kansloze- poging om Erzsépet zover te krijgen er samen naar toe te gaan. Al zullen we het Hongaars gesproken commentaar natuurlijk niet kunnen verstaan, het lijkt me wel wat om Puskás aan het werk te zien. Bestaan er beelden van die (door Hongarije verloren) WK-finale van 1954? En van de Europa Cup-wedstrijden van Real Madrid uit de jaren vijftig?
De roman beschrijft het leven van Hans Sievez en diens bijna levenslange zoektocht naar de ware bevinding van de leer van God. Hij belandt in een sektarisch milieu, helemaal aan de rechterkant van die stroming die we officieel kennen als de bevindelijk gereformeerden, maar die we in het dagelijkse spraakgebruik de zwartekousenkerk noemen. Staphorst, Wekerom, Katwijk, Tholen, dat werk dus, maar dan nog een graadje erger. Die sekte bestaat uit allerlei enge vieze mannetjes, onwelriekend, met de meest uiteenlopende lichamelijke gebreken. Die mannen tonen een schaamteloze liefdeloosheid, een hautain superioriteitsgevoel, een in mijn ogen volkomen misplaatste minachting voor de navolgers van wat zij een dwaalleer noemen. En het leven, het gezin en het bedrijf van Hans Sievez gaan eraan kapot. Zijn zoektocht naar het eeuwige zieleheil beheerst zijn leven, de sekte beheerst zijn dood. Bah. Wat staat dit ongelooflijk ver weg van mijn dagelijkse leven - wat kwellen deze mensen zich op een ongehoorde manier! Alles aan dit boek is koud, kil, verdord, somber. Onbegrijpelijk.


The Rough Guide to Bob Dylan - Nigel Williamson (2004)
We hebben onze intrek genomen in ons 